Korn

Dat Korn-voorman Jonathan Davis plannen een ongezonde interesse aan de dag legt voor seriemoordenaars, hoeft na beluistering van Untouchables niet te verbazen. Ook zonder een diepgaande studie van de teksten is duidelijk dat Davis, die voor de roem losbarstte werkte als assistent-lijkschouwer, er een gedoemde gemoedstoestand op na houdt. Dat uit zich in een bijzonder gekwelde manier van zingen, als dat woord nog van toepassing is op de intense, krijsende manier waarop hij zijn zinnen uitspuwt. Het vandaag verschenen vijfde album van deze 'nu metal'-veteranen opent vertrouwd met de single Here To Stay: moddervette gitaarriffs die vanuit het ondereinde van het frequentiespectrum zijn uitgesmeerd over een stuwende, hiphop-achtige groove.

Nummers als Make Believe en Blame worden ineens opgesierd door branchevreemde synthesizers, die in de coupletten van Hollow Life zelfs meer aan jaren-tachtig-synthesizerpop doen denken dan goed is voor Korns reputatie.Toch valt die gewaagde zet goed uit omdat Davis' slepende, dreigende zanglijnen en de gelaagde productie nog altijd voor een uitgesproken `heavy' karakter zorgen. Verderop gaan gitaren en elektronica samen een gevaarlijke duikvlucht aan, waarin Davis' stem zich ternauwernood staande houdt. Welke demonen Davis ook mogen teisteren, als ze medeverantwoordelijk zijn voor zo'n heftige, overtuigende plaat verdienen ze wel een schouderklopje.

Korn: Untouchables (Epic/Immortal 501770 9) distr. Sony