Balkende toont `sociaal gezicht' op partijraad

Nu het CDA hard op weg is naar deelname aan een rechts kabinet, hamert premier in spé Jan Peter Balkende op het sociale karakter van zijn partij.

Er is het CDA veel aan gelegen om - nu de partij verwikkeld is in coalitiebesprekingen met LPF en VVD - aan te geven dat we hier niet met een onversneden rechtse partij van doen hebben. CDA-leider Balkenende benadrukte tenminste zaterdag – op de partijraad van het CDA in Utrecht – het `sociale gezicht' van het CDA. Hij deed dat – geheel in stijl met de feestelijk getoonzette bijeenkomst – aan de hand van een grapje: in de verkiezingsstrijd was het veel over zijn haardracht gegaan, zei Balkenende, maar sinds de verkiezingen gaat het vaak ,,over mijn gezicht, mijn sociale gezicht''.

Het was een ingehouden feestje dat het - na acht jaar woestijn onder Paars bij de laatste verkiezingen als spilfactor in de Nederlandse politiek herleefde - CDA vierde in het Jaarbeurscomplex. Het meest heftige element was het optreden van de zang- en dansgroep Zenga, waarvan het erotisch gehalte hier en daar wat wenkbrauwen deed fronsen.

Verder overheerste blijmoedigheid. ,,Er is reden tot vreugde en er is uitzicht op een periode waarin er weer volop ruimte bestaat om ons christen-democratische gedachtegoed een stevige plek te geven in het regeringsbeleid'', constateerde de scheidend waarnemend partijvoorzitter, Bert de Vries in zijn toespraak.

Tegelijk constateerde hij dat de verkiezingsuitslag het CDA de verplichting oplegt naar `een nieuwe politieke cultuur' te streven. Het CDA denkt daarbij vooral aan meer `dualisme', dat wil zeggen grotere vrijheid voor de coalitiefracties in de Tweede Kamer, om hun houding tegenover het kabinetsbeleid te bepalen. CDA-leider Balkenende had daar in de verkiezingscampagne al voor gepleit.

,,Dualisme kan echter aleen slagen als ook de oppositiepartijen kiezen voor meer open en zakelijke verhoudingen'', concludeerde De Vries. ,,Als de oppositie een blok vormt dat als hoogste doel heeft het leven van het nieuwe kabinet en de nieuwe coalitie zo zuur mogelijk te maken, dan dwingt dat de regeringspartijen van de weeromstuit haast onvermijdelijk om naar elkaar en het kabinet toe te kruipen en dan zal er van het dualisme in de praktijk niet zo heel veel terecht komen''.

Dat dualisme voor het CDA niet betekent dat politiek leider Balkenende het premierschap aan zich voorbij laat gaan en in de Kamer blijft, maakte De Vries overduidelijk. Aan Balkenende de taak, zei de waarnemend voorzitter, ten aanzien van het dualisme vanuit het kabinet de juiste toon aan te geven: ,,het kabinet moet vanaf de eerste dag het goede voorbeeld geven. Het feit dat onze lijsttrekker en kandidaat-premier zelf zo'n krachtig voorstander is van meer dualisme is misschien wel de beste waarborg dat het ook in dit opzicht niet bij mooie woorden zal blijven''.

Na deze woorden van de voorzitter achtte Balkenende het in zijn speech kennelijk niet meer nodig, het nagestreefde dualisme nader toe te lichten. Het CDA wil de `partij van de samenleving' zijn, zei hij, ,,en naast de mensen staan''. De coalitiebesprekingen met LPF en VVD, aldus Balkenende, geven ,,tot nu toe'' aanleiding tot ,,tevredenheid''. Hij maakte met nadruk melding van de inwilliging van een aantal CDA-verlangens, zoals het schrappen van tolpoortjes en kilometerheffing, en de mogelijkheid voor plattelandsgemeenten om weer wijken te bouwen.

Toen volgden een aantal passages die door LPF en VVD vermoedelijk met grote aandacht ter kennis werden genomen: de nominale premie voor de nieuwe ziektekostenverzekering (waar links in de Kamer fel tegen is) zal niet worden ingevoerd zonder dat er uitvoerige zekerheden bestaan omtrent de compensatie voor lagere inkomens. En wat in jargon de `referte-eis' wordt genoemd – de eis dat iemand een aantal jaren arbeidsverleden moet hebben voordat hij in de WAO kan komen – daar heeft de CDA-leider `kritiek' op. Wat Balkenende zei over de WAO ging overigens wel beduidend minder ver dan de tevoren van zijn toespraak verspreide schriftelijke versie. Daarin heette het: ,,nu een referte-eis invoeren is wat het CDA betreft een brug te ver''.

Los van de actuele politiek werd op de Partijraad uitvoerig de loftrompet gestoken over de manier waarop het CDA zich de afgelopen acht jaar, tijdens de gang door de woestijn, heeft weten om te vormen van een blok van machthebbers tot een levendige organisatie, waarin volop ruimte voor debat is. Dat open karakter, zei De Vries, mag niet verloren gaan: ,,Laat het leergeld dat Paars in dit opzicht betaald heeft ook voor ons een waarschuwing zijn''.

Als teken van vernieuwing maakten twee kandidaten voor het partijvoorzitterschap, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart en Jan Krapels, op het podium van de partijraad een begin met hun verkiezingscampagne. In een dubbelinterview met beiden bleek dat zij weinig mogelijkheden zagen om als voorzitter straks onafhankelijk van de Kamerfractie politieke standpunten in te nemen – het CDA heeft vorig jaar wat dat betreft met de door voorzitter Marnix van Rij ontketende leiderschapscrisis duidelijk leergeld betaald.

Van Jaap de Hoop Scheffer, de man die het slachtoffer werd van de leiderschapscrisis vorig jaar, werd op de Partijraad afscheid genomen. Hij kreeg van de partij een uit afgedankte olievaten vervaardigde metalen flamingo ten geschenke, en de Vries prees hem als degene die het CDA door bittere tijden heen had geholpen.