Walsvisvlees als vers gevallen sneeuw

Australiërs schieten kangoeroes af. Europeanen eten konijn en ganzenlever. Waarom mogen Japanners dan geen walvisvlees eten? Onbegrip in een oud vissersdorp.

Al zestig jaar staat aan de vissershaven van Shimonoseki het kleine pension Sumire. Vroeger richtten de bemanningen van walvisvaarders hier feesten aan nadat ze hun lading hadden gelost. ,,Kort na de oorlog, toen niemand geld had, kwamen ze simpelweg met een grote hoeveelheid walvisvlees waarvan een deel voor het feest bestemd was en de rest als betaling in natura voor geleverde diensten'', vertelt de 32-jarige eigenaar Takeshi Wada, die geboren en getogen is in het pension.

Tijdens een wandeling door de enigszins haveloze buurt laat hij de braakliggende gaten tussen de bebouwing zien die zijn ontstaan na het ingaan van het moratorium op commerciële walvisvaart halverwege de jaren tachtig. ,,Vroeger waren er meer dan veertig pensions in deze buurt, nu nog slechts vier. Deze straat was vol handelaren in walvisvlees, nu zijn er alleen wat bars en nachtclubs.'' De gewone visserij is gebleven, maar de visafslag staat aan een andere zijde van de haven.

Drie jaar geleden nam Wada het pension van zijn ouders over. Om te overleven richt hij zich nu op toeristen die Shimonoseki willen ervaren als vissershaven, als stad van lekkernijen als kogelvis, rauwe zee-egel of walvis – de drie producten waarom het bekend staat. Wada wil zijn gasten iets laten proeven van het Shimonoseki dat hij nog kent uit zijn kinderjaren.

Tijdens de avondmaaltijd geeft zijn vrouw Emiko uitleg over de verschillende soorten rauw walvisvlees – rood vlees van de staart en de rug, vet van de buik en staart – die in kleine hoeveelheden op tafel verschijnen; een Japanse maaltijd bestaat nu eenmaal uit een keur aan kleine gerechten.

Volledig witte reepjes vet uit de staartvlakken blijken de poëtische naam staartvleugelsneeuw te dragen. ,,Het oppervlak ziet eruit als vers gevallen sneeuw, nu het ruw geworden is na te zijn opgewreven'', luidt de uitleg.

Het walvisvlees dat Wada op tafel zet komt van de wetenschappelijke vangst van dwergvinvissen door de Japanse overheid. Sinds de instelling van het moratorium vangt Japan, ondanks veel kritiek, enkele honderden dwergvinvissen voor wetenschappelijke doeleinden.

De dwergvinvis is een kleine walvissoort die in grote aantallen voorkomt. Japan vraagt de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) elk jaar toestemming voor het vangen van vijftig dwergvinvissen voor de eigen kust door lokale vissers, maar de IWC weigert. Sommige landen vinden simpelweg dat de walvis heilig is en niet mag worden bejaagd, ongeacht de aantallen die in de oceanen rondzwemmen.

Wada kan maar één verklaring bedenken voor dit felle verzet: cultuurverschil. ,,Wij Japanners leven van de zee. Van walvissen gebruiken we elk deel zonder iets te verspillen'', zegt hij. Dit in groot contrast met veel westerse landen, die uitsluitend walvissen hebben gejaagd om olie te winnen uit het vet.

Kan Japan niet zonder walvis? Op de vismarktvan Shimonoseki is te zien hoe Japan leeft van de rijkdom van de zee. Eindeloze soorten vis, schaal- en schelpdieren, sommige zijn nog in leven en zwemmen in grote waterbakken opdat ze volledig vers de restaurants van bestemming bereiken. Tegenwoordig is nog slechts in twee kramen op de markt walvisvlees te koop. Gevraagd wat hij vindt van het verzet tegen de walvisvaart, antwoordt de jonge zoon van een van eigenaren: ,,Als handel in walvis niet meer kan, handel ik wel in iets anders.''

Ook de baas van de kleine sushi-bar Isshin kan zonder walvisvlees. ,,Vroeger had ik het vlees uit de staart van de blauwe vinvis, dat was voortreffelijk'', zegt hij achter de bar van het eethuis waar hij de verse sushi direct voor de neus van de klant kan zetten. ,,Maar blauwe vinvis wordt niet meer gevangen en dwergvinvis is niet goed genoeg'', zegt de baas met de trots van een vakman met decennialange ervaring. De dwergvinvis is veel kleiner dan de blauwe vinvis, waardoor het vlees een geheel andere kwaliteit heeft. De dwergvinvis doorstaat niet de test waardoor hij zich zou mogen scharen bij zeebrasem, garnaal en anderen lekkernijen in dit eethuis.

,,Maar waarom'', zo vroeg een Japanse journalist deze week op een persconferentie aan de vertegenwoordigers van onder meer de Verenigde Staten en Groot Brittannië, ,,protesteren jullie tegen de jaarlijkse Japanse vangst van 500 walvissen, terwijl de Australiërs 5 miljoen kangoeroes afschieten?'' Japanners protesteren niet tegen het eten van kangoeroes door Australiërs, noch tegen het eten van konijn of ganzenlever door Europeanen. Wat Japanners totaal niet kunnen begrijpen is waarom een dier dat men eeuwenlang heeft gegeten opeens `heilig' wordt verklaard door andere landen die vervolgens hun wil ook aan Japan willen opleggen.