De grote verrassing onverklaard

Wat was de grote verrassing van de verkiezingen van 15 mei? Niet de overwinning van de Lijst Pim Fortuyn. Die was min of meer juist voorspeld. Nee, de grote verrassing was de zege van het CDA. Weliswaar was eveneens voorspeld dat die partij winst zou maken, maar dat zij van 29 op 43 zetels zou springen en zo de verreweg grootste partij zou worden, had niemand verwacht.

Die verrassing was zó groot dat in de media, althans voorzover ik die heb gevolgd, nog nergens een afdoende verklaring te vinden is geweest voor de wederopstanding van de partij die zes maanden geleden, na een interne crisis, algemeen afgeschreven werd. Er zijn tot dusver op z'n hoogst deelverklaringen gegeven.

Iemand die goed op de hoogte is van de christen-democratie is de commentator Willem Breedveld, maar ook hij staat in Trouw voor raadselen. Steunden de meer dan één miljoen nieuwe kiezers het CDA omdat dit ,,het gemeenschapsdenken in de samenleving wil bevorderen''? Breedveld kan het zelf nauwelijks geloven. Maar waarom dan wel? Het antwoord op die vraag blijft hij schuldig.

Arie van der Zwan is daags daarna in dezelfde krant categorischer: hij schrijft het succes van het CDA toe ,,aan het feit dat ze hun eigen christen-democratie hebben opgepoetst. En natuurlijk, Balkenende straalt dat christelijke karakter van zijn partij helemaal uit.'' Die verklaring komt neer op: ze hebben gewonnen omdat ze een beter imago hadden. Blijft de vraag: waarom werden zovelen juist door dit imago verleid?

Bevredigender zijn de verklaringen die Frank Vermeulen in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant en drie analisten in Vrij Nederland geven. De eerste: ,,Het is niet ondenkbaar dat Fortuyn, ware hij in leven gebleven, de grootste partij had aangevoerd. Nu belandden veel zwevende kiezers bij de enig overgebleven anti-regeringspartij aan de `rechterkant' van het spectrum, het CDA.''

Vrij Nederland heeft een soortgelijke verklaring: ,,Kiezers die twijfelden aan de professionaliteit van de erven Fortuyn, weken op het laatste moment naar een van de traditionele partijen uit: het CDA.'' Het is waarschijnlijk een juiste verklaring, maar is zij ook voldoende?

Ten slotte ziet Paul van Velthoven in de Haagsche Courant in de overwinning van het CDA `le retour du religieux': ,,Na de dood van Pim Fortuyn tekende zich het begin van een maatschappelijke crisis af, en de christen-democraten konden zich plotseling opnieuw massaal in de gunst van de kiezers verheugen.'' Misschien gaat dat voor sommigen op, maar ook voor allen van die ruim één miljoen kiezers die het CDA erbij heeft gekregen?

Overigens heeft de verkiezingsuitslag wèl de juistheid bevestigd van de woorden van de PvdA-ideoloog J.W. de Beus, die in Trouw zich keert tegen ,,de luiheid van denken die in de linkse kringen bon ton is. Daar kent men maar één reactie: het ridiculiseren van het christendom en de christen-democratie, in combinatie merkwaardig genoeg – met het immuniseren van kritiek op de islam.'' Dat is niet alleen lui, het is ook laf en schijnheilig.

Andere verklaringen zijn mij niet bekend, terwijl ik toch heel wat kranten en tijdschriften erop heb nagelezen. Maar waarom niet bij mijzelf te rade gaan? Want ook ik heb op Balkenende gestemd. Wat waren mijn motieven, die overigens lang vóór de moord op Pim Fortuyn vaststonden?

Mijn uitgangspunt was dat de democratie staat en valt met de confrontatie van duidelijk gemarkeerde verschillen. Die verschillen waren onder Paars – ondanks al zijn verdiensten, die we niet moeten vergeten – vrijwel uitgewist. De PvdA had haar ideologische veren van zich afgeschud, en de VVD heeft, zeker onder Dijkstal, nooit iets van zulke veren willen weten. Zelfs Bolkestein is er niet in geslaagd daarvoor enige belangstelling bij de liberalen te wekken. Maar waar ging het debat dàn over? En waardoor markeerde zich de identiteit van PvdA en VVD dan wèl?

Nu waren lange tijd de contouren van het CDA ook doezelig. Ik schrijf dit toe aan de invloed van de rooms-katholieken in die partij, die graag het onverzoenlijke willen verzoenen. Maar met de komst van de gereformeerde Balkenende werd het plotseling anders: er werd een duidelijke ideologie gedefinieerd tegenover Paars en er kwam een leider die in klare taal, zelfs in persklare zinnen, sprak. Een verademing.

De ideologie van het CDA noch die van Balkenende is de mijne. Sterker: ik ben niet gelovig en ik vind dat godsdienst en politiek in beginsel gescheiden dienen te zijn. Maar in de gegeven Nederlandse omstandigheden vond ik dat de democratie in dit land gediend was met herstel van duidelijkheid. Vandaar deze keer mijn keus voor Balkenende. Als De Hoop Scheffer en Bolkestein hun respectieve partijen nog hadden geleid, was mijn keus anders uitgevallen.

Maar, zo is het weerwoord dat ik al hoor, waarom dan niet op de ChristenUnie of de Socialistische Partij gestemd? Goeie vraag! Inderdaad zijn die partijen herkenbaar door hun markante ideologieën. In die zin moeten hun bijdragen aan het debat positief gewaardeerd worden. Maar ik wantrouw hun economische ideeën – ook die van de ChristenUnie, die naar mijn smaak te veel de kant van GroenLinks uitgaan. Wat dat betreft heb ik meer vertrouwen in het CDA, zeker als het met de VVD in zee gaat.

Dat wil niet zeggen dat ik het verlies van de ChristenUnie niet betreur (veel van haar kiezers zijn naar Balkenende overgegaan). Zij heeft voortreffelijke parlementariërs, en hun staatsrechtelijke kennis was bijna onmisbaar in een Kamer die door economen, politicologen en sociologen wordt beheerst (wat dat betreft is het ook jammer dat de juridisch geschoolde PvdA'ers Rehwinkel en Van Oven de streep niet gehaald hebben).

Om die reden heb ik geaarzeld tussen ChristenUnie en CDA, maar in de (alweer!) gegeven omstandigheden vond ik het nodig dat het tegenwicht tegen de ideologische vaagheid van Paars en de simplificaties van de erven Fortuyn door een zo groot mogelijke partij geboden zou worden. Die kwantitatieve verwachtingen zijn intussen ruimschoots overtroffen.

Het is verre van mij te beweren dat ook de anderen die de overstap naar het CDA hebben gemaakt, door die motieven bewogen zijn geweest en dat daarin dus de verklaring te vinden is voor de overwinning van die partij. Niets is dommer dan je eigen gedachten te projecteren op de beweegredenen van anderen. Daaraan is de PvdA te gronde gegaan. Waarom een groot deel van haar traditionele aanhang op de LPF gestemd heeft, weet zij nu. Nu moet zij – en velen met haar – achter het geheim van Balkenendes succes zien te komen.