Petje en puntmuts

`Als ze hun petje opzetten worden ze lastig', zei de onderwijzeres, veterane in de omgang met jongens uit de hoogste klassen van de lagere school. Ik las het in een interview, jaren geleden. Het is een opmerking van het soort dat je bijblijft, omdat je het voor je ziet, en omdat er iets mee gezegd is waarover je verder kunt denken. Een paar ogenschijnlijk brave jongetjes zetten hun baseballpetje op, kijken niet braaf om zich heen, gaan zonder aanleiding met elkaar vechten, meisjes pesten, met stenen gooien, voorbijgangers naroepen, worden `lastig'. Het woord alleen al. Bent u wel eens `lastig' geweest? Hoe kwam dat? Doordat u iets aan uw uitrusting toevoegde, een stok, een petje, sneeuwbal? Of was u al lastig, en kwam het door dit extra tevoorschijn? In het eerste geval is er een direct oorzakelijk verband; in het andere zocht uw latent aanwezige lastigheid alleen naar een middel om naar buiten te komen. Er is een wisselwerking tussen op en in het hoofd. Door het petje op school te verbieden worden de kinderen inwendig niet minder lastig maar de docent heeft het gemakkelijker omdat het probleem wordt verplaatst.

Destijds, in de oude dagen van het poldermodel, werd de betekenis van het petje voor de functionele lastigheid ontdekt. Stakers kregen allemaal een petje voor ze de actie ingingen. Meer dan lastig kon toen een staking niet worden. Het Nederlandse polderpetje bevorderde en kanaliseerde de lastigheid. Dat was een geniale toepassing. Of in dit land, onder een centrum-rechts bewind dat bij toenemende werkloosheid miljarden moet bezuinigen, het petje weer dezelfde goede diensten zal bewijzen? Ik vraag het me ernstig af.

Bestaat er een wetenschap van het hoofddeksel? Een populaire natuurlijk wel.

Oudere kunstenaars zie je wel eens met een alpinopet op. Je weet op welke manier ze zich kunstenaar voelen, en zij willen ook graag dat jij dat weet.

Hollandse toeristen maken zich uit de verte bekend door in de vertrekhal van het vliegveld een cowboyhoed of een sombrero op te zetten, een beetje schuin. De moderne agent heeft de klep van zijn pet wat dieper over de ogen. Je kunt iemand beter leren kennen door hem voor zijn verjaardag een napoleonssteek te geven. Hiermee naderen we al het gebied van de vermommingen. Pruiken en snorren kunnen wonderen doen. De volmaakte vermomming is die waarin de ware geest van de vermomde zich het best thuis voelt. Daarmee is dan gezegd dat zo iemand eigenlijk iemand anders is dan degene die we in zijn `normale' verschijning uit het dagelijks leven kennen. Op een verkleedpartijtje komen de ware identiteiten tevoorschijn.

Ik kom tot het probleem van deze week. In de grote steden van het westen zie je de laatste jaren op straat steeds meer mensen die ook op warme dagen hun bijzondere capuchon hebben opgezet, een grote puntmuts met ver vooruit stekende zijkanten, een schuilhut voor hoofd en gezicht. Voorzover ik gezien heb, zijn ze het eerst in New York verschenen. Ze werden en worden gedragen door de daklozen. Dat is begrijpelijk. De nachten zijn koud, en ook als ze dat niet zijn, geeft zo'n kledingstuk je de illusie dat je toch ergens thuis bent. Er zijn kinderen die hun jasje over hun hoofd trekken als ze zich eenzaam voelen. De dakloze, onder het puntdak van zijn capuchon, achter het wagentje waarin hij al zijn bezit bewaart, heeft er op zijn manier een soort huiselijkheid van gemaakt. Ik kan me dat wel voorstellen. En dan heb je de sporters die een stevig eind hebben gejogd of geroeid en die met een capuchon hun hoofd voor kouvatten behoeden. Die bedoel ik allemaal niet.

Het is een warme middag. Er komt iemand de tram binnen, aan wiens bewegingen je kunt zien dat hij niet ouder dan een jaar of dertig is. Ik probeer iets van zijn gezicht te zien. Dat lukt niet. Het is verborgen in de schaduw van zo'n grote omhullende puntmuts. Op het Rembrandtplein lopen er weer twee. Uit de schemering onder het hoofddeksel komen rookwolken. Ik ruik de kruidige geur van smeulende hasj. De zon gaat onder. Op een bankje aan de Amstel zitten er twee. Het silhouet van hun puntmutsen steekt scherp af tegen het spiegelgladde water. Het maakt een middeleeuwse indruk.

Monniken zijn het, die zich in gedrag en kleding aan deze maatschappij op drift hebben onttrokken.

Vergissing. Op de televisie zie ik 's avonds een clubje puntmutsen stenen gooien naar een waterkanon dat een wereldleider verdedigt. De puntmutscapuchon is, denk ik, het hoofddeksel van het nieuwe verzet. Blijf bij de tijd, neem zelf de proef, koop zo'n ding en stel vast hoe u zich voelt.