Goedkeuring van Miloševic voor zuivering

De voormalige Joegoslavische president Slobodan Miloševic heeft zijn goedkeuring gegeven aan de etnische zuivering in Kosovo. Dat is gisteren voor het Joegoslavië-tribinaal gezegd door een belangrijke getuige.

De getuige, de 46-jarige Ratomir Tanic, was medewerker van de Joegoslavische staatsveiligheidsdienst. Hij werkte tussen 1995 en 1997 als speciaal adviseur van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan een vreedzame oplossing voor Kosovo. Die poging werd ondersteund door de internationale gemeenschap waarmee Tanic nauwe contacten onderhield.

Tanic, die Joegoslavië inmiddels heeft verlaten en getuigde vanachter een scherm terwijl zijn gezicht op de monitoren onherkenbaar was gemaakt, is voor de aanklagers een zeer belangrijke getuige. Hij is de eerste, uit de kring van naaste medewerkers van Miloševic, die gedetailleerd vertelde over de betrokkenheid van de de Joegoslavische oud-president bij de plannen voor een ethnische zuivering in Kosovo. Zijn getuigenis zal waarschijnlijk de hele week nog in beslag nemen.

In 1997 maakte Miloševic, die tot dan toe de onderhandelingen over een vreedzame oplossing voor Kosovo steeds had gesteund, een radicale ommezwaai. ,,Miloševic constateerde plotseling dat er een probleem was: het aantal Albanezen in Kosovo is te groot'', zei Tanic. Hij vroeg Miloševic om opheldering. ,,Miloševic werd toen kwaad en zei dat hij zou aantonen dat er minder dan een miljoen Albanezen in Kosovo woonden.''

In het geval de Albanezen minder dan tien procent uitmaken van de totale bevolking in Kosovo zouden ze geen recht meer hebben op zelfbestuur. Het aantal Albanezen werd toen geschat op ongeveer 1,5 miljoen. ,,Daar paste volgens de Servische autoriteiten maar een oplossing bij: ethnische zuivering'', aldus Tanic.

Een jaar later, in 1998, braken in Kosovo de gevechten uit tussen het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK en het Joegoslavische leger. Miloševic was er zeker van dat de internationale gemeenschap, met de Verenigde Staten voorop, het UÇK financieel en met wapens steunde. Tanic: ,,Daar was hij absoluut van overtuigd.''

Ook vertelde Tanic hoe directe kringen rond Miloševic moedwillig de resultaten manipuleerden van een onderzoeksmissie, die door gematigde politici in Belgrado naar Kosovo werd gestuurd om de werkelijke situatie te bestuderen. De met Miloševic aangeklaagde Nikola Sainovic zou daarvoor verantwoordelijk zijn geweest. De Joegoslavische president beschikte, volgens Tanic, over ,,een parallelle privé-commandostructuur'' voor het optreden in Kosovo. ,,De leiding van de staatsveiligheidsdienst en het leger en een groep politici in de regeringscoalitie waren tegen het moedwillig gebruik van geweld in Kosovo om de simpele reden dat het niet nodig was. Toen Miloševic hiermee geconfronteerd werd, stelde hij een eigen commandostructuur in en zette hij de generale staf, het leiderschap van de staatsveiligheidsdienst en de parlementaire instituten buitenspel.''

De verdachte hoorde de verklaring van Tanic uiterlijk onbewogen aan. Eén keer onderbrak hij het relaas. ,,Deze persoon, die ik niet ken, vertelt tot nu toe alleen onwaarheden'', brieste Miloševic.