Zeemansliederen

,,De werkwijze van muziekensemble Camerata Trajectina is simpel. Wij volgen de feestjes! De actualiteit van historische herdenkingen levert ons al jaren allerlei ideeën op voor muzikale programma's. We hebben concerten gebracht rondom de Unie van Utrecht, Willem van Oranje en Constantijn Huygens. Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgericht, dus buigen we ons over de liedjes van de VOC.'

Louis Peter Grijp is musicoloog, onderzoeker naar orale cultuur bij het Meertens Instituut en hoogleraar `Nederlandse Liedcultuur in heden en verleden' in Utrecht. Hij speelt ook citer en luit in Camerata Trajectina, gespecialiseerd in Nederlandse muziek uit de 17de en 18de eeuw. Het ensemble kwam met de cd Varen en Vechten met liederen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1795) en geeft onder die titel ook concerten.

,,De VOC is een fantastisch onderwerp, ook muzikaal. Toch is er door de oude muziekpraktijk nooit eerder bij stil gestaan. We zijn uitgegaan van een boek van C.A. Davids over het Nederlandse zeemanslied in de zeiltijd (1600-1900). De amateurmusicoloog en bankier Daniël Scheurleer verzamelde ze in de drie liederenboekjes Van Varen en Vechten, waar wij een selectie brengen.

,,Het oudste VOC-liedje dat we konden vinden dateert uit 1639, maar de meeste zijn van het einde van de 17de eeuw en begin van de 18de eeuw. Die zijn alleen in tekst overgeleverd, want zoals alle liedjes destijds, werden ze gezongen op de populaire deunen. Dat was praktisch, want niemand kon noten lezen. Eén prachtlied, over kannibalisme, werd nog tot 1900 gezongen. Het gaat over een gestrand schip waarop hongersnood uitbreekt. Nadat alle honden zijn opgegeten, besluit de schipper dat er een matroos aan de beurt is. Daar wordt keurig om geloot, maar niemand wil de beul zijn. Dus moet er wéér worden geloot. De uitverkoren slager ziet zo op tegen zijn taak, dat hij overboord springt, verdrinkt, wordt opgevist en opgesmikkeld. Probleem opgelost! En dat is absoluut echt gebeurd.

,,De selectie is heel divers. Er zijn liedjes over het bijeensprokkelen van een bemanning, liedjes bij het uitvaren en bij het thuiskomen. En véél moralistische liedjes, die veroordelen dat mannen aanmonsteren voor geld, avontuur en de inheemse vrouwen.

,,Het zijn in alle gevallen stoere verhalen, want van ziekte en heimwee hoor je niks. En er wordt ook veel niet zo nette taal uitgeslagen. Kun je nog zingen van inheemse `zwarte krengen' die met hun `geile lonken' de Hollandse matrozen verleidden? Uiteindelijk hebben we niet de allerergste teksten uitgekozen, maar ook geen stippeltjes gezet. Dat vond ik te ver gaan.

,,Camerata Trajectina speelt op de instrumenten die in de VOC-tijd ook werden gebruikt: violen, fluit en basinstrumenten. De solozang versterken we soms met een mannenkoortje, omdat er destijds aan boord ook veel in groepen werd gezongen. Ik denk soms wel eens: `Doen we het niet te mooi?' Het is toch gebruiksmuziek. Maar als ik dan een zeldzaam wél uitgeschreven lied uit die tijd aantref, merk ik hoezeer dat lijkt op mijn eigen brouwsels. En het is ook een misvatting om te denken dat er destijds geen goede muzikanten aan boord waren. Er waren er die zo mooi speelden, dat ze een inheems vorst drie uur met viool en fluit in hun ban hielden!'

Varen en Vechten: 12/6 20.15 uur Oosterkerk, Hoorn. Res. camerata@hollandsch-fortuyn.nl of 0229-299799; 21/6 20 uur voormalige Noorderkerk, Leeuwarden. Res.: 051-1477903.