Nieuwe pop put uit het verleden

Nieuwe vormen in de popmuziek, probeer ze maar eens te vinden. Voor het derde achtereenvolgende jaar deed het Haagse New Forms Festival een dappere poging, resulterend in een kruising tussen een bonte avond van de kunstacademie en een ontmoetingsplaats voor popliefhebbers die elders niet aan bod komen. In de hal destilleerden mannen in stofjassen elektronisch geluid uit appels en peren, terwijl dansers in de theaterzaal experimenteel tussen de inhoud van omgekeerde vuilnisbakken rolden.

Het festivalthema `roots en rituelen' werd uitgediept in de openingsspeech van Julian Cope, de Engelse popmuzikant die zich met zijn gezaghebbend boek The Modern Antiquarian heeft ontplooid tot een groot kenner van prehistorische stenencirkels en grafheuvels. Daarbij is Cope een excentrieke cultfiguur, die optreedt met geschilderd gezicht, in camouflagetenue en op plateauzolen van twintig centimeter, `en ze betalen me er ook nog voor.'

Cope bracht zijn theorie over het shamanisme in de popcultuur met veel humor, onder meer door Cliff Richard shamanistische tendensen toe te dichten na zijn spontane zangsessie tijdens een regenbui op Wimbledon.

In tegenstelling tot klassieke muziek is rock & roll een barbaarse kunstvorm, aldus Cope, die niet op schrift gesteld hoeft te worden om zich te kunnen ontwikkelen. Later op de avond illustreerde hij zijn theorie met een akoestisch solo-optreden, waarbij hij vooral monotone gitaarmantra's en instinctieve grom- en snuifgeluiden liet horen.

De meeste luisteraars joeg hij ermee naar de foyer, maar de volhouders kregen na veel barbaars akoestische-gitaargeweld ook nog de mooie liedjes Sunspots en The greatness and perfection of love te horen. ,,Morgen om deze tijd zit ik op een hunebed in Drenthe', verklapte Cope de dubbele agenda van zijn zeldzame bezoek aan Nederland.

Het ritueel dat door de jaren tachtig-coryfeeën Coil werd opgevoerd, bestond uit de narcistische dansact van twee blote kerels die zichzelf in manshoge spiegels bekeken en lieten bekijken. Eigenlijk was het een komisch gegeven, dat de ooit zo experimentele performance-pop van Coil nu aanleiding gaf tot nostalgie, want het publiek bestond voor een groot deel uit oudere reünisten van het Tegentonenfestival.

Het roots-gedeelte was in goede handen bij het Amerikaanse Little Axe, dat in 1994 als eerste op het idee kwam om samples van oude blues en gospel te combineren met nieuwe muziek. De nadruk lag op zwoel wiegende dubreggae waarin de blueszang van Skip McDonald enigszins ondergesneeuwd raakte, maar die de perfecte inleiding bood tot het primitieve dansritueel waarmee tegenwoordig elke rock & roll-avond wordt besloten. Het thema was er misschien aan de lange haren van Julian Cope bijgesleurd, maar New Forms bood een verfrissend alternatief voor al die festivals waar fans te hoop lopen voor de alleszaligmakende publieksfavoriet.

New Forms Festival met Julian Cope, Little Axe en Coil. Gehoord: 7/6 Theater aan 't Spui, Den Haag.