Macedonië wacht roerige zomer

Vorig jaar vochten Albanese rebellen met Macedonische regeringstroepen. Nu staan Albanese ex-strijders elkaar naar het leven. Woensdag vertrekken Nederlandse soldaten van de vredesmacht naar Macedonië.

Menduh Thaçi was net aan tafel geschoven toen twee mannen vanuit een auto enkele handgranaten naar restaurant Dora gooiden. Thaçi's lijfwachten, die aan een tafeltje bij de ingang van het restaurant zaten, trokken direct hun pistolen en vuurden op de inzittenden. Wonder boven wonder raakte niemand gewond.

Menduh Thaçi, vice-voorzitter van de Democratische Partij van Albanezen (PDSh) in Macedonië, was woedend. Maar hij kreeg weinig bijval van de andere Albanese politici. Thaçi had de aanslag grotendeels aan zichzelf te wijten, verklaarden zijn politieke rivalen. Dan had hij zich maar niet met criminelen moeten inlaten.

De PDSh eiste een verontschuldiging. ,,Dit is een politieke afrekening, geen criminele'', schreven ze in een officiële verklaring. Maar de rivalen gooiden olie op het vuur door restaurant Dora, eigendom van een familielid van Thaçi, een `fascistische zone' en Thaçi zelf een `verrader' te noemen. Een politieke crisis was geboren.

Vorig jaar streden Albanese rebellen met Macedonische regeringstroepen om meer rechten voor de Albanese minderheid in het land. Nu staan Albanese ex-strijders en politici elkaar naar het leven. Daags voor de aanslag op Thaçi vond een andere afrekening plaats. In het voormalige hoofdkwartier van de Albanese rebellen stapte enkele leden van een nieuwe Albanese splintergroep, het Albanees Nationaal Leger (ANA), binnen om geld te eisen. Toen ze dat niet kregen, schoten ze hun geweren leeg. Er vielen vier doden.

De `politieke' aanslag op zijn leven was voor Thaçi reden om op eigen houtje de verkiezingen in te gaan en zijn partij terug te trekken uit de Albanese Raad. Deze raad, opgericht om toezicht te houden op de afspraken uit het vredesakkoord en om Albanese politieke partijen gezamenlijk de parlementaire verkiezingen van 15 september in te laten gaan, wordt geleid door Ali Ahmeti. En juist Ahmeti steekt de invloedrijke zakenman Thaçi naar de kroon.

Ali Ahmeti dook vorig jaar op, tijdens de guerrillastrijd. Hij wierp zich op als onderhandelaar voor de Albanese rebellen en wist binnen te dringen bij Westerse bemiddelaars. Sindsdien dreigt hij de vice-president van de PDSh in populariteit voorbij te streven. Midden vorige week hield Ahmeti in Tetovo zijn kersvers opgerichte politieke partij, de Democratische Unie voor Integratie, ten doop.

Zijn populariteit is ook Ahmeti's persoonlijke overwinning; de Macedonische Albanees die in het naburige Kosovo jarenlang meevocht tegen de Servische overheersers maar bij het verdelen van de macht in Kosovo buiten de boot viel, heeft alsnog een eigen machtsbasis in Macedonië geschapen. Maar dat schept ook vijanden.

Thaçi is slechts een vijand. Het ANA is een andere vijand. De Albanese splintergroep kwam op na het vredesakkoord dat in augustus een einde maakte aan het acht maanden durende conflict. Het ANA mag door waarnemers een `verzameling heethoofden' worden genoemd, de groep is wel gevaarlijk. Hiërarchie ontbreekt, evenals structuur. ,,Wie zich tegen Ahmeti keert, behoort automatisch tot het ANA'', aldus de Albanese analist Veton Latifi. De splintergroep bestaat uit Albanezen die ontevreden zijn over de toezeggingen die zijn gedaan in het vredesakkoord. Uit oud-guerrillastrijders die geen lucratieve baantjes hebben gekregen na afloop van het conflict. Uit criminelen die zijn gebaat bij onrust en uit jonge mensen die de ideologie aanhangen van een Groot-Albanië, waarin Albanezen uit Albanië, Kosovo, Macedonië en Zuid-Servië zijn verenigd.

Een deel van deze jonge recruten komt van de Albaneestalige universiteit in Tetovo. Een fundamentalistisch bolwerk, dat wordt geleid door de extremistische rector Fadil Sulejmani. Op vrijdagmiddag spreekt hij regelmatig zijn duizenden studenten toe, opruiende speeches doordrenkt met nationalistische ideeën.

Het is vrijdag, maar Sulejmani spreekt niet. Honderden meisjes en jongens krioelen voor de ingang van de universiteit. Aan de gevel van de universiteit hangt een zwart marmeren gedenkteken: `Voor de studenten die zijn gestorven voor de universiteit van Tetovo en de vrijheid van het Albanese volk in een oorlog tegen de Slavisch Macedonische staatsterreur'. Op de gedenkplaat staan vier mannen, afgebeeld als heldhaftige strijders met kalasjnikovs in de hand. In de strijd tegen Macedonische regeringstroepen lieten ze vorig jaar het leven.

De universiteit van Tetovo is opgericht uit onvrede met het gebrek aan hoger onderwijs in de Albanese taal. Ze wordt gefinancierd met geld uit de Albanese minderheid en de diaspora. De kwaliteit van het onderwijs is bedroevend slecht. De diploma's worden nergens erkend, ook niet in Macedonië. ,,De jongeren worden er opgeleid voor werkloosheid'', zegt een Westerse diplomaat. De haatspeeches van rector Sulejmani vallen dan ook in vruchtbare bodem.

Docent Rexhep Ferri is een man van de oude, communistische stempel. Op een toon die geen tegenspraak duldt, hamert hij op de noodzaak van Albaneestalig hoger onderwijs in Macedonië. Het bestaan van de universiteit heet een `mensenrecht'. Tetovo fungeert als `het geweten van het volk'. De niet erkende diploma's zijn `een politiek probleem' en als de kwestie wordt niet opgelost, `valt het vredesakkoord in het water'.

Zijn studenten praten hem, onder zijn toeziend oog, na. ,,Ik neem direct de wapens op om te strijden voor de Albanese zaak'', zegt een jongen met een mager hoofd vol pukkels. Zijn klasgenoten slaan hem later joelend op de schouder.

Maar tot een nieuwe crisis zal het niet snel komen, verwachten waarnemers in Macedonië. In de aanloop naar de verkiezingen ,,wordt het wel een zomer vol incidenten'', voorspelt een EU-diplomaat. Incidenten, zoals de handgranaat voor Menduh Thaçi. Een weinig aanlokkelijk vooruitzicht voor de Nederlandse landmacht, die deze week een krappe vierhonderd soldaten naar Macedonië stuurt en het bevel van de NAVO-vredesmacht overneemt.