Kabinet moet van alle Nederlanders zijn

De kiezer heeft op 15 mei afgerekend met de oude politiek. Er zullen weliswaar fouten worden gemaakt met rechtstreeks gekozen politici maar er is geen andere weg, meent Jo Ritzen.

De Nederlandse kiezer heeft gesproken. En de kiezer heeft altijd gelijk. Maar wat heeft die kiezer nu eigenlijk gezegd? Wonend in Washington, op een comfortabel verre afstand, ben ik nog aan het bekomen van de uitslag, aangeslagen, verbijsterd over de aardverschuiving die zich heeft voltrokken in een land dat het in alle economische en sociale statistieken, ook die over criminaliteit, zo goed heeft gedaan in de afgelopen tien jaar. En waar de kiezer toch zei: we hebben genoeg van de oude politiek. De kiezer sprak dat met overdreven duidelijkheid uit.

Hebben de traditionele Nederlandse waarden van openheid, tolerantie, pragmatiek en consensus afgedaan? Zijn de opvattingen van de kiezers zoveel veranderd in de afgelopen vier jaar? Was het een dijkdoorbraak van gevoelens van ontevredenheid die al langer als een onderstroom bestonden, door de dijk heen sijpelden en zo de dijk ondermijnden? Ik hoop dat die verklaring onjuist is en dat de tegenstem zich eerder richt tegen het gebrek aan democratisering, tegen te veel paternalisme, tegen het uitblijven van actie tegen de schrijnende wachtlijsten en files, tegen de te geringe aanpassing van de sociale infrastructuur aan de sterk veranderde samenstelling van de bevolking.

Uitgaande van de verklaring dat onvoldoende is ingespeeld op snelle veranderingen, staat het interim-kabinet-Balkenende het volgende te doen. Interim, inderdaad want ik verwacht niet dat het een lang leven beschoren is. Wat is het mandaat, ontleend aan de tegenstem voor de nieuwe coalitie met Balkenende als minister-president, samen met de Lijst Pim Fortuyn en een derde wiel aan de wagen – Zalm zal zich wel tien keer achter zijn oren krabben voordat hij hier in stapt. De verwachting lijkt gewettigd dat het derde wiel eraf loopt – waarbij moet worden aangetekend dat voorspellingen als deze in het verleden niet altijd uitkwamen.

Dit kabinet moet er op de eerste plaats voor zorgen van alle Nederlanders te zijn, en weer een gevoel van zekerheid en zelfvertrouwen terugbrengen dat door de polarisatie van de verkiezingen is aangetast. Zekerheid en zelfvertrouwen voor alle Nederlanders, jong en oud, nieuw in Nederland of sinds generaties gevestigd. Het moet de sociale cohesie versterken, vertrouwen brengen tussen verschillende groepen in de bevolking. De kiezer zal dit kabinet afrekenen op het vergroten van het vertrouwen tussen mensen, voor het bieden van garanties voor een comfortabel leven. Het kabinet mag niet een tijdelijke ruk naar rechts zijn, maar moet een basis bieden voor een nieuw `elkaar verstaan'.

Er moet een nauwere band geschapen worden tussen kiezer en gekozene. Proportionele vertegenwoordiging wordt nu gezien als achterkamertjespolitiek, met verlicht regentschap. Met het gevoel van onvoldoende rekenschap. Lange tijd heb ik verdedigd: If it ain't broke, don't fix it. Maar deze verkiezingen laten zien dat mensen echt vinden dat het kapot is. Er zullen fouten gemaakt worden met rechtstreeks gekozen politici, met de gekozen burgemeester. Maar er is geen andere weg. De assertieve kiezer vraagt meer van de overheid en pikt minder. Die dubbelhartigheid kan alleen maar verzoend worden met directere vertegenwoordiging.

Een en ander zal waarschijnlijk niet de problemen oplossen, het zal de economische groei of concurrentiepositie niet verbeteren (maar wellicht evenmin aantasten), maar op 15 mei heeft Nederland verklaard: de oude politiek is van de baan. Dank aan D66 voor deze agenda. En heel vreemd dat juist de partij die in het verleden het meest met oude politiek is geassocieerd, het CDA, deze agenda gaat aanvoeren.

