Hysterie

Een mooi stuk had Arundhati Roy afgelopen zaterdag in deze krant. Mooi, en volmaakt hysterisch. Hysterie past bij Arundhati Roy, zoals hysterie past bij de Indiase volksaard. Dezelfde aard hebben de inwoners van Pakistan. Maar het is toch gewoon één volk, dat is dus niet verwonderlijk. Zoals het niet verwonderlijk is dat ook ik een flinke aanleg heb voor hysterisch gedrag. Misschien is een volksaard wel genetisch.

Elke ochtend stond ik op, tijdens wat men vakantie in Nederland noemt, om naar de computer te snellen en alle Indiase kranten te lezen. Was er al oorlog? Waarom beginnen ze niet? Laat het nu gebeuren jongens, zolang ik er met mijn familie niet bij ben.

Het is irritant om alles te weten en toch niets te begrijpen. Ik wist alles, ik wist wat de Indiase minister van Verkeer als ontbijt had gehad, bij wijze van spreken, maar snappen deed ik niets. Verzoenende taal op de ene dag, oorlogstaal op de andere. En hoe lang zou het blijven bij taal?

Amerikanen laten het tenminste niet bij taal. Ze riepen hun onderdanen terug. Tot ergernis van Indiërs vooral, die het als een belediging zagen. Waarom zouden Amerikanen, Russen en Chinezen, allemaal kernmachten, wel in staat zijn zich te beheersen, maar de Indiërs en Pakistanen niet? Het antwoord daarop lezen we bij Arundhati Roy.

Roy is een romancier, ze schreef een prachtig boek, `De god van de kleine dingen'. Maar als denkster of essayiste, daarover heb ik mijn twijfels. Op de vraag waarom ze Delhi niet verlaat zegt ze: `Als ik wegga en als iedereen en alles elke vriend, elke boom, elk huis, elke hond, eekhoorn en vogel die ik ken en waarvan ik hou wordt verast, hoe leef ik dan verder?'

Het is precies de toevoeging `waarvan ik hou' wat maakt dat de zin pathetisch wordt. Ik hou van theater, maar niet van onechte gevoelens. En dat is het probleem met heel de Indiase cultuur, inclusief de Pakistaanse: er is veel theater, maar er zijn maar weinig echte gevoelens. De cultuur van het subcontinent heeft een slimme, maar doorzichtige methode gevonden om niets meer te voelen. Men heeft zo geleerd te leven met ontberingen, met ellende en rampspoed, dat men het vermogen tot het voelen van juist de meest elementaire dingen in het leven heeft afgeleerd. Er is theater, er is onechtheid, er is masochisme, narcisme, hoogmoed, lichtgeraaktheid, gelatenheid en egomanie. Samen heet dat dus hysterie.

Iedereen in India en Pakistan is momenteel hysterisch. De sjouwers zowel als de journalisten. De onderwijzers zowel als de politici. De intellectuelen zowel als de generaals. Een hysterische, infantiele rotzooi. Met kernwapens, dat wel. Als de Amerikanen één ding weten dan is het dit: laat hysterische mensen geen kernwapens hebben. Arundhati Roy heeft het dus mooi uitgelegd, niet door wat ze schreef, maar door de manier waarop.

Blijf ik over. Qua ras ben ik Indiër. Ergo: hysterisch. Ik heb twee weken lang alle hysterische verhalen moeiteloos geïnternaliseerd. Fall out, range, second strike, 12 miljoen, wat, 32 miljoen doden, kanker en vergiftigde rivieren. Elke ochtend zat ik met bonkende zenuwen achter de computer te lezen wat een hoge Rus, Chinees, Amerikaan, Indiër of Pakistaan had gezegd. Hoop en dreiging, vluchtende westerlingen. Als westerlingen vluchten is het ernst.

Arundhati Roy geeft in haar artikel van zaterdag antwoord op vragen van westerse journalisten die ook mij steeds zijn gesteld. Is een kernoorlog een reële mogelijkheid? Is Delhi een belangrijk doelwit? Ga je de stad verlaten?

Ik zal proberen, en reken maar dat het me moeite kost, een niet-hysterisch antwoord te geven. Een kernoorlog is een reele mogelijkheid, inderdaad, als er eenmaal oorlog is. En of er oorlog komt, dat weten we voor het eind van de week. Daar is een simpele, klimatologische verklaring voor: begin juli breekt de moesson uit, regens die zulke aardverschuivingen veroorzaken dat geen tank erover kan. Bovendien hebben India en Pakistan net genoeg brandstof en munitie voor twee weken.

Als de oorlog begint, zal die ook escaleren omdat, zoals gezegd, de logica bij hysterische mensen een andere is dan bij gewone. De komende week wordt dus de belangrijkste in de menselijke geschiedenis, sinds de Tweede Wereldoorlog. Tien tot dertig miljoen doden, we moeten zien hoe de mensheid dat verwerkt.

Is Delhi geen belangrijk doelwit? Dat heb ik altijd een domme vraag gevonden. Maar natuurlijk is de hoofdstad van een land het belangrijkste doelwit. Delhi, Bombay, Bangalore, Madras, Calcutta, de middellangeafstandsraketten van Pakistan kunnen al deze steden met gemak raken. Ik heb Indiase vrienden die momenteel vluchten naar kleinere steden in de heuvels, maar als die atoomwolk komt kunnen ze toch geen kant meer op. Mijn advies: vlucht naar Colombo, hoofdstad van Sri Lanka, met een internationale luchthaven.

Ik ben goed in vluchtroutes, daarin verschil ik van Arundhati Roy, al zijn er meer verschillen. Arundhati Roy wil tegen haar vrienden en familieleden aankruipen, nog een keer beseffen hoeveel ze van elkaar houden, en dan sterven. Dat is mooi, en dat is hysterisch. Ik laat mijn vrouw en kinderen rustig achter in het veilige Nederland, ik ben de held van de terugtocht, niet van de `stay put and face the music'.

Ik heb het al beantwoord, ga je de stad verlaten: ik ben net in Delhi aangekomen, maar ja, zodra de oorlog begint verlaat ik de stad. Ik weet namelijk zeker dat u nog heel veel onzin van mijn hand zult willen lezen. Op de dag dat de bom valt, ben ik weg en ik moet niet vergeten de fotoalbums mee te nemen, anders zwaait er wat, zegt mijn vrouw. Ik vind haar sentimenteel, maar zij zegt dat dat minder erg is dan hysterisch.

ramdas@nrc.nl