WITTE ACHTERSTAND

De leerresultaten van Drentse basisschool- leerlingen liggen onder het landelijk gemiddelde. Een van de oorzaken is het lage verwachtings- niveau van de ouders en de leerkrachten.

Een rij kleuters holt de school uit, met linnen tasjes wapperend achter zich aan. Voor de openbare basisschool `De Kievitshoek' in het Drentse Wilhelminaoord staat de bibliobus geparkeerd. Een keer per week mogen de kleuters in het kader van het leesprogramma Boekenpret boeken uitzoeken en mee naar huis nemen om samen met hun ouders te lezen. Doel: dreigende taalachterstand voorkomen. Taalachterstand? Dat was toch een probleem van Turkse en Marokkaanse kinderen in achterstandswijken in de grote steden? Wat hebben Drentse kleuters in een prachtige landelijke omgeving daarmee te maken?

De aanwijzingen waren er al langer. Uit de resultaten van het PRIMA-cohort, een tweejaarlijkse meting onder een representatieve groep basisscholen van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) in Nijmegen werd al enige tijd een voortdurende achterstand geconstateerd in de drie Noordelijke provincies. Dit was aanleiding voor een verder onderzoek door het ITS en het Utrechtse onderzoeksbureau Sardes in opdracht van het bureau Onderwijsvoorrang Drenthe. En een half jaar geleden was het dan definitief duidelijk: in de provincie Drenthe blijven de onderwijsprestaties vergeleken met het landelijke gemiddelde achter, vooral in Zuidoost- en Zuidwest-Drenthe. De taalachterstand is gemiddeld vijf maanden, op het gebied van begrijpend lezen is dat vier en op rekengebied is dat 1,5 maanden. En de tendens is dat de prestaties zelfs nog verder achter gaan lopen.

Het gaat in de meeste gevallen om zogenaamde 1.25 leerlingen, kinderen van autochtone, lees: witte, ouders met een opleiding lager dan mbo. De basisscholen krijgt voor deze leerlingen 25 procent meer geld. Voor allochtone leerlingen met laagopgeleide ouders is dat 90 procent. Kenmerkend voor de situatie in Drenthe is dat ook de ouders van de leerlingen zonder extra financiering een lagere opleiding hebben dan gemiddeld in Nederland. Opvallend is dat kinderen van allochtone afkomst en asielzoekers in Zuidoost- en Zuidwest-Drenthe het stukken beter doen vergeleken met de rest van Nederland. Ook landelijk gezien halen allochtone achterstandsleerlingen sneller hun achterstand in dan hun autochtone leeftijdsgenootjes.

Ingeklemd

De Kievitshoek in Wilhelminaoord is een van de basisscholen in Drenthe met bijna de helft 1.25 leerlingen. Wilhelminaoord ligt ingeklemd tussen het Overijssels Steenwijk en het Drentse Diever. Een idyllisch dorp om te wonen of om als stedeling een conferentie in de bossen te volgen. Wilhelminaoord is van oorsprong een van de woonkolonies van de Maatschappij van Weldadigheid waar arme sloebers uit het westen van Nederland begin 1800 leerden wonen en werken. Op voorbeeldig gedrag stond als beloning een klein huisje buiten het terrein. Onderwijs was een onderdeel van de heropvoeding maar dat moest niet te ver gaan, want `van te veel onderwijs zouden de koloniebewoners maar ontevreden worden'. Meer dan 200 jaar later blijkt er echter nog steeds een link te zijn met dat verleden. In Wilhelminaoord stamt een deel van de autochtone bewoners af van deze voormalige koloniebewoners. Een ritje door het dorp toont de goede kijker dat aan dit dorp de hausse van de nieuwbouw en koopwoningen voorbij is gegaan. Het dorp bestaat voornamelijk uit huurwoningen uit het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Pogingen van de woningbouwvereniging om de huizen aan de bewoners te verkopen strandden op gebrek aan belangstelling. De voormalige arbeidershuisjes van de Kolonie zijn nu vakantiehuisjes van mensen uit het westen.

Lerares Alie Paulusma is al 26 jaar lerares op de Kievitshoek. Ze ziet nog wel een band met het verre verleden. ``De ouders zijn onzeker over opvoeding en komen bij ons leerkrachten voor raad en steun. In vergelijking met andere scholen besteden wij veel tijd aan de ouders. Ouders zijn vergeleken met ouders van andere scholen passiever. De kinderen kennen thuis weinig regelmaat in vergelijking met andere scholen en zijn vaak onrustig waardoor een hoop energie gaat zitten in het zorgen van rust en regelmaat in de klas.''

In het rapport `Nieuwe kansen voor onderwijs in Drenthe' wordt vastgesteld dat een van de oorzaken van de achterstand het lage verwachtingsniveau van de ouders en de leerkrachten is. Directeur Jo Kloprogge van onderzoeksbureau Sardes: ``Ouders hebben zelf geen hoge opleiding en zijn snel tevreden met een VMBO-advies met het argument dat mensen met een lagere opleiding ook nodig zijn. Daarnaast hebben de ouders zelf ook geen leuke schoolcarrière achter de rug en willen hun kinderen datzelfde besparen.'' De andere conclusie van het onderzoek lag moeilijker. Maar mondjesmaat wordt het door leerkrachten toegegeven. Kloprogge: ``Leerkrachten trekken al in groep 3 de conclusie over leerlingen: die gaat naar het vmbo. Maar als je landelijk kijkt, gaan leerlingen met dezelfde citotoetsscore in Utrecht naar de havo en in Drenthe naar het vmbo. En ouders in Drenthe ageren daar niet tegen.''

