Onderschatte regio

Bij aardappelzetmeelconcern Avebe, Philips en mogelijk ook de Gasunie in Groningen en Drenthe verdwijnen de komende jaren honderden banen. Kan het noorden met zijn filiaaleconomie die klappen opvangen? `We moeten niet meteen gaan janken als er vervelend nieuws is.'

Voor de hoofdingang van de Philipsfabriek in Drachten staan twee grote lariksen en op een grasveldje ertegenover een zonnewijzer. Lijsters en merels fluiten er lustig op los. Binnen in zijn kamer pakt directeur A. Collette de Cool Skin Limited Edition, het scheerapparaat dat onlangs ter ere van de verkoop van de 400 miljoenste Philishave op de markt kwam. ,,Er zit gel in, die je bij het scheren een gevoel van frisheid geeft.''

Ruim 400 mensen werken er in Drachten aan product- en procesontwikkeling. De afwasbare Cool Skin is een van de resultaten van de Friese ,,uitvinders'', die ook producten ontwikkelen voor zusterfabrieken in Klagenfurt en Stadskanaal. De `denktank' zal beslist in het noorden blijven, verzekert Collette. ,,Een prachtige fabriek'', noemt vakbondsbestuurder P. Fortuin de Friese Philipsvestiging, die vorig jaar een halve eeuw bestond. Vooral omdat er zoveel kennis en kunde zit, waar andere noordelijke ondernemingen van zouden kunnen profiteren. De toekomst van de noordelijke economie ligt in specialisme en innovatie.

In de Drachtster Philips-vestiging werken in totaal 2.300 mensen. Naast de 400 man bij product- en procesontwikkeling werken er 600 man op de montageafdeling van de `driekopsshaver'. Eenzelfde aantal is werkzaam in een zusterbedrijf in Zhuhai in Zuid-China, waar sinds zeven jaar tweekopsscheerapparaten in elkaar worden gezet. In Drachten zullen de komende jaren arbeidsplaatsen op de montageafdeling verdwijnen. Die gaan naar China, waar de lonen een stuk lager liggen dan hier. Hoeveel banen er worden geschrapt kan Collette nog niet zeggen.

De verplaatsing naar lagelonenlanden is een wereldwijde trend. Dit jaar verdwijnen ook in de Philips-fabriek in Stadskanaal (halfgeleiders) arbeidsplaaten: 75, en volgend jaar nog eens 145. De productie wordt verplaatst naar de Filippijnen. Toen voorzitter E. Donga van de ondernemingsraad van Philips Stadskanaal in 1974 hier ging werken, had hij 3.300 collega's. Vijf jaar geleden waren dat er nog 1.200. Volgend jaar zijn er daarvan nog 250 over. Onlangs werd bekend dat ook Philips in Hoogeveen banen zal schrappen, 185 van de 400. De productie van stofzuigers en koffiezetapparaten wordt overgeheveld naar lagelonenlanden als Polen en China. Donga spreekt van ,,een klap voor de mensen die hier werken en voor de streek''.

Collette krijgt van jubilarissen vaak ongeruste vragen. Zoals laatst van een mevrouw die al 25 jaar op de montage werkt. Komt het wel goed? vroeg ze hem. Collette: ,,Ik leg dan uit dat het beter is een deel van de montage geleidelijk te verplaatsen naar China. Dat wordt begrepen. China is de belangrijkste groeimarkt voor de Philishave. Daar is lokale productie een voorwaarde voor lokale verkoop, wegens de hoge importheffingen.'' Maar de belangrijkste reden om te verkassen zijn de lage lonen. ,,Een dollar arbeid in China kost vijftien dollar hier.''

De afgelopen vijf jaar verdwenen bij de noordelijke Philipsvestigingen in totaal 1.700 banen. Behalve naar andere, goedkope landen, wordt er ook binnen Nederland verhuisd. Twee jaar geleden hevelde Philips zijn hoofdkantoor van de divisie `huishoudelijke apparaten en persoonlijke verzorging' van Groningen naar Amersfoort over. De Martinistad verloor hierdoor 230 arbeidsplaatsen. In het noorden waren te weinig competente `topmarketeers' en pr-mensen te vinden. En de ,,dure jongens'' zagen het niet zitten te verhuizen naar noord-Nederland.

