Geen analogie

Het is aantrekkelijk Hans Janmaat postuum te kwalificeren als een avant-gardist, die zelf slechts in de marge kon opereren maar wel de weg wist vrij te maken voor de assertievere benadering van immigratie en immigranten, zoals zo succesvol is bepleit door Pim Fortuyn. Wat Janmaat in de jaren tachtig en negentig niet mocht zeggen, is nu immers geen taboe meer.

Werd Janmaat nog veroordeeld wegens zijn aankondiging dat hij, aan de macht, de multiculturele samenleving zou afschaffen, CDA-leider Balkenende, die in minder militante bewoordingen eveneens fundamentele kanttekeningen bij dit concept plaatste, is nog geen zes jaar later de beoogde premier. Wist Janmaat met zijn leuze `vol=vol' in 1994 maar drie zetels in de Tweede Kamer te bemachtigen, de LPF is met een semantische variant anno 2002 via 26 zetels naar het centrum van de macht opgerukt. Allerpijnlijkst is de wijze waarop de extremistische tegenstanders van Janmaat respectievelijk Fortuyn zich van kwaad tot erger hebben gedragen. Begin jaren tachtig werd de ideologische rechterhand van Janmaat voor zijn huis in Amsterdam aan een blok beton vastgetekend. Ongeveer vijf jaar later werd in een hotel in Kedichem, waar Janmaat en spijtoptanten uit de gesplitste Centrumpartij een verzoeningsberaad hadden, een brandbom naar binnen gegooid die mede tot gevolg had dat de secretaresse en latere vrouw van Janmaat blijvend invalide raakte. De escalatie was daarmee niet ten einde, bleek op 6 mei dit jaar, toen een regelrechte moord een einde maakte aan het leven van Pim Fortuyn.

Toch is er géén rechte lijn tussen de gisteren overleden Janmaat en de vermoorde Fortuyn. Een analogie construeren is gemakzuchtig én a-historisch.

Ten eerste omdat beide politici niet alleen qua charisma, maar ook in hun politieke profiel verschillen. Janmaat was vooral xenofoob en niet in staat een programma te ontwikkelen. De beweging van Fortuyn baseert zich juist op een diepgaander onrust over het bestuurlijke klimaat en het onvermogen andere culturen tot aanpassing te dwingem. Zijn eerste succesje haalde Janmaat door de Surinamers op de korrel te nemen. Hij schroomde zelfs niet het vaderlandse voetbal daarbij te betrekken, hetgeen in het licht van de Europese titel in 1988 nogal bespottelijk was. Zijn achterban verwierf Janmaat zo vooral in de naoorlogse tuinsteden van en overloopgemeenten rond de grote steden. LPF daarentegen heeft een snaar geraakt bij bredere groepen die de traditionele neiging om in Nederland zoveel mogelijk glad te strijken beu zijn.

Ten tweede omdat Janmaat in sociaal-cultureel opzicht op de keper beschouwd louter regressieve ambities had. Hij was de personificatie van de burger die terug wilde naar het tempo doeloe, toen de Nederlandse maatschappij nog gesloten was. Fortuyn op zijn beurt belichaamde juist een combinatie van eigentijds conservatisme en hedonisme. Zodoende appelleerde hij niet aan sectarische emoties van verliezers, maar aan het verlangen van de moderne middenklasse die waar voor zijn belastinggeld eist en tegelijkertijd niet wil worden beknot in de persoonlijke ontplooiing.

Janmaat kon nog met ogenschijnlijk gemak worden geïsoleerd, omdat hij toch niet naar grotere groepen in de samenleving kon doorbreken. De andere politieke partijen konden mede daarom de ogen sluiten voor de vraag hoe zijn kiezersvolk het best kon worden geïntegreerd. Bij Fortuyn is het precies andersom. Zijn beweging is juist een doorbraak en heeft de overige politieke partijen zo ten dele in een isolement gedrukt. Kortom, Janmaat was een man van het verleden, Fortuyn van het heden. Wat er ook met zijn LPF gebeurt, anders dan Janmaat heeft Fortuyn bewezen dat er bijna dertig zetels voor het oprapen liggen. Die wetenschap is voor de toekomst van betekenis.