Veldheren en vredesapostelen bijeen

Een `Grote Vergadering' van 1551 afgevaardigden uit alle delen van Afghanistan moet een tijdelijke regering kiezen. De vorige loya jirga, in 1964, eindigde in ruzie.

Na een dag uitstel zullen morgen afgevaardigden uit alle windstreken van Afghanistan zich in de hoofdstad Kabul verzamelen in een grote, vanuit München ingevlogen tent die normaal dienst doet als onderkomen voor de jaarlijkse Oktoberfeste. De representanten van alle etnische en politieke geledingen gaan een nationale regering kiezen. Wie dat een jaar geleden had voorspeld, zou voor gek zijn verklaard.

Na het vertrek van de Sovjet-troepen in 1989 werd Afghanistan in chaos ondergedompeld, waarbij islamitische strijdgroepen elkaar op leven en dood bestreden en de burgerbevolking terroriseerden. Aan die ordeloosheid kwam pas een eind door de opmars van de Talibaan, de extreemfundamentalistische `Koranstudenten' die in 1996 Kabul veroverden. Sindsdien was Afghanistan een verdeeld land met in het zuiden de opperheerschappij van de Talibaan en in het noorden enkele verzetshaarden van de zogeheten Noordelijke Alliantie, een rafelig verbond van vroegere mujahedeen-strijders en krijgsheren.

Maar als de wereld is veranderd na de elfde september van het vorig jaar, geldt dat zeker voor Afghanistan, waar de Talibaan gastvrijheid hadden geboden aan Osama bin Laden en zijn terreurnetwerk Al-Qaeda. Door militair ingrijpen onder Amerikaanse leiding kwam onverwachts snel een eind aan het bewind van de Talibaan.

Nog voor het laatste Talibaan-bolwerk was gevallen werden de verschillende Afghaanse groeperingen het op een conferentie in Bonn onder zware internationale druk eens over de instelling van interim-regering onder leiding van de Pathaanse royalist Hamid Karzai. Uiterlijk 22 juni 2002 zou een `tijdelijke' regering aantreden om Afghanistan in twee jaar voor te bereiden op algemene verkiezingen.

Voor het kiezen van het tijdelijke landsbestuur is teruggegrepen naar de traditionele wijze van besluitvorming in het tribale Afghanistan: de loya jirga, de `grote vergadering' van stamhoofden. Dat is de bijeenkomst waarbij lokale leiders uit alle delen van het land beraadslagen, net zolang totdat zij overeenstemming hebben bereikt over onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn. De laatste loya jirga werd in 1964 gehouden onder leiding van koning Mohammed Zahir Shah. Die ontaarde overigens in ruzie over maatschappelijke hervormingen. Negen jaar later werd Zahir Shah afgezet door zijn zwager, Daud, die van Afghanistan een republiek maakten. Sindsdien verbleef de koning in ballingschap in Rome.

De huidige loya jirga zal opnieuw worden geopend met een toespraak van de inmiddels 87-jarige oud-koning. Hij keerde twee maanden geleden in Afghanistan terug. Hij heeft gezegd dat hij de troon niet meer ambieert, maar zijn land wel wil dienen voorzover zijn leeftijd en gezondheid hem dat nog toestaan. Maar anders dan `grote vergaderingen' in het verleden is er nu een tijdslimiet gesteld. De afgevaardigden krijgen een week de tijd.

Ook het aantal afgevaardigden, 1551, is veel groter dan in het verleden gebruikelijk was. Er is niet alleen gezocht naar een evenwichtige etnische en regionale afspiegeling, maar er zijn ook aparte zetels gereserveerd voor specifieke beroeps- en belangengroepen. Zo zullen alle leden van de in Bonn overeengekomen interim-regering van Karzai deelnemen aan de beraadslagingen, alsmede `religieuze persoonlijkheden', maatschappelijke vertegenwoordigers, technocraten en wetenschappers en afgevaardigden van nomaden en van Afghaanse vluchtelingen in het buitenland. Ook vrouwen zullen voor de eerste keer deelnemen aan de besluitvorming die traditioneel door mannen wordt gedomineerd; voor hen zijn ten minste 160 plaatsen ingeruimd.

Dat de loya jirga wordt gehouden, terwijl Amerikaanse en Britse troepen in het zuiden en het oosten van het land nog steeds jacht maken op strijders van Al-Qaeda, is winst voor Afghanistan. De interim-regering van Karzai is grofweg een coalitie van Tadzjiekse en Oezbeekse veldheren, Hazara's en gematigde Pathanen. De internationaal gemeenschap hoopt dat die kan worden voortgezet.

Maar succes is allerminst verzekerd, zoals de valse start van vandaag al duidelijk maakt. In de aanloop naar de loya jirga, waarbij de afgelopen maanden op districts- en vervolgens op regionaal niveau de afgevaardigden werden gekozen, zijn verschillende incidenten gemeld waarbij kandidaten werden geïntimideerd of zelfs zijn vermoord. In een vorige week verschenen rapport spreekt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch over een machtsstrijd, waarbij voormalige krijgsheren zich in een invloedrijke positie proberen te manoeuvreren.

Volgens de in Bonn opgestelde criteria mogen kandidaten voor de loya jirga zich in het verleden niet hebben bezondigd aan schendingen van mensenrechten of, in de ogen van het volk, niet schuldig hebben gemaakt aan het doden van onschuldige mensen. Als die criteria werkelijk waren toegepast, zou een groot aantal ministers in de huidige interim-regering deze week niet in Kabul mogen verschijnen. Dat geldt bijvoorbeeld, maar zeker niet alleen, voor de Oezbeekse veldheer Dostum die bekend stond om zijn wreedheid. Maar Dostum zegt dat hij is veranderd en verkoos in de voorverkiezingen van de loya jirga het symbool van een wereldbol boven dat van een tiiger of een leeuw om de overwegend ongeletterde Afghanen over te halen op hem te stemmen. We moeten ,,onze fouten van het verleden'' achter ons laten en samenwerken bij de opbouw van ,,een echte democratie.''

Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat de vroegere veldheren nu ineens vredesapostelen zijn geworden. Maar dat ze meepraten, biedt in ieder geval meer hoop dan de afwezigheid van krijgsheren als de vroegere invloedrijke Pathaanse leider Gulbuddin Hekmatyar. Hekmatyar werd er afgelopen april nog in verband gebracht met een complot om regeringsleider Karzai te vermoorden.

Ook nu wordt rekening gehouden met aanslagen om de loya jirga te verstoren. Vandaar dat omvangrijke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, waarbij de internationale vredesmacht IFAS in Kabul nauw samenwerkt met de zeshonderd Afghaanse soldaten die sinds kort het nationale leger van Afghanistan vormen.