Mighty Quinn draagt geen Armani

Niall Quinn (35) hoopt zich morgen met Ierland niet alleen te plaatsen voor de achtste finales van het WK, hij wil ook een bijdrage leveren aan een meer humane visie op het topvoetbal. `Eindelijk iemand die zegt: voetballers hebben al dat geld niet nodig.'

I was looking at myself. I was blind, I could not see. A boy tries hard to be a man, his mother takes him by the hand. If he stops to think, he starts to cry. Oh why? If you walk away, walk away I walk away, walk away. I will follow. (U2)

Zou Niall Quinn wel eens naar zijn landgenoot Bono van U2 luisteren? Het refrein van I Will Follow duidt de wending die Quinn de voorbije maanden aan zijn leven heeft gegeven en die hem in de voetsporen van Bono bracht. Bono bindt vanuit de rock'n roll de strijd aan met het onrecht. De 35-jarige Ierse international (88 interlands, 21 doelpunten) gebruikt het voetbal als stap naar sociale rechtvaardigheid.

Op 14 mei 2002 organiseerde hij A Night with Niall, een benefietwedstrijd tussen FC Sunderland en Ierland. Met dit duel haalde hij bijna 1 miljoen pond binnen ten gunste van kinderziekenhuizen in Sunderland en Dublin. Daarmee hoopt Quinn, die namens de Ierse nationale ploeg ook zijn gezicht leende aan acties tegen racisme, een bijdrage te leveren aan een meer humane visie op het topvoetbal. Hij had als jonge speler zelf ondervonden hoe het voelde om Ier te zijn in Engeland.

`Fuck off Paddy! Fuck off Paddy!' Niall Quinn was negentien jaar, speelde voor Arsenal en kreeg van hooligans van Tottenham een hele batterij scheldwoorden te slikken. Hij was wel bestand tegen een geintje, maar deze spreekkoren griefden hem diep. Ze beschadigden zijn identiteit en confronteerden Quinn, gehecht aan de geborgenheid van zijn kleine gemeenschap Crumlin in Dublin, met de rauwheid van de rivaliteit in Noord-Londen.

De honger naar het groene shirt van het elftal van The Republic of Ireland raakte bij hem nooit gestild. Zestien jaar na zijn eerste interland kijkt Quinn nog steeds reikhalzend uit naar de volgende editie van de Ierse hymne. Voor hem zijn de wedstrijden van Ierland op het sfeervolle Lansdowne Road in Dublin ontmoetingen met zijn kindertijd.

De door de no-nonsense bondscoach Jack Charlton bij elkaar gescharrelde ploeg – gebaseerd op verwantschap met het groene eiland, teruglopend tot in de zeventiende eeuw – kreeg snel de reputatie van een team vol wilde hartstocht, met een groot strijdershart, een hoge pijngrens en veel kameraadschap. De Ieren voetballen om zichzelf en hun publiek te amuseren. The Green Army, het prettig gestoorde supportersleger, zorgt voor een aangename ambiance in het stadion. De overwinning tegen Engeland op het EK in 1988 (1-0) betekende het keerpunt van het Ierse voetbal en groeide uit tot een van de sleutelmomenten van de nationale sportgeschiedenis. De jonge Quinn vierde het feest met een invalbeurt. Het andere hoogtepunt was op het WK van 1990, toen Ierland pas in de kwartfinale tegen Italië strandde (1-0). ,,Ik zag hoe Franco Baresi, op dat ogenblik de beste libero ter wereld, in paniek de ballen in de tribune trapte als wij druk kwamen zetten.'

De onverwachte uitschakeling van Nederland en de kwalificatie voor het WK van dit jaar maakt voor Quinn de cirkel rond: begin en afscheid met een groot toernooi.

In 1997 verhuisde hij, na vier seizoenen Arsenal en zes bij Manchester City, naar het noord-oosten van Engeland. Bij FC Sunderland evolueerde zijn status naar die van The Migthy Quinn, de plaatselijk spionkop entte zich op de popklassieker van Bob Dylan. Hij fungeerde als bliksemafleider voor Kevin Phillips, met wie hij een dodelijk doeltreffend duo vormde. Zijn onbaatzuchtige spelstijl van opgestroopte mouwen viel in goede aarde in het verkommerde industriebekken.

Daarom richtte hij zijn benefietinitiatief ook naar de mensen van de streek rond Sunderland. Niall Quinn besliste om elke penny steun af te staan. `In dit glittermilieu van jongelui met Armanipakken en Ferrari's is er toch één man die zich vragen stelt over zijn bestaan. Iemand die recht staat en zegt: stop! Voetballers hebben al dat geld niet nodig', noteerde David Walsh in The Sunday Times. Niall Quinn komt in de herfst van zijn loopbaan tot bezinning.