Er mogen dan banen verloren gaan, het noorden is desondanks weerbaar. Ondernemers in de `volle' Randstad schatten de vele voordelen van het noorden nog onvoldoende naar waarde, is het algemene gevoel. De toekomst wordt gezien in het samen delen van kennis, zodat er gezamenlijk hoogwaardige producten gefabriceerd kunnen worden, mensen opgeleid en aanvullende werkgelegenheid gecreëerd. Klein, maar fijn, lijkt het parool. Specialiseren om te overleven.

Maar een einde aan het banenverlies in noord-Nederland lijkt nog niet in zicht. Niet alleen bij Philips, ook bij het noordelijk aardappelzetmeelconcern Avebe wordt gereorganiseerd: in vestigingen in Foxhol, Veendam, Gasselternijveen en Ter Apelkanaal worden binnen twee jaar 350 van de 2.900 arbeidsplaatsen geschrapt. De sanering is nodig omdat de Europese subsidies voor de aardappelteelt over vier jaar zijn opgeheven. Avebe wil de kosten drukken en het rendement verhogen.

Bij de Gasunie, met zijn architectonisch markante gebouw in Groningen, dreigen eveneens klappen te vallen. De handelspoot Trade & Supply komt in handen van Exxon/Mobil (Esso) en Shell, en onzeker is of de 200 arbeidsplaatsen voor de stad behouden kunnen blijven. Woordvoerder B. Warner van de Gasunie zegt dat Shell en Esso ,,gek zijn'' als ze de handelspoot uit Groningen halen: ,,Zoals Rotterdam zijn haven heeft, hebben wij hier ons gashandelcentrum. Groningen is Energy Valley, omdat de kennis hier zit. Ons lab zit hier, de NAM zit dichtbij en we werken samen met de Rijksuniversiteit.''

Waar noordelijke bestuurders pakweg tien à vijftien jaar geleden nog ach en wee zouden hebben geroepen bij dreigend banenverlies, zijn ze nu opvallend optimistisch. Het ,,zieligheidsdenken'' (Den Haag, help ons met steunmaatregelen!) maakt in het noorden geleidelijk aan plaats voor meer zelfbewustzijn. Aldus verwoord door de Groningse gedeputeerde J. Boertjens (VVD): ,,We moeten niet meteen gaan janken als er vervelend nieuws is.'' Natuurlijk is het vervelend als er honderden arbeidsplaatsen in het noorden verdwijnen, stelt hij. En natuurlijk zijn dit drama's voor de betrokken werknemers. Maar tegelijkertijd wijst hij erop dat er in de provincie Groningen tussen 1998 en 2001 19.000 banen bijkwamen in de zakelijke dienstverlening en ICT. ,,Je ziet minder grote industrieën, maar relatief veel MKB. Het totale bedrijfsleven is gevarieerder geworden.'' En Boertjens heeft liever tien bedrijven met 100 werknemers, dan één bedrijf met 1.000 banen.

De Groningse wethouder K. Schuiling (VVD, economische zaken) is ook al positief. Hij verwacht dat de stad-Groningse transportpoot van de Gasunie (waar 700 mensen werken) in de toekomst zal groeien.

P. Fortuin, vakbondsbestuurder van CNV Bedrijvenbond, is een stuk minder optimistisch. De economische structuur is in het noorden minder stevig dan in de rest van het land, stelt hij. De werkloosheid is er bovendien hoger. Het noorden heeft een `filiaaleconomie': ,,Er zitten hier veel filialen van grote ondernemingen. Die gaan het eerste dicht, als het economisch gezien even iets slechter gaat.'' Hij wijst ook op het relatief grote aantal toeleveringsbedrijven in het noorden. Zij worden door een economische tegenwind direct getroffen. ,,Want ze hoeven dan minder te leveren.''

Kan het noorden het verlies van honderden arbeidsplaatsen opvangen? Dat kan, maar creativiteit is nodig, meent Fortuin. ,,Noordelijke ondernemers moeten meer kennis met elkaar delen. Ze weten nu amper van elkaar wat ze aan het doen zijn. Creatiever denken is ook gewenst.'' Een voorbeeld. Hij kent een Fries metaalbedrijf dat met vier collegabedrijven een technologisch hoogwaardige draaierij wil opzetten. ,,In plaats van verplaatsing naar Tsjechië, waar de lonen lager liggen, kiest men ervoor in Nederland te blijven. Doordat die moderne apparaten 24 uur per dag draaien, zijn ze rendabel en besparen de bedrijven op arbeidskrachten.''

