Dakpansgewijs slim worden

Veel werkende vrouwen vragen zich rond hun dertigste af hoe ze verder willen. Door de loopbaan goed te plannen blijven veel meer keuzes open.

Het gaat goed met de Nederlandse vrouw op de arbeidsmarkt. Die conclusie kan getrokken worden uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Europese collega's van Eurostat eerder deze maand publiceerden. Vrouwen kunnen dus opgelucht ademhalen: zij dingen mee naar goede banen, zij kunnen de concurrentie aan met hun mannen of met mannen in het algemeen en, wat nog belangrijker is, zij hebben plezier in het werk.

Het beeld is iets te rooskleurig, maar volgens Annelies Verstand, demissionair staatssecretaris van Arbeid, Zorg en Emancipatie, zijn we er niet ver vandaan. In Toptijd, een eenmalige uitgave van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, schetst zij de nieuwe maatschappij. ,,Over een halve generatie zullen mannen en vrouwen economisch zelfstandig zijn, allebei evenveel zorgen voor de kinderen, voor het huishouden en voor elkaar.''

Voordat het zover is, moeten er nog heel wat struikelblokken genomen worden. Niet alleen omdat het schort aan kinderopvang, maar ook omdat vrouwen zelf worstelen met de vraag hoe ze hun leven willen invullen. De eerste baan is geen probleem. Vrijwel alle vrouwen gaan tegenwoordig na het afronden van hun opleiding bij een werkgever aan de slag – waarbij een steeds groter deel begint met een werkweek van vier of vijf dagen. Maar dan? Bij veel vrouwen begint tegen hun dertigste de twijfel toe te slaan. Hoe nu verder? Hoe groot zijn mijn carrièrekansen, zal ik gaan solliciteren op een andere baan voordat ik probeer zwanger te worden? Zal ik minder gaan werken of kan ik me dat niet veroorloven? Kan ik kostwinner worden?

Lastige vragen, waarop geen eenduidig antwoord te geven is, zegt dr. B.I.J.M. van der Heijden, universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente. Maar, zo blijkt uit haar verhaal, jonge vrouwen die ambitieus zijn, moeten goed nadenken over de wijze waarop ze hun loopbaan opbouwen. Van der Heijden is verbonden aan de faculteit Technologie en Management en is gespecialiseerd in leeftijdsgerelateerd loopbaanverloop. ,,Voor starters zeg ik altijd: probeer expertise op te bouwen, maar niet door van de ene baan naar de andere te hoppen. Dat is voorbij. Wij bevorderen het zogenaamde dakpansgewijs slim worden. Dat wil zeggen: je begint op functie 1, gaat op den duur naar functie 2 (die een overlap heeft met functie 1) en zo spring je van de ene naar de andere dakpan. De inleertijd wordt hiermee verkort – aantrekkelijk voor de werkgever – en de expertise beklijft.''

Voor vrouwen die het moederschap willen combineren met een baan, heeft Van der Heijden aan ander voorstel. ,,Zou het misschien verstandig zijn om gedurende de eerste jaren, waarbij de zorgtaken zeer belastend zijn, je loopbaan zo in te richten dat je nog wel geprikkeld wordt door het werk maar dat je niet over de top gedreven wordt? Dan pas komt de competentie van het moederschap tot zijn recht. Simpel gezegd: probeer een tijdje te excelleren in waar je goed in bent, zonder die lat steeds hoger te leggen. Stressende jonge moeders lopen vaak vast in hun werk. Ze zijn dan geneigd er maar helemaal mee op te houden en dat is doodzonde.''

Dat de verhouding werken en zorgen in balans moet zijn, beaamt ook prof.dr. J. van Doorne-Huiskes. Zij is hoogleraar sociologie en richt zich vooral op arbeid en emancipatie. Volgens haar hechten vrouwen enorm aan de vrijheid van keuzes maken. ,,De noodzaak van een goede balans wordt in toenemende mate onderstreept. Het is niet langer soft of alleen een vrouwenaangelegenheid. Ook mannen zien het als een groot goed. Zij brengen het alleen nog niet genoeg in praktijk. Van de hoogopgeleide mannen werkt nog maar 10 procent in deeltijd. Dus dat gaat heel langzaam.''