Een gesprek met Brenda Whelan, de vrouw van de beste vriend uit zijn kindertijd, zorgde voor het beslissende keerpunt. Whelan werkt in het ziekenhuis van Crumlin met kinderen met een hiv-aandoening. Tijdens een bezoek aan het hospitaal van zijn geboorteplaats proefde Quinn van de taboesfeer rond de aids-afdeling. ,,De hiv-kinderen zijn een beetje vergeten. Daarom tracht ik ze te helpen met mijn benefietwedstrijd.' De fondsen worden aangewend ten voordele van twee ziekenhuizen. Ze dienen voor consultatiekamers waar ouders gevoelige gesprekken kunnen voeren met dokters, welzijnswerkers en verpleegkundigen. Ook worden ruimtes gecreëerd voor de begeleiding van opgroeiende tieners. Het is de bedoeling de wachtlijsten van jaarlijks meer dan 1.500 kinderen – met hepatitis, hiv en tuberculose – drastisch in te krimpen.

Niall Quinn wil blijvend investeren in de gezondheid van kinderen. Hij is zelf geboren op loopafstand van de bekendste kinderkliniek van Ierland. Toen hij achttien was, ging hij met de selectie van Arsenal tijdens de kerstdagen op bezoek bij een ziekenhuis in Londen. De oudere spelers stuurden hem naar de afdeling met terminale kinderen. Hij zou deze ervaring nimmer vergeten en slechts ten dele verteren. ,,De verpleegster vertelde me dat ze hoopten dat alle patiëntjes Kerstmis zouden halen. Dat was zes dagen later. Die laconieke uitspraak bliksemde me neer. Ik dompelde me die avond onder in de kroeg, maar het verhaal liet me niet meer los.'

Met A Night with Niall wilde Quinn ook de eigen demonen bevechten. Hij ontmaskerde zichzelf én de profvoetballer van de jaren negentig als een profiteur. ,,Dit is mijn manier om te zeggen: sorry. Ik verontschuldig mij omdat ik vaak heb toegegeven aan mijn slechte temperamenten', bekent Quinn. Hij verhaalt over het misbruik van zijn voorrechten. De kinderachtige voetbalhumor (,,zeer kwetsend voor gevoelige spelers'), het verwende vedettengedrag (,,ik kocht een nieuwe auto en deed hem een week later van de hand omdat ik hem niet mooi vond'), het gebrek aan onderlinge solidariteit (,,oudere spelers troggelden bij het kaartspel geld af van jongeren'), Quinn haalt het grondig over de hekel, voelt zich slecht in zijn vel bij het huidige topvoetbal en kruipt diep door het stof. ,,Als mijn zoon profspeler wil worden, raad ik het hem ten stelligste af. Als ik zelf in Dublin was gebleven en voor een gewone baan had gekozen, was ik zonder twijfel een rijker mens geweest.' Die tegenstrijdige gevoelens heeft hij steeds vaker. Want hij beseft ook dat hij dankzij het voetbal een zondagskind is: ,,Het voetbal heeft me ook alles gegeven. De supporters hebben me door dik en dun gesteund. Na twintig jaar is het tijd om iets terug te doen voor de mensen. Als Ierse inwijkeling voel ik me thuis in het noord-oosten.'

Hij besprak het idee met de voorzitter van FC Sunderland. Die zette meteen dertien mensen binnen de club aan de slag. Het is de gewoonte bij een Britse benefietwedstrijd dat iedereen van de gevierde speler een enveloppe krijgt met een cadeautje erin. Quinn gaf een zeer speciaal geschenk: een brief van een kind uit een ontwikkelingsland. Met als boodschap dat de opvoeding van het kind door de speler in kwestie gesponsord kan worden. Hij koestert de wens dat de brief het begin is van een relatie van de voetballer met het kind. Hij hoopt dat de spelers – ,,als ze na de match verdwijnen in de nacht' – beseffen dat hij hen iets heeft gegeven van veel meer waarde dan het bij een benefiet gebruikelijke horloge of ring.

A night with Niall groeide uit tot een fijngevoelige happening. De 35.000 fans in het stadion deden hem besluiten zijn initiatief te verankeren in de Niall Quinn Children's Charity.

Intussen volgden Tony Adams (Arsenal) en Gary Kelly (Leeds United) zijn voorbeeld met liefdadigheidsduels voor respectievelijke de Britse stichtingen tegen alchololisme en het kankerbestrijdingsfonds. Niall Quinn maakt school.

If you walk away, I will follow, zong Bono.