Leon de Winter kan in één dag van huid veranderen

Van een harige linkse intellectueel is Leon de Winter een goedgekapte besteseller-auteur geworden. Van zijn nieuwste roman, God's Gym, verkocht hij, volgens de uitgever, in één week tijd 30.000 exemplaren. ,,Maar hij is niet geheel van wezen veranderd'', zegt een van zijn vrienden.

Max de Winter (46), broer van schrijver Leon de Winter (48) en fotograaf voor De Nieuwsbode, haalt een paar vergeelde knipsels uit zijn rugzak. Eén uit de Telegraaf: de Beatles in Nederland. En een uit het Brabants Dagblad: Leon wint de Talentenjacht van Waalwijk. Dat was in 1973. Max de Winter: ,,De Beatles waren zijn grote voorbeeld. Lange haren, een snor. Toen hij zeven was stond hij in de serre op een mattenklopper gitaar te spelen. Schrijven deed hij ook al. Over politiek, vrede, de Vietnamoorlog. Ik gaf hem elke verjaardag een pen.''

Max de Winter haalt een miniatuur-controlekamertje uit zijn rugzak, gemaakt van oude rommel. ,,Leon hield niet van oorlogje spelen. Het werd altijd een soort stratego. Hij bouwde commandoposten, de aanvoerders heetten Churchill, Eisenhower, Chiang Kai-shek. Ik leerde alle presidenten van hem.''

Leon ging naar het gymnasium. Zijn ouders wilden dat hij advocaat werd. Zijn vader Moos de Winter had alleen lagere school gedaan, zijn moeder Johanna Zeldenrust zelfs dat niet. (Ze heeft nog nooit een boek van haar zoon gelezen.) Ze leerden elkaar kennen in Den Bosch, trouwden in augustus 1942 en doken samen onder. Hij als butler, zij als dienstmeisje bij een rijke Brabantse NSB-familie. ,,Mijn moeder vertelde dat ze hoge nazi-officieren moesten bedienen'', zegt Max de Winter. Ze waren de enige van hun familie die de oorlog overleefden. Alle anderen werden vergast in Sobibor. Na de oorlog, ze waren al in de veertig, kregen ze vier kinderen: Philip, Leon, Max en Betty. Vader De Winter begon een bedrijf in lompen, oude metalen en papier. Een voddenjood zou Leon de Winter hem later noemen. En hij schreef over de schaamte die hij voelde voor de ongeletterdheid van zijn ouders, de lage sociale status, de joodse marge.

En dat vindt zijn broer `walgelijk'. Hun vader was een voddenjood, maar wel een heel rijke. Met een vrijstaande villa aan het Zuiderpark, een groot bedrijfspand, een eigen goederentrein en een duwboot. Een knappe man in maatkostuums, met een grote Amerikaanse auto, een groene Ford Mercuri met wit dak. ,,Op de 8-millimeterfilms die mijn vader maakte, lopen we in witte overhemden met stropdas. Het kon niet meer kapot.'' Tot hun vader stierf aan een hartaanval. Hij was tweëenvijftig, Max negen, Leon elf.

Max de Winter: ,,Als je aan mijn moeder vroeg wat het ergste was wat haar ooit is overkomen, dan noemde ze de tijd na mijn vaders dood. Niet de oorlog.'' Met Leon praatte hij er niet over. ,,Hij is een superbinnenvetter, geen prater. Als er mensen op bezoek kwamen, kon hij nooit gezellig meedoen. Hij ging apart zitten. Verhalen bedenken, schrijven.''

Max bleef bij zijn moeder wonen tot ze stierf in 1994. Leon ging naar Amsterdam, naar de Filmacademie, hij was 20. Max de Winter: ,,Leon kwam bijna nooit meer in Den Bosch.'' Zijn moeder belde hem twee keer per dag. Producent René Seegers (49) raakte bevriend met Leon de Winter op de Filmacademie. ,,We hadden twee dingen gemeen: de liefde voor de Duitse literatuur. En we kwamen uit de provincie. We hadden allebei die schaamte. Dat we in de kroeg acteurs moesten zoeken voor een film en geen idee hadden hoe dat dan moest. De onzekerheid dat je je niet gedraagt volgens de codes.''

