Surfen en scannen is genoeg voor een 9

De eerste generatie vwo-ers uit het Studiehuis heeft het eindexamen achter de rug. Hun kennis van vreemde talen en geschiedenis is nihil omdat het onderwijs nieuwe stijl dramatisch slecht is, meent eindexamenleerling Lodewijk Pessers.

`De Nederlanders leeren ligtelyk alderhande vremde Taelen, en men vind'er, die hun Spaensch, Italiaensch, Fransch, Hoogduytsch en Engelsch zoo gereed en veirdig hebben, als of zy in die Landen geboren waeren, ofte al hun leven lang gewoond hadden.'' Zo luidt een passage uit de Korte beschryvinge der Nederlanden daterend uit de 17e eeuw. Dat ligt nu wel anders. Heb niet de illusie dat een doorsneeleerling uit het profiel Cultuur & Maatschappij – het talenprofiel – kan vertellen hoe je bijvoorbeeld koe of stoel in het Frans zegt. Net zo min zal zo'n leerling weten wat Duits is voor kamer of schilderij.

De kwaliteit van het onderwijs is dramatisch slecht. In de eerste plaats komt dit door een recente onderwijsvernieuwing, de zogeheten Tweede Fase. Ikzelf behoor tot de eerste lichting slachtoffers hiervan. In de Tweede fase staat niet kennis, maar staan zogeheten vaardigheden centraal. Dit met het oog op een samenleving waarin kennis continu tot onze beschikking staat en wij vooral de vaardigheid moeten hebben de informatie te verwerken. Deze doelstelling is voor de helft gehaald. Dat wil zeggen, iedere vorm van kennis is in elk geval grondig uit de school verwijderd. Het resultaat is dat je wiskunde met behulp van een legale spiekbrief, de zogeheten formulekaart doet, dat je een Latijnse of Griekse tekst met behulp van een woordenboek en grammaticakatern vertaalt, en dat je na zes jaar geschiedenis namen als Napoleon en Karel de Grote niet hoeft te kennen.

Dit is geen overdrijving. Ik heb net 6 gymnasium afgerond en ik ben Napoleon en Karel de Grote niet tegengekomen. Zo zou ik nog tien hoofdrolspelers uit de wereldgeschiedenis kunnen noemen. Ook een belangrijk vak als Nederlands wordt in de malaise meegesleurd. Een meisje uit mijn klas vroeg laatst wat `de consequentie' betekent. Geenszins verbaasd gaf de leraar antwoord. Wat geeft het ook. Hoge punten voor Nederlands haal je niet door woordkennis of correct taalgebruik. Je moet het geluk hebben een samenvatting te schrijven die strookt met een uiterst vaag en betwistbaar antwoordmodel. Kennis telt niet langer. Het gaat er niet om of je de stelling van Pythagoras kent, een normale Franse zin kunt maken of dat de Tachtigjarige Oorlog je iets zegt. Kennis is verdwenen. En wat is ervoor in de plaats gekomen?

Eigenlijk niets. De vaag omschreven vaardigheden hebben vaak te maken met internet of het interpreteren van beeldmateriaal. Het klinkt mooi, maar in feite is het niets dan gebakken lucht. Een voorbeeld: tegenwoordig telt een grote woordenschat in de moderne vreemde talen niet meer en grammaticale kennis is al helemaal ouderwets. Je moet op de site van een populair Duits jongerenblad de voetbalscores kunnen opvragen of zoiets. Als je dat gedaan hebt, of beter nog, twee keer door een ander hebt laten uitprinten, tekent de docent het af. Op die manier rond je ieder trimester een zogenoemd `handelingsdeel' af, bestaande uit veel van deze onzin. Deze internetvaardigheden zijn allang bekend onder iedere scholier. Ik weet dat men zich in Nederland altijd erg bekommert om de enkeling die dit niet zou kunnen, voor wie desnoods een hele Tweede Fase uit de grond gestampt wordt. Ik kan de onderwijsmakers geruststellen, iedereen, zonder uitzondering, begrijpt hoe internet werkt.

Net zomin als uitleg over de werking van een afstandsbediening of de telefoon, behoeft de Nederlandse scholier internetles. De enkeling die hier baat bij heeft, bevindt zich onder de docenten. Precies zij die ons die vaardigheden zouden moeten bijbrengen. Computers moeten de klas uit en leraren zouden zich niet moeten neerleggen bij de degradatie tot een anonieme assistent, maar weer inhoudelijk moeten lesgeven, met liefde voor het vak.

Ook het interpreteren van beeldmateriaal is allang bekend. Voor Latijn heb ik een PO (Praktische Opdracht) – de enige vocabulaire die onder de scholier verrijkt is, is die van het Tweede Fasejargon – moeten fabriceren met uitsluitend beeldmateriaal en uitleg over het thema van de les. We waren met de bijbel bezig, dus hebben we een diapresentatie moeten maken van bijbelse afbeeldingen.

Door veel te scannen, printen en surfen kun je een 9 verdienen, zonder zelfs maar te weten wat met de nominativus bedoeld wordt. De Tweede Fase is vaak `zwaar' genoemd. Ten onrechte. Door efficiënt werken heb ik zelfs met een dubbelprofiel de tijd gevonden mezelf Italiaans te leren en – in mijn eindexamenjaar – een begin te maken met Arabisch aan een volksuniversiteit.

De enige ballast is de golf aan werkstukken, bedoeld om iedereen een vwo-diploma te gunnen. Want als het geringe beroep dat nog op je verstand wordt gedaan toch teveel is, haal je het nog makkelijk via de alternatieve weg. Dat wil zeggen door flink wat tijd vrij te maken voor deze zwaarwegende PO's, waar je in de regel niets wijzer van wordt. Daarbij bestaat de helft van zo'n werkstuk nog uit non-informatieve, maar tijdrovende bureaucratie. Dit houdt in dat je verplicht bent per persoon het proces volledig, per minuut te administreren.

Kennis is verdwenen, en het gebrek hieraan wordt eenvoudig ondervangen door de toevlucht naar werkstukken en hulpmiddelen, uiteenlopend van woordenboek tot formulekaart. Hiermee worden de punten en het niveau van de eindexamens kunstmatig op peil gehouden.

De Nederlandse nivelleringszucht heeft nu dus ook het onderwijs in zijn greep. Het vwo moet en zal voor iedereen toegankelijk zijn. Zelfs de naamgeving is hierop aangepast. Het veel te elitair klinkende woord `gymnasium' heet tegenwoordig vwo met bijvak Latijn/Grieks. Nivelleren is soms nodig, maar duidelijk niet in het onderwijs. Want het vwo mag dan nu wel eindelijk voor een breed publiek toegankelijk zijn, de toegevoegde waarde is schrikbarend laag.

Lodewijk Pessers is eindexamenleerling 6 gymnasium van het St.Odulphuslyceum in Tilburg.