De werktijd van de vrouw doet er pas toe als aan haar man wordt gevraagd óf en hoe lang zijn partner zou willen werken. Van Doorne-Huiskes: ,,Dat wil zeggen: als een man de mogelijkheid krijgt zijn eigen werktijd en die van zijn vouw te bepalen, dan pas zal hij kiezen voor: ik minder dan nu en zij een beetje meer. Dat geldt trouwens niet voor alle huishoudens. Er wordt over het algemeen goed onderhandeld en het zijn geen terreinen van strijd. Vrouwen zijn niet diep ongelukkig en mannen zijn ook niet teleurgesteld dat ze voltijds werken. Maar de tendens is wel dat de man meedenkt over de indeling van werk en zorg.''

Vrouwen in topfuncties, die ook moeder willen zijn, zouden zich kunnen beperken tot vier werkdagen. Van der Heijden is optimistisch. ,,Dat kun je afdwingen. Gewoon goed genoeg zijn en jezelf onmisbaar maken. Geen werkgever die je dan nog kwijt wil. Hetzelfde geldt overigens voor mannen. Topfunctionarissen kunnen heel wat potjes breken. Dus ideaal zou zijn als beide partners vier dagen werken en zeker één dag thuis.''

Daarnaast, en dat wordt in veel onderzoeken nog vergeten, zijn er steeds meer vrouwen zonder partner. Volgens Van der Heijden wordt te weinig onderzoek gedaan naar de groep (tijdelijk) alleenstaande vrouwen die vaak wel voltijds moéten werken omdat er net zoals bij twee- of anderhalfverdieners brood op de plank moet komen. De woonlasten moeten opgebracht worden en een hypotheek kan belastend zijn voor deze groep vrouwen omdat ze daarvoor tot hun vijfenzestigste moeten blijven werken. En dat is geen prettig vooruitzicht.

Veel werkende moeders gaan er bovendien van uit dat alleenstaande vrouwen flexibeler zijn en dus nog wel even kunnen doorwerken terwijl de moeders zich haasten om op tijd bij de crèche te zijn. Na een lans gebroken te hebben voor vrouwen die economisch onafhankelijk zijn en alle boontjes zelf doppen, geeft Van der Heijden ook nog even haar eigen definitie voor topvrouwen. ,,Topvrouwen zijn niet alleen vrouwen in een hoge functie, maar vooral vrouwen die hun baan kunnen behouden zonder dat het moederschap eronder lijdt. Maar topvrouwen zijn ook de vrouwen die er gewoon eerlijk voor kiezen voltijds moeder te zijn.''

Van Doorne-Huiskes, die naast hoogleraar ook partner is in het onderzoeks- en adviesbureau VanDoorneHuiskes & Partners in Utrecht, raadt topvrouwen aan meer van zich te laten horen. ,,Ik vind het jammer dat veel gezichtsbepalende functies zo male dominated zijn. In de politiek was de verwachting dat man-vrouwverhoudingen goed verdeeld zouden worden. Maar als het er écht toe doet, lijkt het wel of vrouwen onzichtbaar worden. Ze laten het aan de mannen over of ze worden opeens niet meer in staat geacht geloofwaardigheid te claimen.''

Volgens Van Doorne-Huiskes liggen hier geslachtsgerelateerde eigenschappen aan ten grondslag. Het gezag van een man in een topfunctie wordt met meer vanzelfsprekendheid aanvaard, stelt de hoogleraar, dan dat van een vrouw in dezelfde functie. Zij moet dat gezag nog steeds afdwingen. Vrouwen in hogere functies hebben een extra taak om die geloofwaardigheid te verwerven. ,,Je kunt daar niet veel aan doen. Het enige wat telt, is jezelf blijven. Niet bang zijn voor een vrouwelijk imago en vooral niet als mannen willen zijn. Niet met je stem in hoge regionen gaan zitten en niet iedere zin in een vraag laten eindigen. Je vragend opstellen is namelijk heel vrouw-eigen, maar deze op zichzelf positieve houding, wordt meteen in verband gebracht met verlegenheid. Dus, niet doen!''

    • Margot Poll