HOE DE FRISHEID VAN LIMOENEN... STUIT OP 25 ZWIJGERS... EN VVD-REALISME

Jong, fris. Dat zou, naar het oordeel van het CDA en de LPF, de Nederlandse politiek moeten zijn na de verrassende uitslag van de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei. Voorlopig bevindt alles zich nog in het stadium van voornemens en intenties. Hoe jong en fris het kabinet en de parlementaire praktijk zullen worden, staat nog in de sterren. Maar ongebruikelijk is de sfeer in de Tweede Kamer dezer dagen zeker.

Neem het vragenuurtje op dinsdag. Normaal is het dan een gezellige boel, waarbij Kamerleden, journalisten en anderen genoeglijk koutend nieuwtjes, vragen en roddels uitwisselen. Zozeer zelfs dat de Kamervoorzitter de akoestiek van de Kamer is op dit gebruik niet ingericht regelmatig de bodes moet rondsturen om de aanwezigen tot meer fluisteren aan te sporen.

De tweede fractie van het parlement, de LPF, doet aan dit gebruik vooralsnog niet mee. De LPF'ers – voorshands 25 man sterk omdat Winny de Jong nog overspannen thuis is – nemen om twee uur bij aanvang van de vergadering hun plaatsen in, en staan pas op als zo'n anderhalf uur later, na de regeling der werkzaamheden, de Kamersessie is afgelopen. In toenemende mate doen sommige van hen aan het Kamerwerk mee: zij interrumperen eens, of bemoeien zich met de regeling der werkzaamheden. Maar hun voornaamste activiteit in de Kamerbankjes bestaat tot nu toe uit zwijgen.

Maar ook wanneer een LPF-Kamerlid sprekend in het Kamergebouw wordt aangetroffen, is er iets merkwaardigs aan de hand. Bij de andere partijen is het zo, dat eventueel informeel geventileerde ideeën kunnen worden gerelateerd aan partijlijn of fractiestandpunt daaraan ontlenen de sociale contacten aan de wandelgangen ook hun belang.

Bij de LPF daarentegen is dat niet het geval. Zeker lanceren de LPF'ers af en toe een ideetje opheffing van het ministerie van Binnenlandse Zaken bijvoorbeeld en opdeling van de taken ervan over Justitie, een nieuw minister voor imigratie en integratie, en een staatssecretaris voor bestuur onder de minister-president.

Maar wat de status is van een dergelijk voorstel, anders dan een aardige gedachte van een willekeurige LPF'er, is over het algemeen de vraag. Dat de LPF is opgericht als lijst van individuen ter stoffering van de politieke ambities van Pim Fortuyn, doet zich in dit verband voelen. De LPF lijkt trouwens nauwelijks haast te maken tot het uitbouwen van de lijst tot een partij met programma's, inspraak van de leden en wat dies meer zij.

Op dit algemene beeld van vrijblijvendheid bij de LPF bestaat één uitzondering: fractievoorzitter Mat Herben. Hij praat niet alleen honderduit, maar committeert zijn groepering ook in de dagelijkse coalitiebesprekingen onder leiding van informateur Donner. En na afloop staat Herben met verve de pers te woord wat hem in sommige kranten reeds de beloning heeft opgeleverd, als een waardevol politiek leider op het schild te worden gehesen verbeelding van de `nieuwe politiek' waarnaar, zegt men, het volk zo haakt.

Herben is dan misschien de lieveling van de pers aan de uitgang van de informatiebesprekingen, CDA-leider Balkenende doet het beter bij het volk. Op zonnige dagen schieten de toeristen op het Binnenhof hem aan, om hem met de verkiezingsoverwinning te feliciteren en te vragen of ze met hem op de foto mogen. Dat mag.

Het dagelijkse bad in de menigte komt nog bij de vele andere taken en verwachtingen die dezer dagen op de nog jonge schouders van Balkenende worden geladen: premier worden van een in potentie instabiel kabinet omdat een van de partijen de LPF in essentie toch nog even een black box zal blijven, en als politiek leider van het CDA ervoor zorgen dat de eclatante verkiezingsoverwinning van het CDA geen eendagsvlieg zal blijken en de partij haar sleutelrol in de Nederlandse politiek kan blijven vervullen.

Balkenende blijft er opvallend ontspannen, vrolijk en toegankelijk bij. Binnen het CDA leeft de gedachte om aan het streven naar frisheid in het kabinet mede uitdrukking te geven door het introduceren van wat volkomen onverwachte CDA-gezichten in het kabinet - zoals de Maastrichtse wethouder Theo Bovens die naar verluidt minister van Sociale Zaken zou kunnen worden. Informateur Donner zelf staat trouwens op het CDA-lijstje als mogelijk minister van Justitie.

Hoe jong, fris en vaag de kabinets-informatie er ook aan de buitenkant uit moge zien, men heeft al helemaal aan het begin lijstjes met kandidaat-bewindslieden laten rondgaan. Frisheid is mooi, maar er moeten tenslotte ook zaken worden gedaan. Zeker in de zienswijze van de VVD, die de ostentatieve onbevangenheid bij CDA en LPF met enige scepsis gadeslaat.

Geen uitgewerkt regeringsprogramma, maar slechts een rapport op hoofdlijnen, en dan straks meer dualisme in de Kamer? Dat kan, meent de VVD, als maar duidelijk vastligt dat de CDA-fractie zich committeert aan de voor de VVD dierbare beleidsvoornemens.

De VVD doet, na sterk aandringen van LPF en CDA mee aan de kabinetsvorming, omdat de beoogde coalitiepartners duidelijk tegen links hebben gekozen. De VVD doet niet mee om straks aan te zien hoe – onder het mom van dualisme – het CDA in de Kamer straks tegen de linkse oppositie aan gaat schurken. Dat zou in liberale ogen met frisheid niets te maken hebben. Dat zou gewoon een herleving zijn van oude tijden, waarin het CDA vanuit zijn centrale positie in het parlement voortdurend bezig was links en rechts in de politiek tegen elkaar uit te spelen.

Ook op het personele vlak heeft de VVD al vlug in de besprekingen duidelijk gemaakt dat niet alle werkelijkheidszin overboord gaat. De gedachte bij de LPF dat in het nieuwe kabinet geen VVD-bewindslieden uit Paars-II mogen terugkeren, heeft VVD-leider Zalm als volstrekt irrelevant van de hand gewezen. Hermans, Hoogervorst, Remkes - die moeten in ieder geval kunnen.

Over Dijkstal, aan wie Zalm in een onbewaakt moment toezeggingen heeft gedaan, valt eventueel nog te praten. Maar ook de VVD doet dezer dagen zijn best een sfeer van opgewektheid in de Nederlandse politiek overeind te houden.

Zalm en Balkenende wachten zich ook wel, om in de coalitiebesprekingen misbruik te maken van Herbens onervarenheid. Daarvoor zou immers later een prijs moeten worden betaald in de vorm van instabiliteit van het kabinet.

Donderdag vergaderen de Kamercommissies Volksgezondheid en Justitie over het experiment met vrije verstrekking van heroïne. Verder komt demissionair minister Borst (Volksgezondheid) naar de Kamer voor een interpellatie door Kamerlid Agnes Kant (SP) over de wachtlijsten.

In de Eerste Kamer staat morgen de Embryowet op de agenda.