Zalm en Vermeend moeten blijven!

Aan Nederlandse parlementsverkiezingen zit iets vreemds. Een regeringspartij verliest fors en komt niet terug in het nieuwe kabinet. De ministers en staatssecretarissen degraderen uit de eredivisie van de macht naar de reservebank. De goeden èn de slechten, terwijl je de goeden omwille van het landsbelang eigenlijk niet naar de kant moet halen.

Op dit punt lijkt de politiek wat op de voetballerij. Een team degradeert en alle spelers verdwijnen naar een lagere divisie. De beste spelers spelen daar beneden hun kunnen. Daarmee houdt de vergelijking tussen voetbal en politiek op, want de clubs in de eredivisie kopen de beste gedegradeerde spelers op, maar in de Nederlandse politiek doet men dat niet.

Een daadkrachtige minister als Vermeend - gezien zijn belastinghervormingen en de aanpak van sociale zaken - zie je niet gauw als enige van zijn partij terug in een ministersploeg van bijvoorbeeld CDA, LPF en VVD. In de VS daarentegen kan een ter zake kundige republikein als enige van zijn partij deel uitmaken van een democratische regering. Nu de boel hier toch op zijn kop staat, verdient een transfer van Vermeend naar het winnende kamp overweging.

Ook Zalm, de andere helft van dit goed scorende spitsenduo, moet blijven. Zalm had de politieke moed het toezicht op de machtige financiële wereld drastisch te hervormen. Zo maakte hij van De Nederlandsche Bank in Amsterdam en de Pensioen- en Verzekeringskamer in Apeldoorn een (hecht) team dat samen de banken, verzekeraars en pensioenfondsen gaat controleren op hun soliditeit.

Bovendien groeide de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) uit tot de omvangrijke Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze ziet toe op het gedrag van aanbieders en bemiddelaars, om zo consumenten te beschermen. Dat is hard nodig, want de financiële wereld lijkt een jungle waar roof de wet is. Zalm is daarin het meer blauw op straat. Daarom moet hij blijven.

Van die stille revolutie in het toezicht hebben consumenten tot nu toe weinig gemerkt, maar dat gaat veranderen. Een nieuwe middel om de kopers van producten beter dan voorheen te beschermen en te informeren is de Financiële Bijsluiter. Vanaf 1 juli zijn verzekeraars, banken en beleggingsinstellingen verplicht een bijsluiter te verstrekken bij complexe financiële producten.

In die toelichting staan onder meer deze punten: de beschrijving en bedoeling van het product, de risico's ervan, de (contractuele) verplichtingen voor de koper, het rendement dat je mag verwachten, de kosten, de belastingvoor- en nadelen, de eventuele garantieregelingen en waar je kunt klagen als de werkelijkheid niet overeenstemt met de beloften.

Die opzet ziet er op papier goed uit, nu de praktijk nog. De financiële cowboys (schimmige tussenpersonen) zullen er alles aan doen om de mazen van de wet te vinden. Hoe ze dat doen blijkt bijvoorbeeld uit hetgeen een lezer schreef: ,,Ik kreeg een aanbod om bij een Scandinavische bank voor minimaal 100.000 euro Deense staatsobligaties te kopen. Met die stukken als onderpand leen je tegen 4 procent mimimaal 300.000 euro, bedoeld als aanvullend pensioeninkomen. Het rendement bedraagt ruim 18 procent, verminderd met de kosten voor valutaopties en de eventueel tegenvallende renteontwikkelingen.''

Het is een warrig verhaal, waaruit blijkt dat mensen zo'n opzet niet doorzien, maar toch warm lopen voor dat rendement van 18 procent. En dat is precies wat verkopers willen en waar de nieuwe wet een eind aan wil maken.

Wat kan deze lezer doen? Op basis van zijn summiere opsomming valt moeilijk een oordeel te vellen. Maar een officiële offerte zou houvast bieden. Veel beter ben je straks af met de Financiële Bijsluiter. Een aanbieder of tussenpersoon die dat na 1 juli verzuimt, laadt de schijn op zich zijn cliënt niet serieus te nemen.

De ingrijpende veranderingen in het toezicht op de financiële bedrijven en de bescherming van consumenten staan nog in de kinderschoenen. Er is een harde hand nodig om het kind op te voeden. Vandaar de roep om sterke mannen als Zalm en Vermeend.

Adriaan Hiele (hiele@nrc.nl) beantwoordt ook vragen van lezers op www.nrc.nl/geld