Burenruzies

Zijn er inderdaad joden in Amsterdam die niet meer met een keppeltje de straat op durven? Vast. Maar is die angst ook terecht? Ik moest denken aan een tante die als overlevende tien jaar na de oorlog weer in Nederland aanspoelde. Een keer in de maand kwam ze bij ons eten. Dan stond zij krijtwit voor de deur, ontdaan over wat haar nu weer was overkomen: iemand in de tram had een antisemitische opmerking gemaakt. Als klein jongetje vond ik dat vreemd. Ik had van thuis de opdracht streng op dat soort verschijnselen te letten, maar ik maakte nooit wat mee. Later ook niet, en ik kan verklaren dat ik in Nederland nimmer een antisemitische ervaring heb gehad. Waar je in Nederland wel veel op hoort kankeren, dat is op Turken en Marokkanen, maar op joden eigenlijk nooit.

Toch schijnt er veel antisemitisme te zijn, zelfs in de chicste buurt van Amsterdam, waar mevrouw Duisenberg ruzie heeft gekregen met de buren. De echtgenote van de bankdirecteur had op het balkon van haar prachtige huis een Palestijnse vlag opgehangen en de overbuurvrouw had daar vanaf het balkon van haar even prachtige huis tegen geprotesteerd. Er werd gekift, en ja hoor, het verwijt van antisemitisme was gevallen. Het heeft überhaupt toch iets eigenaardigs om het kanon van het antisemitisme in stelling te brengen bij het conflict tussen de joden en de Palestijnen. Wel eens Yasser Arafat gezien? Doe hem zijn theemuts af en zet hem een keppeltje op en je hebt, compleet met kromme neus, de klassieke jood die zo gecommitteerde zou kunnen zijn op het Maimonides Lyceum. Ik ben geen sibbekundige, maar ik heb ooit nog eens geleerd dat het allemaal Semitische volkeren zijn.

Was het een Finse vlag geweest dan zou buurvrouw vermoedelijk niets zijn opgevallen, maar die Palestijnse vlag werkte als het rood op een stier. In Barend & Van Dorp vertelde buurvrouw dat zij de vlag niet kon verdragen, omdat haar kinderen in Israël wonen. Die vlag zou hun geluk en het vredesproces maar in de weg zitten, zoiets. Helemaal begrijpen deed ik haar niet, maar de andere gasten knikten halfhartig, vermoedelijk omdat zij bang waren ook met het verwijt van antisemitisme besmeurd te worden. Zelf kreeg ik plotseling meelijden met de kinderen van buurvrouw. Dan had je in dat vredige Nederland kunnen wonen waar praktisch geen antisemitisme bestaat, maar dan zit je ineens in de woestijn jezelf wijs te maken dat je eigenlijk meer rechten hebt op dat stukje onvruchtbare grond dan die Palestijn die daar al een mensenleven bivakkeert. Dat is de tol die voor solidariteit moet worden betaald: je kunt het op den duur alleen volhouden als je het verstand uitschakelt.

In Duitsland heb je soortgelijke burenruzies. Vroeger werden die daar radicaal opgelost, maar gelukkig gebeurt het tegenwoordig op een literaire manier. In zijn roman Tod eines Kritikers laat Martin Walser een persoon vermoorden die veel lijkt op de tv-criticus Reich-Ranicki. Omdat Reich-Ranicki joods is, ligt de beschuldiging van antisemitisme onafwendbaar voor de hand. Die is trouwens al geuit vóórdat het boek verschenen is. Het is mogelijk dat Walser zich te buiten is gegaan aan antisemitisme, maar het zou ook kunnen dat Walser valselijk wordt beschuldigd. Ik kan mij goed voorstellen dat Walser die Reich-Ranicki eens wilde aanpakken. Jood of geen jood, Reich-Ranicki is een windbuil die met een enorm poeha oordelen uitspreekt. Het zou toch wel erg treurig worden als je niet meer tegen iemand kunt schrijven, alleen omdat hij joods is.

Inmiddels, zo lees ik, is mevrouw Duisenberg met de dood bedreigd en staat het personage dat op Reich-Ranicki lijkt aan het eind van de roman gewoon weer op. Ik had niet gedacht dat het ooit zou gebeuren, maar ik wil emigreren naar onze overburen.