Seegers: ,,Maar we zetten ons ook af tegen de Amsterdamse arrogantie, we wilden ons eigen clubje hebben, waar ánderen graag bij zouden horen.'' Leon de Winter, René Seegers en Jean van de Velde verlieten de Filmacademie zonder diploma en richtten de Eerste Amsterdamse Filmassociatie op. Leons eerste boeken werden verfilmd. De (ver)wording van de jongere Dürer, Zoeken naar Eileen W. en La place de la Bastille. ,,Mijn eerste boeken hoorden bij de twintiger die ik toen was'', schrijft De Winter later. ,,Kritisch en geëngageerd. Een uiting van mijn verlangen een volwaardig lid te zijn van de intelligentsia.'' De films zijn, net als de boeken, serieus, streng van vorm.

Tien jaar later, halverwege de jaren tachtig, ging de filmassociatie met ruzie uit elkaar. In diezelfde tijd knipte Leon zijn lange haren en baard af, verliet zijn vriendin Bernadette, ging pakken dragen, verruilde zijn Eend voor een Jaguar en schreef een `ander' boek: Kaplan. `Ik durfde toen pas de bron van mijn schrijverschap aan te boren', schreef Leon de Winter later. ,,Vanaf dat moment werd ik steeds meer een `joodse schrijver'. Hij ging weg bij de kleine uitgeverij In de Knipscheer en kwam bij de Bezige Bij.

Alice Toledo was de redacteur die daar Kaplan begeleidde. Nu is ze zijn literair agente. ,,Wat me opwond was dat hier een verteller aan het werk was. Iedereen las het, maar niemand durfde het mooi te vinden. Het was amusement. On-Nederlands.'' Jessica Durlacher, zijn echtgenote, leerde hem ná Kaplan kennen toen ze hem interviewde voor het literaire blad De Held en, een jaar later, voor het Nieuw Israëlietisch Weekblad. ,,Place de la Bastille raakte ook al aan het joodse verleden. Maar in Kaplan durfde hij er meer mee te doen, hij durfde te vertellen, te schmieren. Een personage te beschrijven dat dicht bij hem lag. Het is heel verleidelijk om te denken dat Kaplan, een joodse schrijver in een mooi pak en snelle auto, Leon is. Kaplan is het soort schrijver waardoor vrouwen interesse krijgen in Leon. Het is Leon, maar ook niet.''

,,Ik herken in zijn latere boeken wel dingen van thuis'', zegt broer Max. ,,We waren niet heel gelovig, maar we hielden van de tradities. Op vrijdagavond uitgebreid eten. Op zaterdag naar de synagoge. ,,Maar of Leon nou zo joods is? Hij gaat nooit naar sjoel. Jessica en hij zijn wel door een rabbi getrouwd en zijn zoon is besneden. Maar volgens mij eet hij gewoon garnalen, misschien zelfs varkensvlees.'' René Seegers, De Winters vriend van de Filmacademie: ,,De joodse traditie biedt de mogelijkheid om bijzonder te zijn, om tot het uitverkoren volk te horen. Dat wil iedereen wel. Leon dus ook. Niet om ergens bij te horen. Hij wil dat mensen bij hem willen horen.''

Chris van der Heijden, schrijver en historicus leerde De Winter vóór Kaplan kennen. Hij interviewde hem voor het literaire blad Bzzzletin en werd zijn beste vriend. ,,Leon is helemaal niet joods. Zijn joodse achtergrond was wel een onderdeel van onze vriendschap. Maar het speelde voor mij meer een rol dan voor hem. Ik de zoon van een foute vader, hij de zoon van slachtoffers.'' Van der Heijdens vader vocht voor Hitler aan het Oostfront. ,,Ik was de vragende partij, ik wilde een schuldgevoel inlossen.''

