Speuren naar kunst in Frans kanaal

Een twintigtal militairen heeft gisteren opnieuw, maar deze keer zonder succes, met metaaldetectors het Rijn-Rhône-kanaal nabij de Oost-Franse plaats Gersheim afgezocht. Op zoek naar kunstvoorwerpen uit de zeventiende en de achttiende eeuw, afkomstig uit tientallen musea In Frankrijk, België, Luxemburg, Denemarken, Nederland en Zwitserland. Eind november vond een wandelaar de eerste voorwerpen op de kanaaloever, sindsdien zijn honderdtien zilveren en ivoren beeldjes, antiquarisch porselein, middeleeuwse wapens en oude muziekinstrumenten opgedregd.

Hoe de voorwerpen daar terecht zijn gekomen werd gisteren op de oever van het kanaal door de Franse politie onthuld, na een eerste publicatie, woensdag, over de affaire door de krant France-Soir. De kunst is in het kanaal gegooid door Mireille Breitwieser, een 51-jarige inwoonster van het Oost-Franse Mulhouse. Zij sneed ook een zestigtal schilderijen aan snippers, van onder anderen Pieter Breughel de Jongere, Lucas Cranach de Oudere, Corneille de la Haye en Watteau. De totale waarde van voorwerpen en doeken beloopt volgens deskundigen meer dan twee miljard euro. Van de doeken is nog geen spoor gevonden.

Mireille Breitwieser is de moeder van de 31-jarige Stéphane Breitwieser, die in november werd gearresteerd in Luzern. Hij werd herkend door een bewaker van het plaatselijke museum als degene die enkele dagen daarvoor een antieke waldhoorn had gestolen. Na zijn arrestatie besloot moeder Mireille om uit naam van haar zoon `wraak te nemen' en alle kunst die hij de afgelopen acht jaar stelenderwijs had `verzameld' te vernietigen en daarmee ook het bewijsmateriaal tegen haar zoon. Dit heeft zij bekend na haar arrestatie, afgelopen dinsdag.

Nadat de Zwitserse politie Frankrijk verzocht had de moeder van Breitwieser te mogen verhoren, legde de Franse politie verband tussen haar en de vondsten op de kanaaloever. [Vervolg KUNSTDIEF: pagina 10]

KUNSTDIEF

Verzamelen was doel

[Vervolg van pagina 1] Stéphane Breitwieser hield zijn buit verborgen in een kamertje in het huis van zijn moeder, bij wie hij inwoonde. Het was hen niet om geld begonnen, hij heeft nooit getracht de werken te verkopen. Hij wilde kunst verzamelen die hij zich als kelner met wisselende werkgevers niet kon permitteren.

Hij beweert de kleinzoon te zijn van de Elzasser schilder Robert Breitwieser (1889-1975), van wie hij in werkelijkheid de achterneef is. Hij stal de kunst altijd op klaarlichte dag. De doeken sneed hij keurig uit hun lijst, rolde ze op, verborg de rol onder zijn jas en liep ermee het museum uit. De gestolen voorwerpen zijn om die reden ook allemaal klein van afmeting.

Breitwieser stal zijn kunst uit musea in Frankrijk, België, Denemarken, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. Hij koos onveranderlijk kleine musea. Die doen vaak alsof hun collectie beveiligd is, maar dat is door geldgebrek in werkelijkheid vaak niet het geval.

Een vriendin van hem, Anne-Cathérine Kleinklauss, is ook deze week verhoord, omdat ze ervan verdacht wordt op de uitkijk te hebben gestaan als Breitwieser de doeken uit hun lijst sneed. Zij ontkent iedere betrokkenheid. Moeder Mireille zegt zich niet bewust te zijn geweest van de waarde van de door haar vernietigde kunst.

Stéphane Breitwieser wordt naar verwachting berecht in Zwitserland, waarna Frankrijk vervolgens om zijn uitlevering zal verzoeken. Mirielle Breitwieser wordt vervolgd wegens `heling van systematisch gestolen goederen'.