Dichter bij de grond

Tilburg heeft haast geen dichters van faam voortgebracht. In de jaren zeventig was er één dichter met nationale bekendheid: Tymen Trolsky, pseudoniem van Jasper Mikkers. Later kwam er wat meer leven in de brouwerij. Een enkeling noemde zich brutaalweg dichter. Er werden optredens georganiseerd en twee bibliofiele uitgevers schoten wortel. En er verschenen poëzietegels op straat.

Het idee kwam van Leo Pot, directeur van de Schouwburg, die hiermee de renovatie van zijn cultuurtempel luister wilde bijzetten. In 1992 zag hij de poëzietegel tijdens een wandeling langs de Theems in Londen. Terug in Tilburg belde hij professor Jaap Goedegebuure van de Katholieke Universiteit Brabant, en die zette enkele van zijn studenten aan het werk. Zij snorden zesendertig korte, meest vierregelige gedichten op.

Van die gedichten haalden er acht nooit een stenen versie, een zelfde aantal sneuvelde in stenen vorm door breuk. De gemeentereiniging kwam, verwijderde de brokstukken en herstelde het plaveisel met stoeptegels. Gedicht foetsie. Twintig stuks, al dan niet gehavend, bleven liggen.

Tot vorig jaar, want een deel van de Tilburgse binnenstad werd herbestraat met zandkleurig graniet uit China. De meeste poëzietegels verloren hun plekje. Geen nood, want later zou ook het voorplein van de Schouwburg een metamorfose ondergaan, en daar kon de poëzie geherhuisvest worden. Waarbij de beschadigde tegels vervangen zouden worden. Ondanks de roep dat dit nu hèt moment was om nu tegels met werk van Tilburgse dichters te leggen. Professor Goedegebuure sprak er echter zijn veto over uit; alleen de oorspronkelijke gedichten kwamen ervoor in aanmerking. Aldus geschiedde en de gemeente voerde de opdracht uit.

Dertien gedichten zijn momenteel te lezen op het gerenoveerde voorplein van de Schouwburg. Een nadere inspectie leert het volgende. Het gedicht van J.A. Emmens kreeg een nieuw exemplaar. Met zo'n vijf fouten. De titel, `Standpunt', ontbreekt, interpunctie en hoofdletters zijn niet correct, maar erger nog: de eerste zin is veranderd. Die luidt nu: `Een wiel, dat weet ik niet.' De orginele beginzin luidt: `Een wiel, dat draait. Ik niet'. Het is bekend dat Jan Emmens een perfectionist was in zijn werk. Volgens sommigen de reden waarom hij manisch-depressief was en uiteindelijk zelfmoord pleegde. Hij kon eindeloos zeuren over details in zijn gedichten en wijzigde interpunctie en woordjes tot vlak voor de deadline. De oude steen met de juiste versie van het gedicht van Jan Emmens blijkt nog steeds aanwezig op een nabije vluchtheuvel. Tweemaal J.A. Emmens aldus, twee versies, waarvan een de goede (maar nauwelijks leesbaar) en op een nieuwe steen de andere versie, ontoelaatbaar verminkt.

Ook de gedichten van Lucebert (Visser van Ma Yuan) en van Cees Buddingh' (Zeer vrij naar het Chinees) liggen er tweemaal. In twee verschillende lettertypes is nu te lezen: `De zon komt op. De zon gaat onder. / Langzaam telt de oude boer zijn kloten.' Waarbij op de nieuwe tegel de apostrof van de achternaam ontbreekt. Buddingh' was hier erg kien op. Nog ingewikkelder wordt het bij het gedicht van Lucebert. Tweemaal deze tegel, zoals gezegd, maar nu tweemaal een nieuwe tegel. Op het gerestaureerde voorplein van de Schouwburg, maar ook op de oorspronkelijke plek, bij de fontein op het Willemsplein.

Dan is er het gedicht van Paul van Ostaijen dat zich oorspronkelijk links van de obelisk van Willem II, naast de kerk, bevond. Gezien de belettering heeft Van Ostaijen's gedicht een nieuwe tegel gekregen, maar waar is de titel (`Zelfmoord des zeemans') gebleven?

En het kan nog erger. Er is een gedicht dat helemaal uit het straatbeeld verdwenen is. Onvindbaar nu is `De uitvinding der romantiek' van Rudi ter Haar: `De zon gaat onder. / Ik voel me bijzonder.' Hier is de zon definitief ondergegaan.

Enkele dichters zullen zich inmiddels in hun graf omgedraaid hebben. C. Buddingh' zelfs ten tweeden male, want de eerste steen moest toentertijd ook al om de vergeten apostrof gecorrigeerd worden.