Ervoor vluchten kan niet, erín wel

Voetbal is verwerpelijk. Door hooliganisme en corruptie zou de sport ten dode zijn opgeschreven. Maar voetbal is ook oogstrelend.

De meest omstreden maar tegelijk meest geliefde sport begint aan zijn volgende hoogtijdagen. De wereld waarin vrijwel alles wat onwettig is en tegen de regels van omgangsvormen indruist, wordt voor de ogen van miljarden mensen een maand lang beheerst door waanzin. Hoe verwerpelijk voetbal ook vaak is, met al zijn nadelige gevolgen, wanneer de bal waar ook ter wereld rolt, ontspoort het maatschappelijk verkeer. Het gaat niet meer om het spel hoe oogstrelend het ook kan zijn het gaat om geld, sensatie, macht en eergevoel. Voetbal raakt een gevoelige zenuw, bij steeds meer mensen.

Dit keer zijn vele hunkerende ogen gericht op wat zich vier weken lang bijna dagelijks in Japan en Zuid-Korea op en rondom het voetbalveld afspeelt. Vakanties, verjaardagen, feestjes en vergaderingen zijn erop afgestemd, weddenschappen zijn afgesloten, nieuwe televisietoestellen met liefst breedbeeld zijn aangeschaft en reclamecampagnes van grote en kleine bedrijven zullen waanzinnige vormen aannemen. Zelfs mensen die voetbal niet leuk vinden, ontkomen niet aan de magnetische werking. Vluchten heeft nauwelijks zin, overal heerst voetbal.

Voor het eerst sinds aan het einde van de negentiende eeuw in Engeland voetbal volgens bepaalde spelregels en fatsoensnormen werd gespeeld, wordt het wereldkampioenschap in Azië gehouden. Steeds vormden landen in Europa en Zuid- of Midden-Amerika, waar voetbal al sinds honderd jaar wordt gespeeld, het strijdtoneel. In 1994 genoot Noord-Amerika (de Verenigde Staten) de eer 's werelds beste voetbalnaties te ontvangen. De missionarissen van de wereldvoetbalfederatie FIFA meenden er goed aan te doen ook de Amerikanen kennis te laten maken met het huns inziens spectaculaire spel.

Maar voetbal leed in de Verenigde Staten een forse nederlaag. De populariteit van de traditionele Amerikaanse sporten American football, honkbal, basketbal en ijshockey bleek onaantastbaar. Voor het toernooi werd nog overwogen de spelregels enigszins te veranderen, zodat een voetbalwedstrijd voor de Amerikanen aan aantrekkelijkheid won. Er werd aan gedacht het doel te vergroten, waardoor de kans op meer doelpunten toenam. Amerikanen, zo was bekend, ervoeren voetbal als een sport waar een uitslag als 0-0 veelvuldig voorkwam. Amerikanen willen doelpunten, ze willen treffers, zo veel mogelijk. Ze willen puntenlijstjes en statistieken, geen blanco scorelijst. Dat beseften de Amerikaanse televisiemaatschappijen en de Amerikaanse sponsors. Voetbal moest aantrekkelijker worden gemaakt.

De wedstrijden in de kolossale stadions trokken veel publiek. Zeker als het hometeam ten strijde trok. Maar toen het voetbalcircus het land had verlaten, trokken de Amerikanen weer massaal naar hun eigen sportwedstrijden. Vrouwenvoetbal sloeg daarentegen wel aan. Maar dat was geen gevolg van het wereldkampioenschap van 1994. Het Amerikaanse vrouwenelftal behoort al jaren tot de beste van de wereld. Waarom? Misschien trekt het mannelijke in voetbal hen zo aan.

In Japan en Zuid-Korea lijken de voetbalmissionarissen meer kans van slagen te hebben. Voetbal wordt al onder invloed van Britse zeelieden sinds het einde van de negentiende eeuw in beide landen gespeeld, hoewel nooit zo massaal. Koreaanse voetballers lieten zich voor het eerst internationaal gelden tijdens het wereldkampioenschap van 1966 in Engeland. Noord-Koreaanse amateurs schakelden dankzij een doelpunt van Pak Doo Ik, een tandarts uit Pyongyang, de favoriet Italië al in de voorronde uit. Jarenlang galmde bij een wanprestatie van de Italiaanse teams hatelijk `Corea, Corea' door de Italiaanse stadions. Noord-Korea leek op weg naar een volgende sensatie toen ze tegen Portugal met 3-0 voorkwamen. Maar door vier doelpunten van Eusebio bleef Portugal uiteindelijk Noord-Korea met 5-3 de baas.

