Gouden Palm voor Polanski, veel politieke prijzen

De 55ste editie van het Filmfestival Cannes bood veel goede films in de competitie. Niet de films met een radicale vormgeving, maar die met een geëngageerde stellingname gingen er met de prijzen vandoor. De jury waardeerde vooral films over de kloof tussen arm en rijk.

De verdeling van de prijzen in Cannes kan dit jaar niet anders geïnterpreteerd worden dan als een politieke daad. De hoofdprijs voor Roman Polanski (68) betekent dat de Franse Pool sentimentele rechtvaardigheid ten deel valt: ook al is The Pianist soms een beetje conventioneel, het is een grote film van een groot regisseur. Voor het eerst verwerkte Polanski de gruwelen die hij als kind in het getto van Warschau meemaakte expliciet in een film.

In politiek opzicht vormt de bekroning van een film van een Franse jood over de shoah echter een ideale combinatie met de juryprijs voor de Frans-Palestijnse coproductie Intervention divine van de Arabische Israëliër Elia Suleiman. Zeker gezien de alweer bijna vergeten boycot-oproep door een Amerikaanse joodse organisatie tijdens de eerste dagen van het festival, vanwege de vermeende herleving van Frans antisemitisme.

Politiek zijn ook andere keuzes van de jury onder voorzitterschap van David Lynch, maar ook met Sharon Stone en de Deense tweevoudige Cannes-winaar Bille August. Het passeren van Jack Nicholson voor zijn monumentale hoofdrol in About Schmidt ten gunste van de Waalse hoofdrolspeler Olivier Gourmet in Le fils is een bestraffing van de Amerikaanse cinema, zoals ook de speciale jubileumprijs voor Michael Moore's radicaal anti-conservatieve documentaire Bowling for Columbine in dezelfde richting wijst.

Met de prijs voor Ken Loach' scenarist van Sweet Sixteen (over Schotse werklozen en handel in drugs) en de dubbele bekroning van Aki Kaurismäki's The Man without a Past (goede Finse daklozenromantiek, maar niet Kaurismäki's beste film, waarin de bekroonde Kati Outinen in feite een bijrol speelt) zegt de jury: goed dat er zo veel films in competitie waren over de kloof tussen arm en rijk, of zoals Lynch het verwoordde: ,,De wereld is in beroering en staat van oorlog, maar het gaat goed met de cinema. Ook al kwam de jury prijzen tekort, we waren unaniem over de moeilijke beslissingen.'

De Fin Kaurismäki, veteraan van vele festivals, doorbrak alle regels van het protocol, niet alleen door in een open overhemd de prijs in ontvangst te nemen, maar ook door een extreem kort dankwoord, waarin hij alleen zichzelf bedankte.

Wie buiten de prijzen vielen, waren de makers van radicaal artistiek bevlogen films met een extreme vormgeving, zoals Gaspar Noé's controversiële Irréversible, Aleksandr Sokoerovs virtuoze Russian Ark, surrealistische verbeeldingen van elementen uit de Engelse (Michael Winterbottoms 24 Hour Party People) en de Chinese popcultuur (Jia Zhangke's Unknown Pleasures), alsmede Marco Bellocchio, David Cronenberg en de onverdroten topkwaliteit leverende eerdere Palmwinnaars Mike Leigh en Abbas Kiarostami.

Het was, kortom, een jaar met heel veel goede films in competitie, waarvan alleen Irréversible echt geschiedenis schreef.

Het was ook een goed jaar voor het in films uit ontwikkelingslanden gespecialiseerde, aan het Filmfestival Rotterdam verbonden Hubert Balsfonds. Het fonds trad op als cofinancier van Elia Suleimans film, van een andere persprijswinnaar He remakono van de Mauretaniër Abderrahmane Sissako, en van Japón van de Mexicaan Carlos Reygadas die een eervolle vermelding voor de Gouden Camera ontving. Van de ongeveer twintig Bals-films van het afgelopen jaar, waren er negen geselecteerd door de verschillende secties van Cannes, en wonnen er drie een prijs of een vermelding. Dat is een uitzonderlijk hoge score voor Rotterdam in Cannes.