Drie jaar geleden verbrak Leon de Winter na 22 jaar hun vriendschap. Van der Heijden wilde zijn boek over het laat-Middeleeuwse Spanje aan zijn vader aanbieden. ,,Ik nodigde Leon en Jessica uit voor de presentatie. Kort daarvoor kreeg ik een fax: `Jouw vader had de mijne naar Auschwitz kunnen afvoeren.' Ze kwamen niet.'' Een jaar later schrijft Van der Heijden een boek over de Tweede Wereldoorlog, Grijs verleden. De meeste Nederlanders, schrijft hij, waren tijdens de bezetting niet goed of fout, maar grijs.

Jessica Durlacher schrijft hem een brief, in Vrij Nederland. Ze vindt dat hij zijn vaders verleden bagatelliseert. Hij noemt haar, ook in Vrij Nederland, een opgewonden standje. Leon de Winter neemt het op voor zijn vrouw. En dan is de vriendschap echt voorbij.

Van der Heijden hield het meest van de Leon van Zoeken naar Eileen, van Bastille. ,,Die boeken waren minder misschien toegangelijk. Maar hij was een leukere, zoekende man.'' Daarna werd hij Amerikaanser, zegt Van der Heijden. Meer op uiterlijk en effect gericht. Van der Heijden: ,,Die aanstellerige auto, die kleren. Zo kende ik hem niet. Ik ken hem als walrus. Haren voor zijn gezicht, sloffen aan. Hing weken op een stoel zich vol te zuigen. En dan ging hij zitten en schreef een boek. Zo snel dat hij, net als Marquez, op bladzijde zestig was vergeten wat er op bladzijde één gebeurde.''

Jessica Durlacher: ,,Nou, zo is hij nog steeds. De sloffen, wekenlang lezen, zitten en schrijven. Hij gaat nu alleen af en toe naar de kapper.''

René Seegers: ,,Hij veranderde van de schrijver als linkse intellectueel in de schrijver als ondernemer en entertainer.'' Recensenten vonden dat onbegrijpelijk. Ze vonden dat hij `hapklare brokken' schreef, uit was op commercieel succes. Alice Toledo: ,,Hij was de eerste die glanzende persmappen uitdeelde bij de boekpresentatie. Not done in die tijd. Nu gebeurt het niet anders meer.''

Hij deed mee aan een reclamespotje van boekenclub Libris. Liet zich met een smoking aan liggend op een boekenplank filmen. Het tijdschrift Propria Cures monteerde dat beeld op een foto van een massagraf bij Auschwitz. De Winter schreef daarover: ,,Van alle schrijvers is het nota bene de jood die zo aandacht trekt voor zijn handel. De gladde, sjmoezende jood die uit is op snel succes.'' De Winter spant een kort geding aan tegen Propria Cures en wint.

Broer Max: ,,Leon kan net als mijn vader een asbak voor goud verkopen. Maar hij schrijft niet voor de poen of roem. Hij schrijft omdat hij dat nou eenmaal altijd doet.''

Filmacademievriend René Seegers. ,,De meeste mensen veranderen langzaam van huid, bij Leon kan dat in een nacht gebeuren. Dat choqeert mensen. Ze vinden het opportunistisch, denken dat het een pose is. Jessica Durlacher: ,,Voor Leon is de stap van droom naar daad heel vanzelfsprekend. Als hij op een dag bedenkt dat hij regisseur wil worden, dan is hij bezeten en gebeurt het ook.'' René Seegers: ,,Een producent als Matthijs van Heijningen doet er jaren over om de grote filmbaas met een dikke sigaar te worden. Leon doet het in een half jaar.''

