Een Australische killer

Voetbalminnend Italië heeft zijn hoop gevestigd op de spits van de Squadra. Christian Vieri, al sinds hij als jongetje de straten van een buitenwijk van Sydney onveilig maakte bijgenaamd `het monster', is de aanvaller die het Italiaanse elftal op het wereldkampioenschap van de ondergang kan redden. Een grote, stoere spits die niemand uit de weg gaat. Een voetballer met vuur in zijn schoenen die uit alle standen schiet en vaak ook doel treft.

Hij is het type spits dat elk elftal zich wenst. Een killer die een club minimaal vijftig miljoen euro kost en het dubbele oplevert. Hij is geen typisch Italiaanse spits, geen sluipschutter, geen rommelaar. Vieri is dan ook opgegroeid in Australië, als rouwdouwer van de straat, die na gevechten met zijn vrienden thuiskwam met builen op zijn hoofd en bloed aan zijn armen en benen. In Australian Rules Football, een sport voor harde jongens, leerde hij incasseren. Zijn vriend Paul Okon leerde hem voetballen. En ook dat kreeg hij door zijn nimmer aflatende inzet onder de knie.

Als 15-jarige keerde hij met dezelfde vriend voor een vakantie terug naar zijn geboorteland Italië. Daar maakten hij en vooral Paul als voetballer indruk op opa Enzo Vieri. Opa nam hen mee naar de club van Prato. En voordat Christian en Paul het begrepen, stond heel Prato naar hun kunsten te kijken. Opa overtuigde het duo en Christians vader Bob, eens een ster bij Juventus, Sampdoria, Roma en Bologna, dat Italië voor de voetballende Australische jongens het beloofde land was. Een jaar later had AS Torino hem al bij de kleine club Santa Lucia weggekocht. De ster van Vieri was rijzende.

Vieri scoorde en scoorde, bij Torino, bij Pisa, Ravenna, Venezia en Atalanta Bergamo. Met Jong Italië werd Vieri in 1992 en 1994 Europees kampioen – naast hem speelde Alessandro Del Piero. Bij Juventus werd hij met open armen ontvangen. Omringd door de begenadigde Zinédine Zidane en de talentvolle Del Piero speelde de gedreven Vieri in 1996 in de Arena Ajax van het veld. Zelden is Ajax zo gekleineerd als toen. Het was een van mijn mooiste voetbalavonden van de laatste tien jaar. Vieri maakte de Ajaxverdediging belachelijk en Zidane werd de lang gezochte hoofdrolspeler in mijn voetbalsprookjes en zou nooit meer worden vervangen.

Christian was niet als zijn vader Bob. Hij was niet als Bob een bloemenkind dat tegenstanders liever streelde dan onderuit schopte. Christian was hard, voor zichzelf en voor anderen. Hij wilde voetballen, scoren en geld verdienen. Toen Atlético Madrid veertig miljoen gulden aan Juventus bood, verhuisde Vieri naar Spanje. Na een seizoen van 24 wedstrijden en 24 doelpunten kreeg hij ruzie met de omstreden voorzitter Gil y Gil. Lazio Roma bood 70 miljoen gulden en Vieri was vertrokken.

Bij Lazio was hij vaak geblesseerd, waardoor hij maar twaalf maal scoorde. Bij Inter Milaan, dat hem voor honderd miljoen kocht (de paus sprak er schande van), leefde hij op. Met Ronaldo zou hij het beste spitsenduo ter wereld moeten vormen. Maar weer raakte Vieri en ook Ronaldo geblesseerd, waardoor hij onder meer niet in de UEFA Cup tegen Feyenoord kon spelen. Maar eenmaal hersteld bewees Vieri zijn waarde voor Inter en met name voor de Squadra Azzurra. Weer scoorde `Bobo' (naar zijn vader) op zijn bekende wijze. Opa Enzo is de man die hem tot het maken van doelpunten aanzet. Tijdens het vorige WK zei opa: `Als je op het WK niet minstens zes doelpunten maakt, trek ik je hoofd eraf'. Taal die kleinzoon Christian aanspreekt. Opa deed het niet. Dit keer zei opa: 'Kan me niet schelen hoeveel je scoort, als je maar scoort'. Christian (intussen 29) liet weten dat elk doelpunt een hommage is aan de man die hem als jongen overhaalde in Italië te blijven omdat hij in hem een jongen zag die Italië eens van de ondergang zou redden.