Slapstickduo van slag door entree Zingende Maagd

Voor zijn eerste familievoorstelling, Dubbeldooier, heeft toneelschrijver Peer Wittenbols twee genres door elkaar geklutst: opera en slapstick. Voor het eerst werkt hij niet samen met vaste regisseur Rob Ligthert, maar met Ted Keyser. Samen maken ze bij de Arnhemse toneelgroep Oostpool een luchtig muziektheaterstuk, dat deze zomer in een fraaie spiegeltent door het oosten reist, en volgende week op het Terschellinger Oerolfestival is te zien.

Twee broers, Remco Melles en Freek Brom, brengen samen hun aan vaste rituelen hangende dagen door. De broers zijn gekleed als twee komieken uit de vooroorlogse film: zwarte hoeden, bruine, driedelige pakken met korte jasjes en hoge broeken. Regisseur Ted Keijser bouwt hun gezamenlijke maaltijd uit tot een mooie act vol slapstickgrappen. Ze stoeien met glazen water, ze roepen `Aardappel!' in hun bord, en op gezette tijden vangen ze een koffer uit de lucht waarin twee Donald Ducks zitten. Keyser en Wittenbols werken slim met de herhaling in handeling en tekst, zodat snel duidelijk is dat de broers al jaren zo leven. Huiscomponist Wim Selles schreef de bijbehorende slapstickmuziek die doet denken aan de Laurel en Hardy-muziek van Leroy Shields.

Dan valt er een koffer uit de lucht die verkeerd bezorgd is. Er zitten geen vrolijke weekbladen in, maar glimmende dameshemdjes. Hiermee doet De Vrouw haar entree in het leven van de broers en wordt de met bloed bezegelde broederband bedreigt. Wat volgt is een roerend pure scène waarin Melles en Brom hun kennis over vrouwen uiten: ,,Normaal heten ze Anneke of Marlene en een enkele keer Samantha.'' Vrouwen hebben `een lichaamslucht van bloemen', ze hebben lang haar (,,hoe kleiner de vrouw, hoe sneller ze lang haar heeft'') en ze doen aan `buitenlands heen en weer dansen'. De prachtige zinnen waarin Wittenbols de kinderlijke verwondering over De Vrouw uitdrukt doen denken aan die van Alex van Warmerdam. Al houdt hij het in het nette, want er zitten kinderen bij. Een maagd is dus niet wat wij denken dat het is: ,,Een maagd is een meisje dat nog nooit tegen haar ouders gelogen heeft.''

Vervolgens belandt het duo in een opera, De Parelvissers van Georges Bizet. Met open mond aanschouwen ze een liefdesduet tussen de uitstekend zingende mezzo-sopraan Jacqueline Janssen, met fraaie trillers, en tenor Willem Jan van Deuveren. Decorontwerper Matt Vermeulen maakte voor dit gedeelte een inventief decor van gefiguurzaagde palmen, olifantenbeelden, golven en vlammen. De Zingende Maagd wordt naar het leven gestaan door een snode tovenaar; de broers trachten haar te redden.

Hoewel het plaatsen van het slapstickduo in een serieuze, romantische operawereld een aardig vervreemdend effect heeft, is dit gedeelte wat rommelig en plat. Ook is het jammer dat Keyser een wat statisch beeld van opera heeft. De zangers staan erbij alsof ze ook gefiguurzaagd zijn. Gelukkig blijven Brom en Melles grappig genoeg om Dubbeldooier tot het merkwaardige einde toe boeiend te houden.

Voorstelling: Dubbeldooier door Oostpool. Tekst: Peer Wittenbols. Regie: Ted Keijser. Vanaf 8 jaar. Gezien: 8/6 Spiegeltent, Enschede. Tournee: 15/6 t/m 21/7 Oerol festival Terschelling, Nijmegen, Apeldoorn, Kampen, Arnhem. Inl. 026-4459625 of www.oostpool.nl.