Leon de Winter leert in 1994 de Amerikaanse filmproducent Eric Pleskow kennen. Pleskow is bijna zeventig, heeft dertien Oscars gewonnen en wil best met De Winter een internationaal filmbedrijf beginnen. De Winter wordt directeur van Pleswin Entertainment Group en verhuist naar Hollywood. Peter Voortman, twaalf jaar De Winters belastingadviseur, wordt mededirecteur. Voortman: ,,Een jongensdroom kwam uit. We zouden de Nederlandse film op de kaart zetten. We sloten contracten met Duitse filmbedrijven, onderhandelden met Amerikaanse banken. De telefoon stond niet stil. Leon is een fantastische zakenman, charismatisch. Managen had zijn interesse niet, maar het bedenken vond hij leuk. We tekenden hele organogrammen. Leon was gebiologeerd. Het was voor hem hetzelfde proces als het schrijven van een boek.''

Met één telefoontje was de droom voorbij. Afgesproken was dat Delta Lloyd Bank een filmfonds zou opzetten. Door een fiscale regel kunnen particulieren in films investeren en daar meteen belastingvoordeel mee krijgen. In het fonds zat 110 miljoen gulden. Voortman: ,,Op de dag dat we het contract zouden tekenen, trok Delta Lloyd de stekker eruit. Ze zeiden: hullie hebben het gedaan. Wij zouden onze zaken niet voor elkaar hebben.'' Er loopt een bodemprocedure over deze zaak. Maar de schade voor Pleswin is onherstelbaar. Ruzie met Pleskow, al het personeel moet worden ontslagen. Leon de Winter gaat terug naar Nederland.

Jessica Durlacher: ,,Ieder ander zou na zoiets uit het raam springen. Leon wordt de volgende dag wakker en heeft een nieuw idee.'' René Seegers: ,,Hij manifesteert zich nu als publicist, hij probeert de publieke opinie gestalte te geven.'' De Winter wordt gevraagd voor televisiedebatten, schrijft `polemische artikelen' en `pamfletten' van vier pagina's in Trouw, is lange tijd columnist voor het Algemeen Dagblad. Over het Israelisch-Palestijnse conflict. Over de aanslagen van 11 september, volgens hem het begin van de Derde Wereldoorlog.

Chris van der Heijden is verbaasd over de `nieuwe Leon de Winter': ,,Zo ken ik hem niet. Tot drie jaar geleden speelde Israël geen enkele rol voor hem. En wat hij daar nu over beweert is nonsens. Een land zonder volk voor een volk zonder land. De Palestijnen hadden wel degelijk een land opgebouwd.'' En over 11 september: ,,Hij heeft godbetert een Amerikaanse vlag in zijn tuin gehangen. Is hij dan echt al onze idealen van vroeger over hoe de wereld eruit zou moeten zien vergeten?

René Seegers: ,,Leon heeft weer een andere jas aangetrokken. Hij probeert iets nieuws uit. Hij roept heel hard om te kijken wat het effect is. Misschien te hard. Maar hij is niet geheel van wezen veranderd. Hij blijft ook de jongen uit de provincie die verbaasd naar de wereld kijkt.'' Alice Toledo: ,,Dat politieke engagement is niet nieuw, het zit in al zijn boeken. Hij heeft zelfs iets voorspellends.'' Ze bedoelt het boekenweekgeschenk Serenade uit 1995, over een oude joodse vrouw en de oorlog op de Balkan. ,,Dat is geschreven vóór de etnische zuiveringen.''

Jessica Durlacher: ,,Israel is altijd belangrijk geweest. Hij heeft er tien jaar geleden al een boek over geschreven, Sokolov.''

Jessica Durlacher. ,,Hij reageert op de veranderingen in de wereld sinds 11 september. Hij is geladen. Extremer zichzelf geworden. Hij is niet voor de bezetting van de Palestijnse gebieden. Maar het begint mode te worden pro-Palestijns te zijn. Hij zegt alleen: kijk naar de landen die Israël omringen. De dictaturen van de Arabische wereld, de haat van de moslims, de gruwelijke propaganda tegen de joden daar. Europa keert zich af van Amerika. Voor hem speelt het verleden een enorme rol. Zijn vader was de enige van zijn familie die in de oorlog de juiste keuze maakte en onderdook. Hij las de krant. Nu lijkt het alsof we weer op zo'n punt in de geschiedenis staan. We moeten weer kiezen en ik weet niet of wij hier wel kunnen blijven.''