Tot zover geen probleem van een ruk naar rechts, geen gevaar voor het overheersen van de onderbuik. Veel riskanter is de aanpassing van de sociale infrastructuur aan de veranderde samenstelling van de Nederlandse bevolking. Het `i-woord' kan niet vermeden worden, maar moet vooral pragmatisch-realistisch en idealistisch worden benaderd. Immigratie heeft de Nederlandse samenleving heel sterk beïnvloed. Meer dan 15 procent van de bevolking (maar mogelijk zelfs 25 procent) heeft geen traditionele wortels in de Nederlandse samenleving en is geen onderdeel geweest in het ontwikkelen van het sociale contract van hard werken, openheid en tolerantie. Het idealisme is een welbegrepen eigenbelang, namelijk dat de Nederlandse samenleving altijd in staat is geweest zich aan te passen aan immigratie en daar wel gevaren bij is. Het realisme is dat de huidige structuren wellicht niet zo'n goede voedingsbodem zijn voor het bouwen van bruggen, voor integratie en wederzijdse beïnvloeding die als positief ervaren wordt.

Het nieuwe kabinet zal hard moeten werken om het gevoel van veiligheid te vergroten voor alle burgers (kort of lang in het land). Een gevoel van onveiligheid wordt door veel kiezers opgegeven als motief voor hun keuze. Het gevoel van vertrouwen tussen bevolkingsgroepen lijkt weg te zijn. Mensen steken 's avonds de straat over als ze iemand van `de anderen' tegenkomen. De `anderen' houden hun handen in de tram tegen de bovenrailing om te laten zien dat ze niet zakkenrollen. Allemaal kleine dingen, maar samen veel te veel.

Politie is, helaas, een onderdeel van de oplossing. Maar werkt het `oom agent-model' nog wel? De agent die helpt, met wie grappen gemaakt kunnen worden maar die tegelijkertijd weinig autoriteit uitstraalt, die je accepteert als het uitkomt en wellicht negeert als het niet uitkomt.

Er zitten te veel agenten achter het bureau met twee vingers te tikken. Met de bestaande Politiewet lukt het onvoldoende om agenten op straat te krijgen. De Politiewet moet dus aangepast, gemoderniseerd, worden. Agenten moeten weer de strenge scheidsrechters worden, met wie geen geintjes uitgehaald kunnen worden. Het administratieve werk kan aan ingehuurde krachten overgelaten worden. Dan kunnen er ook meer agenten komen waar bussen, treinen, openbare ruimten of zwembaden niet veilig zijn. Het sluiten van openbare zwembaden wegens veiligheidsproblemen is onaanvaardbaar.

Voorts moet de capaciteit van justitie drastisch worden uitgebreid. Te veel burgers horen het woord seponeren te vaak in gevallen waar ze niet het gevoel van recht aan overhouden. Vervolging is een essentieel onderdeel van veiligheid, met reïntegratie als doel, maar ruimte voor preventie op basis van strafrisico (inclusief intrekking verblijfsvergunning), en voor tijdelijke verwijdering van risico's uit de samenleving. Discriminatie moet stringenter worden aangepakt, met eenzelfde strafgraad als andere misdaden. Dit klinkt nogal rechts, omdat we in Nederland zo verknocht zijn aan het zelf `uitleggen' van de regels in ons eigen voordeel. En het werkte langere tijd nog ook.

Het nieuwe kabinet zal waarschijnlijk te kort regeren om serieuze veranderingen te brengen in het systeeem van sociale zekerheid en de relatie tot werk en integratie. Werk is de ultieme integrator. Zelf de kost verdienen en het prestige van een productieve bijdrage leveren. Dat ontwikkelt het gevoel van gezamenlijkheid, je moet wel dezelfde taal spreken.

Grote delen van de bevolking zien vooral de rechten die aan de sociale infrastructuur zijn verbonden, waarbij de plichten zich moeilijk laten opleggen. Het ligt wellicht voor de hand om sociale zekerheid veel meer afhankelijk te maken van gewerkte jaren – met uitzondering van onderwijs en gezondheidszorg. Het is de moeite van onderzoek waard om na te gaan hoe huursubsidie, bijstand en WAO uitwerken op integratie. Gevaren voor de inkomensverdeling moeten vermeden worden maar Melkert heeft met de Melkertbanen een aantrekkelijke uitweg laten zien: voor iedereen kan werk er zijn.

Waar de dijk doorgebroken is, zal veel moeten gebeuren.

Dr. J. Ritzen was van 1989 tot 1998 PvdA-minister van Onderwijs.