Politieke dieren

Het moet rond 1990 zijn geweest dat ik werd aangesproken door een jongeman. Dat komt, geloof het of niet, wel meer voor en ik zou het me niet herinneren als hij zich niet had bediend van een weinig klassieke openingszin. Of ik wel wist dat het instituut waaraan ik studeerde dagelijks vele dieren martelde? Moest ik daar geen actie tegen ondernemen? Ik vertelde hem dat ik geen medicijnen maar geschiedenis studeerde en dat ik met dierproeven niets van doen had. ,,Maar je maakt er wel deel van uit, door daar te studeren'', zei hij op de geduldige toon van iemand die het gelijk aan zijn kant meent te hebben en het op zich heeft genomen alles langzaam aan een sukkel die van niets weet uit te leggen. ,,Wat wil je dan, dat ik kap met studeren? Ik denk niet dat zoiets veel indruk zal maken. Er zal geen konijn bij gebaat zijn'', zei ik afrondend. De jongeman ging onverstoorbaar verder. ,,Nou, misschien kun je in de geschiedenis van het verzet tegen vivisectie wel wat vinden waar wij iets mee kunnen.'' ,,Wij?'' Een geheimzinnig lachje was zijn antwoord.

Ik sprak af met `wij' en kwam ergens driehoog achter terecht. Daar werd een vage video afgedraaid met, zo vertelde men, beelden van een Amerikaans laboratorium. Een grote aap werd door een machine met enorme snelheid met zijn schedel tegen een muur gebeukt. Mensen in laboratoriumjassen lachten om het resultaat. Na de voorstelling wees men mij erop dat er sprake was van een groot complot van medische stand, de politiek en de farmacie. Dit alles om dieren op allerlei wijzen te kunnen pijnigen. In de bio-industrie, door dierproeven, door bontproductie en wat al niet. Als historicus zou ik kunnen uitzoeken hoe dat gekomen was. Ik zou alle hulp krijgen. Zou men mij niet toelaten tot bepaalde bronnen (dat werd verondersteld), dan zouden deze jongemannen ervoor zorgen dat ik het materiaal in handen kreeg. Ook mocht ik mee op een verboden nachtelijke excursie naar een proefdierenlaboratorium.

Complotten, verboden missies, geheimzinnigdoenerij, veganisme en liefde voor dieren. Het was allemaal heel fascinerend. Ik keek het gezelschap eens rond. Straith edge zou je ze nu noemen. Niet roken, niet drinken, geen drugs en ook niet veel seks. Allemaal keurige jongemannen met de akelige uitstraling van ideale schoonzoon. Belezen waren ze ook. Een propvolle boekenkast met alles over dierproeven en veel over Hitler. Dat intrigeerde me. Wat voor politieke opvattingen hadden deze mensen? In ieder geval waren zij niet extreem-links.

In die hoek worden zij meestal wel geplaatst. Na de moord op Fortuyn en door de achtergrond van Volkert van der G. meer dan ooit. Maar het is niet terecht. Het is namelijk helemaal niet gemakkelijk deze mensen een passend politiek etiket te geven. Dat is in 1997 al eens op interessante wijze uiteengezet door de veganist Eric Krebbers. Krebbers wijst op de grote diversiteit aan politieke opvattingen van dierenvrienden. Sommigen zijn evenzeer tegen het slachten van dieren als tegen abortus. In de Verenigde Staten en Engeland tooien deze dierenvrienden zich met badges met de afbeelding van een foetus afkomstig van fundamentalistische christelijke pro-life organisaties. Andere activisten voor dierenrechten worden in Frankrijk en Duitsland ingelijfd bij juist extreem-rechtse organisaties. Zij keren zich met name tegen ritueel slachten en eten geen vlees omdat zij dan moslims en joden die in slachthuizen werken zouden ondersteunen. ,,De grenzen tussen reactionaire en progressieve, tussen racistische en antiracistische visies worden door [sommige] veganistische stromingen [...]meer en meer opgeheven'', zo citeert Krebbers het Antifascistisch Komitee Bremen.

Wat de strijd tegen dierproeven betreft is dat altijd zo geweest. Zowel links als recht, religieuzen en niet-religieuzen, feministen en antifeministen hebben zich in de loop der tijd aangetrokken gevoeld tot de bevrijding van het dier. Dat wordt duidelijk wanneer men naar de geschiedenis van het georganiseerd verzet tegen dierproeven kijkt. In Nederland begint die geschiedenis in 1890 met de oprichting van de Nederlandsche Bond tot Bestrijding der Vivisectie (NBBV). Volkert van der G. is volgens een krantenbericht lid geweest van deze organisatie die nu, gefuseerd met de in 1931 opgerichte Anti-Vivisectie-Stichting (AVS), voortbestaat onder de naam Proefdiervrij. De beweging werd in haar beginjaren gefinancierd door zogeheten burgerlijke, dat wil zeggen, niet-socialistische feministen. Onder haar aanhangers telde de NBBV veel mensen die een christen-anarchistische levenswijze voorstonden. Zij waren sympathisanten van Tolstoj en predikten geweldloosheid en soberheid. Daarbij hoorde ook geweldloosheid tegen dieren en matigheid in eten door een gezond vegetarisch dieet en geheelonthouding opdat de medische wetenschap minder te doen zou hebben en geen dierproeven nodig zou hebben. Dieren moesten niet opgeofferd worden voor de zondige en ongezonde levenswijze van mensen.

De aanhang van de NBBV bestond niet uitsluitend uit feministen en christen-anarchisten. Op de ledenlijst treft men bijvoorbeeld ook de namen aan van Abraham Kuyper en A.F. de Savornin Lohman. Het in 1906 opgerichte Comité tot Beperking van Vivisectie trok vooral een liberale achterban en rekende de naturalistische schrijver Marcellus Emants tot haar leden. De AVS telde in de jaren dertig onder haar leden veel dominees, juristen en ingenieurs, waaronder Anton Mussert en M.M. Rost van Tonningen. Let wel, deze personen uit zeer verschillende politieke richtingen waren lid van het georganiseerd verzet tegen dierproeven. De mensen met wie ik meer dan tien jaar geleden kennismaakte niet. Zij behoorden tot de zogenaamde autonomen en waren eerder fanatiek dan links.

Het is daarom niet verwonderlijk dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst het moeilijk heeft om deze dierenbevrijders in de gaten te houden. Het is geen onwil of laksheid, zoals vooral vandaag wordt gesuggereerd. Activisten voor dierenrechten werken alleen of in kleine groepen. Ze zijn niet allemaal te vinden in anarchistenkampen of dergelijke linkse gelegenheden. Wie dat denkt maakt het zichzelf gemakkelijk, verlangt terug naar de karikaturale scheiding tussen links en rechts van voor 1989 en probeert op al te enthousiaste wijze de verdorvenheid van links aan te tonen. Daarvoor krijgt hij in de hedendaagse samenleving een welgemeend applaus. Dit over de koppen van miljoenen beesten. Dieren hebben geen boodschap aan links of rechts. Zij lijden.