In Brussel speelt Berlioz zelf voor Faust

Nog drie weken en Antonio Pappano (1959) dirigeert met Berlioz' `légende dramatique' La damnation de Faust zijn laatste voorstelling als muzikaal directeur van de Koninklijke Muntopera in Brussel. Na tien jaar en bijna dertig Brusselse producties wordt Pappano vanaf september de opvolger van Bernard Haitink als muzikaal directeur van het Royal Opera House Covent Garden te Londen. Woensdag geeft Pappano met dezelfde cast een concertante uitvoering van deze afscheidsproductie in het Amsterdamse Concertgebouw.

Het is opmerkelijk dat Pappano zijn Brusselse periode afsluit met deze muzikaal spectaculaire La damnation de Faust. In Brussel dirigeerde hij relatief weinig Franse opera, en ook zijn eerste seizoen in Londen leidt Pappano werken van Strauss, Berg, Puccini en Leoncavallo – geen Frans repertoire. Die nadruk op het Duitse en Italiaanse repertoire betekent echter geenszins dat het Franse repertoire Pappano minder goed ligt. Integendeel; zijn La damnation de Faust biedt een zelden gehoorde ritmische drive naast een meeslepende opbouw van dramatische spanning. Er klinken felle uithalen in de Hongaarse mars, de strijkers spelen passend jeukerig in Mefisto's lied van de vlo en een zeldzaam larmoyante cor anglais begeleidt Marguerites aria L'amour l'ardante flamme.

De Zwitser Roland Aeschlimann ontwierp decors, kostuums en belichting en maakt hier ook zijn debuut als operaregisseur. Zijn basisconcept is vindingrijk en vruchtbaar. De zoekende geleerde Faust is hier uitgedost als Berlioz zelf, die steeds een meer dan manshoog potlood en een contrabas meetorst in zijn faustisch streven naar méér.

Naast de voor Aeschlimann kenmerkende tovertrucs met licht en schaduw is het spel met vorm en perspectief in de decors opvallend smaakvol uitgewerkt. Marguerite maakt als een droombeeld haar opwachting achter gaasdoek, en waar Faust besluit het leven nog een kans te geven, doemt het hem hoop gevende koor van gelovigen op achter een diagonaal opgehaald paneel – als een guillotine die niet valt, maar stijgt. Niet steeds is de visuele esthetiek echter zo in harmonie met de theatrale functionaliteit – Fausts hellevaart is ondanks rookwolk en valluik niet meeslepend – en zeker de personenregie doet soms wat onhandig en statisch aan.

Dat zowel Marguerite, Faust als Mefisto hier toch driedimensionale personages zijn, komt op conto van eveneens scheidend artistiek beheerder Bernd Loebe, die een absolute topbezetting samenstelde. De jonge tenor Jonas Kaufmann is zowel vocaal als fysiek een slanke en lenige Faust. Hij geeft zijn rol met een niet vaak gehoorde lichtheid en souplesse gestalte en realiseert in Fausts reflectie-scène een hoogst bijzondere, zalvende klank met behoud van kern in zelfs het zachtste pianissimo.

Precies zijn tegenpool is de cynisch grauwende Méphistophélès van José van Dam, die zijn ruime ervaring in deze rol vertaalt in een duivelse onaantastbaarheid. Maar niet alleen dramaturgisch, ook vocaal is het Susan Graham die als Marguerite de handeling aanjaagt. Haar toon is zinderend van dramatiek maar in lyrische verlokkelijkheid ook volstrekt onschuldig, zodat niet alleen Fausts graag in het rokend hellegat zou zijn verdwenen om een zo sprookjesachtige Marguerite te redden.

Voorstelling: La damnation de Faust van H. Berlioz door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Antonio Pappano. Gezien: 7/6, De Munt, Brussel. Herh.: t/m 30/6. Concertante uitvoering: 12/6 Concertgebouw, Amsterdam.