Zuid-Korea speelt al voor de zesde keer mee om het wereldkampioenschap sinds 1986 de vierde keer op rij. Zuid-Korea beschikt sinds 1983 over een profliga. Japan, waar voetbal moet concurreren met honkbal, sinds 1993. In de zogenoemde J-League spelen tal van (vaak oude) internationale oude sterren voor veel geld en veel en vooral enthousiast publiek. Door de buitenlandse voetballers en trainers steeg het spelniveau aanzienlijk. Drie Japanners zijn zelfs al in het Europese profvoetbal actief, twee in Italië en één in Nederland. Japan doet voor de tweede keer mee aan het wereldkampioenschap.

Het was te voorzien dat Zuid-Korea dan wel Japan eens in navolging van Europa, Zuid- en Noord-Amerika het wereldkampioenschap voetbal zou mogen organiseren. Maar een land dat de gunsten van internationale voetbalbestuurders wil verwerven, moet weten hoe de machtsverhoudingen liggen. Dat het wereldkampioenschap nu gezamenlijk wordt georganiseerd heeft veel weg van een compromis. Zowel de Zuid-Koreanen als de Japanners hebben alles in het werk gesteld om het WK alleen in eigen land te krijgen. De Engelse journalist David Yallop vertelt in zijn boek How They Stole the Game (1999) hoe met name Koreaanse autoriteiten jarenlang bezig waren de inzet tijdens de lobby te verhogen en de bestuurders van de wereldvoetbalfederatie te overladen met geschenken als fotocamera's, auto's, reisjes en natuurlijk geld. Dat werd zelfs de Maleisische voorzitter van de Aziatische federatie, sultan Ahmad Shah te gek. Hij schreef, zo valt in Yallops boek te lezen, een brief aan de leiders van alle confederaties waarin hij `zich geneerde voor de uitgebreide campagne die wereldwijd gaande is'.

Intussen was een felle strijd aan de gang tussen FIFA-voorzitter Havelange en de voorzitters van de confederaties. Havelange was opmerkelijk gecharmeerd van Japan en probeerde de voorzitters van de zes confederaties ervan te overtuigen dat de lobby onbetamelijk agressief was. Volgens Yallop werd Havelanges voorkeur ingegeven door de macht van het Japanse reclameconglomeraat Dentsu, dat destijds nog een belang van 49 procent had in het aan de FIFA gelieerde reclameagentschap ISL. Zuid-Korea gooide het over een ethische boeg. Wanneer Zuid-Korea als enige het WK mocht organiseren zou alle winst naar het voetbal zelf terugvloeien, en dan wel verspreid over alle werelddelen.

En daar hadden de andere voetbalbestuurders wel oren naar. Havelange leed tijdens de beslissende vergadering in 1996 een zware nederlaag. De Koreaanse en Japanse afgevaardigden, beiden geleid door voormalige premiers, besloten tot zijn ergernis aan de vooravond van het besluit het WK samen te organiseren.

Havelange werd vlak voor van het wereldkampioenschap van 1998 opgevolgd door zijn algemeen secretaris Blatter, de man die nu wordt beticht van financiële malversaties, zelfverrijking en belangenvermenging. Zijn omstreden handel en wandel is al eens door Yallop in diens boek tegen het licht gehouden. Blatter probeerde via een kort geding de Nederlandse uitgave (De Voetbalmaffia, De corrupte spelletjes van de FIFA) te verhinderen. De rechtbank van Amsterdam achtte de klacht ongegrond. De schrijver citeerde over het algemeen anonieme bronnen. `Maar', vond de rechter, `van een organisatie met een zo groot publiek belang mag worden verwacht dat zij een transparant beleid voert. Bij gebreke daarvan kan zij zich niet beklagen dat kritische vragen en twijfels worden geuit over de herkomst en besteding van gelden.'

Voetbal wordt wereldwijd in die vervuilde atmosfeer gespeeld. Andere kwalen als spelverruwing, doping, corruptie, racisme, geweld in en buiten het stadion, hooliganisme dragen bij tot de discussie hoe voetbal te zuiveren van het kwaad. Altijd weer, altijd na weer een eruptie van onverkwikkelijkheden, wordt voetbal een sombere toekomst voorspeld. Verontruste politici en gedreven wetenschappers, van sociologen tot massapsychologen, lossen elkaar af. Het voetbal gaat kapot hoe vaak is het de afgelopen decennia niet gezegd en geschreven. Maar het voetbal kan niet kapot.

Voetbal is uitvlucht en toevlucht tegelijk. Komende maand wordt er aan de andere kant van de wereld gevoetbald om de hoogste eer. Geen evenement is groter dan het wereldkampioenschap voetbal. Nederland is niet door voetballers vertegenwoordigd. Of dat jammer is? Stel deze vraag aan een willekeurige groep mensen en de discussie duurt uren en laait hoogop. Eens zullen ze het nooit worden. Want het gaat over voetbal.