Alie Paulusma beaamt de conclusies van Kloprogge. Zij heeft bijeenkomsten met ouders van de kinderen in haar groep 3 en 4 georganiseerd om de ouders meer te betrekken bij het onderwijs. ``Veel ouders vinden de sfeer in de school in vergelijking met hun tijd heel erg veranderd. Er wordt anders met de kinderen omgegaan.'' Maar dat zij bij haar zesjarigen al de conclusie trekt `die komt niet verder dan VMBO' ontkent ze. ``Ik probeer uit de kinderen te halen wat er in zit. Ik geef niet snel op. Ook als de schoolbegeleidingsdienst concludeert dat een leerling toch wel een probleemgeval is, blijf ik doorgaan. En soms levert dat verrassende resultaten op. Maar ik betrek de ouders er zoveel mogelijk bij.''

heel talig

Met name de achterstand in begrijpend lezen baart grote zorgen. Jo Kloprogge: ``Het onderwijs is heel talig geworden. Zelfs met rekenen moeten kinderen veel lezen en kunnen uitleggen. Dat is met name voor deze kinderen een hoge drempel en werkt verdere achterstand in de hand.'' De taalachterstand komt volgens Kloprogge doordat de kinderen thuis `arm' Nederlands leren net zoals allochtone kinderen. ``De woordenschat van de ouders is niet groot en er is geen leescultuur. Kinderen hebben vaak geen boek gezien voordat ze naar school gaan.'' En dat ligt volgens Kloprogge niet aan het feit dat er in gezinnen dialect wordt gesproken. ``Kinderen lopen geen taalachterstand op doordat ze Drents dialect spreken. Er zijn genoeg gezinnen waar thuis Drents wordt gesproken maar waar het taalniveau goed is.''

Een deel van de achterstand valt waarschijnlijk ook toe te schrijven aan het gebrek aan aandacht dat er vanuit de overheid voor de groep 1.25 leerlingen is geweest. Toch is de groep autochtone achterstandsleerlingen groter dan de allochtone achterstandsleerlingen: 250.000 tegen 200.000 op 1,5 miljoen basisschoolleerlingen. Alie Paulusma: ``Toen ik dertig jaar geleden op deze school ging werken hadden de zogenaamde handarbeiderskinderen een achterstand. Ik heb daar toen nog mijn eindscriptie over geschreven. In de grote steden waren projecten om hun achterstanden te verkleinen.'' Kloprogge: ``Veel arbeiderskinderen hebben in die dertig jaar hun achterstand ingehaald. Er is echter een groep overgebleven waar deze achterstand weerbarstig is. Het gaat nog steeds om dezelfde groep als dertig jaar geleden. Namelijk kinderen van ouders met een lage opleiding in de onderklasse. Doordat de aandacht in het achterstandsonderwijs verschoof naar allochtone kinderen zijn de autochtone achterstandsleerlingen ondergesneeuwd. Daarnaast is de extra financiering voor 1.25 leerlingen pas te merken op een school als het aantal leerlingen boven de dertig procent is en niet veel scholen komen daarboven. Met gevolg dat de aandacht voor deze leerlingen enigszins in het slop is het geraakt en het verwachtingspatroon bij zowel ouders als leerkrachten niet groter is geworden.''

Jo Kloprogge verwerpt de suggestie dat het hierbij gaat om een `genetische en erfelijke kwestie waar niets aan valt te doen', zoals wel eens wordt gezegd. Fel: ``Dat is de gemakkelijkste manier om een ingewikkeld probleem terzijde te schuiven.'' Volgens Kloprogge is nog niet voldoende gekeken naar andere oplossingen. Naast het feit dat ouders meer betrokken moeten worden, wordt er volgens hem nog te weinig gekeken naar de economische omstandigheden. ``Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in hoger gekwalificeerd werk en hogere opleidingen in de omgeving. Nu moeten jongeren ver reizen voor een hoge opleiding en op die hoge opleiding staat ook nog de straf van verhuizen omdat er geen werk in de omgeving te vinden is.''

Volgens Kloprogge moeten er naast meer hoge opleidingen ook meer hoog gekwalificeerde bedrijven naar Drenthe worden gehaald. En dat is mogelijk volgens Kloprogge. ``In Noord-Limburg zijn bedrijven naar dat gebied toegehaald. Hele dorpen gingen in de Verenigde Staten op cursus. In Noord-Limburg was in de jaren zestig de situatie niet zoveel anders als in Drenthe maar door de nieuwe bedrijven en de opleidingen die de mensen moesten volgen is daar een zelfde situatie voorkomen zoals deze in Drenthe nu al jaren voortduurt.''