Breekbare mensen in vele lijntjes

In het afwisselende aanbod van plaatselijke en buitenlandse kunstenaars brengt het gemeentelijk kunstcentrum Tent in Rotterdam naar aanleiding van een boekpublicatie een klein overzicht van Kees Spermon (1941-1992). Een ras-Rotterdammer, te jong gestorven, die als een gedreven academie-docent veel studenten heeft opgeleid in de grafische technieken. Het zou hem nu spijten dat het handmatig bewerken van etsplaten en lithostenen en het zelf afdrukken van prenten – met veel duw- en trekwerk aan de persen – als ambacht verdwijnt.

Spermon was een schilder, een tekenaar en een graficus pur sang, iemand van `special effects', maar dan bescheiden, statisch, in grijze inkttinten, op gangbare formaten. De tentoonstelling vertelt dat meteen al aan het begin, met de eerste, anekdotische etsen, uit de jaren zeventig: figuratieve taferelen, soms afgeleid van familie- en reisfoto`s. Ze doen wat gedateerd aan en herinneren aan de traditionele, Haagse figuratie: kunstenaars als Co Westerik, Pat Andrea en Herman Berserik die er in meer of mindere mate in slaagden om huiselijke voorvallen betekenislagen mee te geven. Een hond die thuis een vaas omzwiepte was al zo'n een akkevietje waar men eindeloos beeldend op kon voortborduren.

Spermon zocht verder, groef dieper en onderwierp zichzelf aan bizarre portretten. Het ging hem niet langer om een reële belevenis, maar om existentiële ernst, `ontstaan uit een-niet-weten', zoals hijzelf zei. Hij verdiepte zich in de boeken van Céline, Pinter en vooral in het absurdisme van Samuel Beckett. Reizen deed hij nauwelijks, of het moest vanaf eind jaren tachtig steeds naar zijn `adelaarsnest' in de Ardèche zijn.

In Spermons etsen is de mens dan allang in fragmenten uiteengevallen. We zien geen `plaatjes', maar prenten met duizenden korte lijntjes, waaruit twee of drie figuren opdoemen die lineair iets dikker zijn aangezet. Ze trekken samen op, tuimelen, ontwijken elkaar en nemen afscheid. De mens is een niet noemenswaardige substantie geworden, hopeloos breekbaar, mysterieus in zijn transparantie en gedoemd om het helemaal alleen te rooien.

Geïnspireerd door Schuberts Winterreise ontstaat een mooie serie van grotere prenten, waarbij grafisch alles uit de kast wordt gehaald om geliefden in knappe ijsschotsachtig geëtste structuren op papier te krijgen. Steeds weer keren die zoekende lijntjes en lijnen terug, dat behoedzaam aftasten – dat peinzen met de burijn. Uiteindelijk komt daar altijd wel een gestalte uit voort, maar die is nooit uit één stuk. Vlakbij die fragiele `schimmen in de mist' hangen flinke tekeningen en een enkel schilderij die het tegenovergestelde lijken te beweren. Lijnen en contouren staan stevig in het vlak verankerd, de schimmen zijn uitgedijd tot kolossen. Maar schijn bedriegt, ook hier heeft Spermon wankele constructies neergezet: lijven als levende machines, opgetrokken uit een wankel mozaïek van rechthoeken, elipsen en cirkels.

In de jaren voor zijn dood heeft Spermon het roer omgegooid. Hij keek meer naar buiten dan naar binnen, naar het dal in de Ardèche en naar de vogels daar. En hij ging schilderen in hel rood en blauw en geel. Er ontstaan kale bomen vol identieke vogels, iets tussen een duif en een merel in. Maar hoe vrolijk die doeken op het eerste gezicht ook lijken, in die bomen speelt zich een drama af. Elke vogel is in de boeien gezet van een cirkelvormige tak, hij kan geen kant uit, alsof zelfs voor vogels bewegingsvrijheid bij voorbaat zo zijn beperkingen kan hebben.

Spermon laat geen groot oeuvre na, maar eigenzinnig en integer werk dat te denken geeft. Het geeft zich net zo min gemakkelijk prijs als die leraar van toen, die zijn studenten in alles bijstond, maar zelf hooguit geruisloos tandenknarste als er iets tegenzat. Dat ene, grote portret in TENT, dat van verf lijkt, maar uit duizenden, vernuftige krijtstrepen is opgetrokken, is misschien geen zelfportret, maar het is wel Spermon zoals menigeen hem zal herinneren. Een forse kop – met de onpeilbare uitdrukking van een sfinx – die dankzij al die lijntjes duizelt van de bedrijvigheid. Wat zich achter die façade afspeelde, heeft hij kwetsbaar in etsen durven op te tekenen.

Tentoonstelling: Kees Spermon 1941-1992. Tot 9/6 in TENT, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Di-zo 11-18u. Boek: Kees Spermon, door Bram van Waardenberg, 115 blz. €22,50.