Nigel Robson is onnavolgbaar als de Chinese gek

De betekenis van intervallen in de muziek is tijd- en cultuurgebonden. Thans gelden tertsen en sexten als `zoete' intervallen. In de Renaissance drukten ze in een lage ligging smart uit. Over de open heldere kwint is geen discussie. Die staat voor puurheid.

De Chinese componist Guo Wenjing (1956), wiens muziek zaterdag klonk in de Matinee, eindigt daarmee zijn Echoes of Heaven and Earth (1998) teneinde een staat van genade uit te drukken. Maar wanneer het koor smartelijk uithaalt, weeklagend met de hand voor de mond, is hij beslist sterker dan wanneer hij een wending ten goede aanbrengt. Guo Wenjing moet het hebben van affecten als smart en beklemming. Zoals in de kameropera Wolvendorp (1994) een heks de geesten bezweert die de Gek teisteren. De opera is gebaseerd op Lu Xuns Een Dagboek van een Gek (1918) waarin de stelling wordt verdedigd dat de Chinezen niet de vijand maar elkaar bevechten. Tenor Nigel Robson als de Gek zong en mimede onnavolgbaar: hij was zowel een Gek als een wrede menseneter in één.Begonnen werd met Wenjings She Huo (1991), een eerder uitgelaten dan ingehouden dankgebed waarmee hij zich voor het eerst in het Westen voorstelde. Dat een gebed ook woest kan zijn, is weer zo'n dubbelzinnige ervaring. In de oude liturgie werd de dood ook niet geassocieerd met zwart maar met de stralende kleur van het licht. Ik denk dat de fascinatie voor uitingen van vroeger en verre culturen met dergelijke ongrijpbaarheden samenhangt.

Ruimte was er zaterdag tevens voor Zwei Chinesische Grabschriften, een koorwerk van Stefan Wolpe uit 1937, pas onlangs uitgegeven. Het begint met lege kwintintervallen waarmee wordt verhaald over twaalf boeren die onthoofd en met een lege maag in het graf liggen, een navrant gedicht van Louise Peter. Het militante karakter wordt onderstreept door vrij onnozel slagwerk dat niets toevoegt en alleen maar afleidt. Zoiets kun je beter over laten aan Wenjing! Fraai is echter hoe Wolpe op `Ganz China weint' een weidse octaafsprong op `Ganz' plaatst, gevolgd door een secunde naar omlaag op `weint'. Nog fraaier is de zetting in een intens Con moto espressivo van het tweede gedicht. Slechts het schreeuwende slot maakt weer eens duidelijk hoeveel sterker Wenjing is in een dergelijk wreed wringende expressie. Laat Wolpe de kwint-roos en gun Wenjing de stekelige intervallen. Die vergelijking drong zich op dankzij scherp geprofileerde uitvoeringen en een onvoorwaardelijke inzet van het Nieuwe Ensemble en Nederlands Kamerkoor o.l.v. Ed Spanjaard.

Concert: Nieuw Ensemble en Nederlands Kamerkoor o.l.v. Ed Spanjaard. Gehoord: 8/6 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 11/6 20.30 uur.