Positie SEC-voorzitter Pitt wankelt

Is Harvey Pitt een slechte toezichthouder? Onder het toeziend oog van de voorzitter van beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) is het Amerikaanse ondernemingsbestuur in een zware geloofwaardigheidscrisis verzeild geraakt. Duivelse boekhoudpraktijken bij bedrijven als Enron en op straat terechtgekomen conflicten binnen het onderzoeksapparaat van Wall Street geven beleggers de indruk dat het er op de kapitaalmarkten eenvoudigweg niet eerlijk aan toegaat.

Toch zijn deze problemen Pitt nauwelijks aan te wrijven. De kiem van de ondergang van Enron werd reeds lang voor zijn benoeming gelegd en Wall Street heeft het werk van analisten lange tijd als marketinginstrument gebruikt. Ook de beleggers zelf treft enige blaam voor het sluiten van hun ogen toen de koersen stegen.

Pitt heeft gereageerd door langzaam ondernemingsvriendelijke regelgeving in te voeren. In de geest van de regering die hem benoemde, heeft hij zich afkerig getoond van pogingen de problemen van de bedrijfstak op te lossen met omslachtige nieuwe regels.

Het verzet tegen de markten, de ondernemingen en meer in het bijzonder de tussenpersonen die de speculatiebel tot wasdom hielpen komen, veeg je niet zomaar van de kaart. Het is dezelfde kracht die in 1933 het Congres ertoe aanzette de Glass-Steagall Act goed te keuren, waardoor de banken van de zakenbanken gescheiden werden. Historici erkennen nu dat malversaties op de markt een minder belangrijke rol speelden in de ondergang van het Amerikaanse bankwezen dan de daling van de onroerend goedprijzen als gevolg van de Depressie. Maar tot het moment waarop de Glass-Steagall Act werd aangenomen, hadden het Congres en het publiek misschien nog niet het gevoel dat er een remedie was gevonden voor het feilen van het financiële systeem.

Pitts zwakte was zijn onvermogen om met de publieke opinie om te gaan. Toen hij op zoek was naar oplossingen voor de geloofwaardigheidscrisis van het ondernemingsbestuur, gaf Pitt weinig gehoor aan de mening van gewone beleggers en leek hij gesprekken met kopstukken uit de bedrijfstak te prefereren.

Hierdoor werd het mogelijk dat andere toezichthoudende instanties, met name het kantoor van de populistische procureur-generaal uit New York, Eliot Spitzer, de SEC de loef afstaken. Pitt is de controle over de hervormingsagenda kwijtgeraakt - iets wat de nieuwe openbaringsverplichtingen, die de SEC deze week bekendmaakte, niet meer kunnen goedmaken. Merrill Lynch bijvoorbeeld zal waarschijnlijk veel stringentere structurele hervormingen doorvoeren als gevolg van zijn regeling met Spitzer. Als dat gebeurt, zal Pitt noch als beschermer van de beleggers tevoorschijn komen, noch als een vriend van het bedrijfsleven. Hij zal de indruk wekken van aangeschoten wild.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.