Pinproblemen

Volgens de overlevering werd de eerste betaaltelefoon in Hartford, Connecticut, in 1890 op de eerste dag dat hij in bedrijf was volgestopt met nepmunten. Inmiddels leven we in het tijdperk van de pinpas, het tijdperk van `plastic bij de vis', zoals het is genoemd. De pinpas is goed gebleken voor een serie verhalen over spooktransacties. Of waren het spookverhalen over transacties? De banken hebben de boot altijd afgehouden. Aan de pinpas kon het niet liggen – daar is immers nu net de pincode voor uitgevonden – dus moesten de risico's wel worden gezocht in de sfeer van de klanten c.q. hun familiesituatie. Twee jaar geleden nog bevestigde minister Zalm (Financiën) in antwoord op Kamervragen deze diagnose. Hij noemde de beveiligingsmaatregelen ,,adequaat''. Van belang was dat de bewindsman de daaraan verbonden bewijslastverdeling tussen bank en klagende cliënt als ,,niet onredelijk'' bestempelde. Deze verdeling drukt primair op de klant.

De toestand is drastisch veranderd door de eerste erkenning vorige week van de banken dat gevallen van fraude hebben plaatsgevonden geheel buiten de pashouder om. De eerste opdracht is dat het openbaar ministerie deze zaken tot klaarheid brengt. De banken hebben zich bereid verklaard in de geconstateerde gevallen gedupeerden schadeloos te stellen. Zij zullen zich ook zeker beraden op aanpassing van de beveiliging. De interessante vraag is wat de gevolgen zijn voor de toekomstige verdeling van de bewijslast.

In de Verenigde Staten rukt de zogeheten identiteitsfraude op, het misbruik maken van andermans sofi-nummer of rijbewijs. Zelfs een voormalig stafchef van de Amerikaanse krijgsmacht is er al eens het slachtoffer van geworden. In Nederland is volgens het vakblad `Overheid Innovatief' sprake van vijfduizend gevallen per jaar. Dit risico vormt een stimulans voor het invoeren van biometrische identificatie, zoals de irisscan. Daaraan wordt nu hard gewerkt in het kader van de terrorismebestrijding. Het private domein zal maar al te graag meeliften – zoals ook de uitdrukkelijke bedoeling van de regering is. Het kabinet erkende in december 2000 dat een ruime toepassing van biometrische identificatie inherente risico's heeft, met name het nalaten van een gedetailleerd elektronisch spoor van de burger. Minister Van Boxtel (Informatiebeleid) zei daar paal en perk aan te willen stellen. Maar veel verder dan het uitspreken van deze vrome wens is de regering niet gekomen.