Schrijfmachines

In Amsterdam, bij het Leidseplein, staat het Hirschgebouw, een van de grootste gebouwen van de stad. Daarachter, aan een kade, woont Harry Mulisch. Als ik langs dat imposante gebouw loop, stel ik me altijd even voor dat binnen alle muren, plafonds en vloeren zijn weggehaald en dat het hele gebouw gevuld is met de schrijfmachine van Harry Mulisch.

Na een verkwikkende ochtendwandeling gaat de schrijver er aan het werk. Dankzij een ingenieus systeem van katrollen, gewichten en contragewichten worden zijn toetsaanslagen vergroot tot enorme letters op een gigantische rol papier. Vaak is er 's avonds nog licht in het gebouw. De schepper schept.

Ik weet hoe ik aan die dwanggedachte kom. Het is de schuld van Willem Frederik Hermans, die in Het evangelie van O. Dapper Dapper schreef over de grootste schrijfmachine ter wereld, waardoor mensen als vliegjes verpletterd werden onder de zware hamerslagen waarmee de letters op het papier werden gezet. Die schrijfmachine stond aan de Vijzelstraat.

Ook schreef Hermans eens dat hij, als hij uit de trein de Koepelgevangenis zag, altijd even dacht: `Haarlem, geboortestad van Harry Mulisch.' De schrijfmachine aan de Vijzelstraat en de Koepelgevangenis bij Haarlem zijn in mijn geest samengekomen in het Hirschgebouw.

In werkelijkheid staat de grootste schrijfmachine ter wereld op het Piazza Venezia in Rome. Tenminste, de reisgids leert dat `de schrijfmachine' een van de bijnamen is van het Vittoriale, het gigantische monument voor de eenwording van Italië en de eerste koning, Victor Emanuel. Een welgekozen bijnaam, want van voren ziet het er inderdaad als een schrijfmachine uit.

Het is een paar jaar geleden opengesteld voor het publiek en nu zie je al van ver de trossen mensen die naar boven geklommen zijn, zo klein als vliegjes, alleen worden ze niet door hamers verpletterd, maar ze genieten van het uitzicht over de stad en van de zon. Net als Hermans als hij het over de schrijfmachine van Dapper Dapper had, barst ik in lachen uit bij deze Romeinse schrijfmachine, een megalomaan monument van dolgedraaide heroïek dat me met grote vreugde vervult.

Het getuigt van slechte smaak om zoveel plezier aan lelijke grote gebouwen te beleven. Toen ik voor het eerst in Rome was geweest vroeg iemand me wat de meeste indruk op me had gemaakt. De Sint Pieter, zei ik, waarna de vraagstelster zich nuffig van mij afwendde om met een beschaafder persoon te gaan praten. Ik wist wel dat het geen pas gaf om dat monument van katholieke megalomanie indrukwekkend te vinden, maar zo was het nu eenmaal. Al was de Sint Pieter lelijk, ik vond hem mooi omdat hij zo groot was.

Nu was ik daar weer even, omdat we voor iets anders vlak in de buurt waren, en ik kon me niet meer voorstellen dat ik dit jaren geleden mooi had gevonden. De vloer was nog steeds mooi en ook de Pieta van Michelangelo, maar het krankzinnige grafmonument met zijn zuilen van zwarte chocoladeletters en de prots en praal van het geheel waren een aanslag op de ogen en het verstand. Nu schaamde ik me een beetje voor mijn balorige antwoord van acht jaar geleden.

Waarom kon ik dan wel gelukzalig lachen om het Vittoriale, dat in lelijkheid nog wel een graadje erger is? Het Vittoriale is overwonnen en onschuldig gemaakt. Zijn krankzinnige heroïek is verleden tijd. Op de bordjes staat nog dat het heilige grond is, maar dat gelooft niemand. De Sint Pieter is nog steeds een heiligdom en dan stoort de barbaarse prots. ,,God keurt dit niet goed'', wisten we, alsof we Zijn smaak en kunstopvattingen kenden.