Fortuin gaat binnenkort met Collette om de tafel zitten om te kijken hoe de bij Philips Drachten aanwezige know how andere bedrijven in het noorden voordelen kan bieden. Fortuin oppert om de Friese Philipsfabriek uit te bouwen tot kennisinstituut voor kunststoftechnologie, waarbij andere bedrijven uit de regio kunnen aanhaken. Hij vond daarvoor gehoor bij Collette. Fortuin: ,,Als er aan de onderkant, in de productie of montage, banen verdwijnen, moet je ervoor zorgen dat die er aan de bovenkant bijkomen.''

Collette zegt bereid te zijn kennis te delen. ,,Maar dan moeten ondernemers wel met een goed ondernemingsplan komen en een markt voor hun product hebben.''

In zijn visie is het niet rampzalig dat een deel van de productie naar China of andere lage lonenlanden wordt overgeheveld. ,,Hoe meer scheerapparaten we in China goedkoop kunnen maken en verkopen, hoe meer geld we kunnen steken in de ontwikkeling en productie van scheerhoofden in Drachten.'' Drachten zal zijn fabriekspoorten zeker niet sluiten, verzekert hij. Integendeel: de nadruk komt in Drachten meer en meer te liggen op innovatie. Het budget voor investeringen en innovatie steeg er de afgelopen vijf jaar met dertig procent. Voor meer dan tien miljoen gulden werd onlangs een nieuw logistiek centrum gebouwd. En de IT-afdeling zit sinds kort in een nieuw pand. Bovendien krijgt het Drachtster laboratorium, dat onderzoek en ontwikkeling doet voor Philips' DAP (Domestic Appliances and Personal Care, apparaten voor het huishouden en voor persoonlijke verzorging, red.) met vestigingen in de hele wereld, een nieuw onderkomen. ,,Dat doe je niet als je geen vertrouwen hebt in de toekomst'', stelt Collette. De pluspunten van het noorden somt hij moeiteloos op: `quality of life' en gemotiveerde en betrokken werknemers.

Wat het noorden node mist, is goede infrastructuur. Met de noordelijke bestuurders, vakbonden en directeur F. Migchelbrink van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) pleit Collette voor de aanleg van de door het noorden zo vurig gewenste magneetzweefbaan: een snelle verbinding tussen Amsterdam, via Lelystad, Heerenveen, Drachten naar Groningen. Het rijk heeft 2,7 miljard euro over voor de zweeftrein, beloofde minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat). Mits het noorden zelf 1,1 miljard euro bijdraagt. Daarover wordt in de diverse provinciale staten nog gesproken.

Of de magneetzweefbaan er komt is onduidelijk, met een nieuw kabinet in zicht. In het noorden zelf is er ook protest. De milieubeweging en GroenLinks, SP en Frysk Nasjonale Partij (FNP) – een minderheid in Gedeputeerde Staten – zien weinig heil in deze in hun ogen dure, overbodige en milieuonvriendelijke zweefbaan.

Philips-directeur Collette meent echter dat zweven van en naar de Randstad het noordelijke ondernemersklimaat in het algemeen en de Philipsfabriek in het bijzonder ten goede zal komen. ,,Onze werknemers uit de Randstad kunnen dan binnen drie kwartier in Drachten zijn.''

NOM-directeur Migchelbrink is ervan overtuigd dat de magneettrein van Nederland ,,één geheel'' zal maken. ,,Nederland is dan nog meer dan nu één regio, die in zijn geheel moet concurreren met andere Europese regio's.'' Een betere infrastructuur is in zijn optiek een van de belangrijkste voorwaarden voor een succesvol noordelijk groeibeleid. De overvolle Randstad moet gebruik leren maken van de voordelen van het nabije noorden: voldoende midden- en laagkader, een goed woon- en werkklimaat, nauwelijks files, relatief goedkopere industriegrond en goede subsidieregelingen. ,,Maar dat moet je er in het westen in slaan. Hoe lang heeft het niet geduurd eer het westen van Brabant bij de Randstad ging horen? De Brabantse Moerdijk was een soort Eemshaven. Nu zitten er havengebonden bedrijven.''

In het noorden heerst het sterke gevoel dat het echte probleem niet zozeer het noordelijk banenverlies is, alswel het feit dat de randstedelingen de voordelen van het noorden onderschatten. Migchelbrink denkt dat de westerlingen op den duur niet meer om het noorden heen kunnen als woon- of werkplaats. ,,Een verdere economische groei in de Randstad zal ten koste gaan van het welbevinden aldaar.'' Hij was zelf ook zo'n westerling die het doodnormaal vond om dagelijks urenlang in de files te staan. ,,Nu ik in het noorden woon denk ik: hoe kunnen ze daar zo rustig onder blijven?''