Extreem-rechts politicus in cordon sanitaire

Het beste wapen tegen de opkomst van extreem-rechts. Zo is de gisteren op 67-jarige leeftijd overleden politicus Hans Janmaat vaak omschreven. Hij was in de jaren '80 en '90 het politieke gezicht van de extreem-rechtse beweging in Nederland. Maar juist vanwege zijn bij cabaretiers geliefde karikaturale uitstraling en het permanente rumoer rondom zijn persoon is het Janmaat nooit gelukt van deze stroming een factor van enige parlementaire betekenis te maken.

De naam Janmaat en zijn politieke groeperingen – aanvankelijk de Centrumpartij, later de Centrumdemocraten – was te vaak verbonden met strubbelingen en dubieuze praktijken. Hoewel hij daar zelf ver vanaf stond, oefende zijn partij aantrekkingskracht uit op gewelddadige types met nazi-sympathieën. Dit leidde al snel tot een scheuring in de partij, met als gevolg dat Janmaat in 1984 geroyeerd werd. Hij bleef toen in de Tweede Kamer zitten. Later ging hij door onder de nieuwe naam Centrumdemocraten.

Terwijl elders in Europa in de jaren '90 extreem-rechts met charismatische leiders als De Winter, Haider en Le Pen op basis van het anti-immigrantensentiment sterk in opmars was, leidde de politieke groepering van Janmaat een kwijnend bestaan. In de Tweede Kamer behaalde hij bij de verkiezingen van 1994 met drie zetels het grootste succes. Overigens deed extreem-rechts het toen bij de twee maanden daarvoor gehouden raadsverkiezingen in een aantal gemeenten aanmerkelijk beter. In Rotterdam behaalden de CP'86 en de Centrumdemocraten samen 13,7 procent van de stemmen.

Janmaat zelf weet het gebrek aan succes vergeleken met het omringende buitenland altijd aan het gebrek aan maatschappelijke acceptatie in Nederland. Hij voelde zich beperkt in zijn vrijheid van meningsuiting. Tegen het weekblad HP/De Tijd verklaarde hij in 1994: ,,Als ons meer politieke vrijheid wordt gegund, ja, dan is de beer los. Dan halen we dertig zetels, op zijn minst.'' Janmaats uitspraken zijn herhaaldelijk door Justitie getoetst. In 1997 werd hij tot aan de Hoge Raad toe veroordeeld wegens zijn opmerkingen waarmee hij de multiculturele samenleving verwierp. Aanleiding was een betoging in 1996 waarbij Janmaat de leuzen ,,eigen volk eerst, vol is vol en Nederland is voor Nederlanders'' had geroepen. Een veroordeling die Janmaat nog vorige maand bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg ter discussie stelde. Hij verwees in zijn verweer naar uitspraken van Pim Fortuyn tijdens de verkiezingscampagne. Volgens Janmaat mocht hij indertijd niet zeggen wat Fortuyn wel was toegestaan.

Hans Janmaat heeft zich van het begin af aan met het buitenlanderstandpunt geprofileerd en daarbij direct ook een golf aan protest weten te ontketenen. Bij manifestaties van zijn Centrumpartij waren de actievoerende tegenstanders vaak in de meerderheid. In 1986 liep een demonstratie tegen een bijeenkomst van zijn partij in Kedichem volledig uit de hand. Zichzelf `anti-racisten' noemende betogers gooiden toen een brandbom naar binnen in het hotel waar Janmaat vergaderde. Tijdens de hierop volgende vlucht uit het hotel raakte Janmaats secretaresse en latere vrouw Wil Schuurman blijvend invalide.

Over het vaak gehoorde verwijt racist te zijn, zei Janmaat in 1983 kort na zijn aantreden in de Tweede Kamer tegenover deze krant: ,,Het verheffen van het eigen boven het vreemde doen wij niet. Maar mag ik mijn eigen land wel zo aardig vinden dat ik zeg: die buitenlanders mogen best zichzelf blijven, alleen hoeven ze dat niet hier te doen.'' In datzelfde vraaggesprek motiveerde hij zijn stelling `Nederland voor de Nederlanders' nog eens: ,,Het gaat toch helemaal mis als je al die minderheden hier er in haalt? In de koran van die islamieten staat toch dat die christenen bestreden moeten worden? Moet je die strijd hier gaan halen?''

Zijn komst in de Kamer in 1982 leidde tot de afspraak tussen de overige fracties dat hij volledig genegeerd diende te worden. Het `cordon sanitaire' rondom Janmaat zorgde voor bizarre toestanden. In de toen nog oude vergaderzaal zat Janmaat alleen in een driezitsbank, omdat niemand naast hem plaats wenste te nemen. Collega-Kamerleden vroegen zich af of ze voor Janmaat wel de deur moesten openhouden als hij achter hen aanliep. En het personeel van de Tweede Kamer vroeg het presidium via de vakbond AbvaKabo om een ,,bevredigende regeling'' voor mensen die als gevolg van werkzaamheden voor Janmaat in gewetensnood raakten.

Janmaat werd in 1986 niet meer in de Kamer herkozen. Toen hij in 1989 terugkeerde, besloten de overige Kamerleden langzaam maar zeker hun isolatiepolitiek te wijzigen, ook al omdat uit peilingen bleek dat zijn aanhang aan het groeien was. Bleef het punt dat de Kamerleden maar moeilijk met hem konden discussiëren. Zoals de VVD'er Dijkstal in 1993 zei: ,,Het probleem is dat argumenteren met hem heel moeilijk is, want hij debatteert zo chaotisch.''

Janmaat werd politiek actief in de KVP, een van de voorlopers van het CDA. Hij was korte tijd directeur van een meubelfabriek die afbrandde. Op 34-jarige leeftijd begon hij aan een studie politicologie, waarna hij in Den Haag leraar maatschappijleer werd.