Een Hollandse Messias

Alleen wanneer je de vermoedelijke dader tegenover het slachtoffer zet, lukt het iets te begrijpen van de collectieve verdwazing die na de aanslag op Pim Fortuyn over Nederland is gekomen. Na de ontstellende moord haastten zelfs zijn geestverwanten zich te verklaren dat deze moord niet rechtstreeks op het conto van zijn politieke tegenstanders geschreven mocht worden: dit was zelfs geen ultralinks complot, gewoon een gek met een pistool, het zoveelste voorbeeld van zinloos geweld. De gevestigde partijen hadden weliswaar een klimaat geschapen waarin een gestoorde op ideeën gebracht kon worden, maar de moordenaar was een loslopende psycho à la Ferdi E. – dat was beter voor iedereen.

Maar de moord op Pim Fortuyn is wel degelijk ook een politieke moord. De verdachte V. van der G. wilde Nederland niet te gronde richten, integendeel, hij moet gemotiveerd zijn door het idee dat hij Nederland van de ondergang zou redden. Samen met zijn collega's van Milieu-Offensief stond hij bekend als de `groene Robin Hood'; hij was een activist die de verwezenlijking van zijn hooggestemde milieu-idealen bevocht volgens de regels van het systeem. Om zijn idealen te verwezenlijken hoefde hij alleen maar met verbeten nauwgezetheid de illegaliteit van zijn tegenstanders aan te tonen. In die zin is hij een schoolvoorbeeld van hedendaags links activisme – een activisme dat zich een vaste plaats binnen het establishment heeft verworven en zelfs gesubsidieerd kan worden door de Postcodeloterij. Zijn tegenstanders, de veehouders, vonden in de rechtszaal Van der G. tegenover zich met de letter van de wet in de hand; in hun ogen was hij tot onderdeel geworden van de overheid die hun bewegingsvrijheid steeds verder inperkte.

Zij kregen hun eigen Robin Hood. In interviews wond Fortuyn er geen doekjes om: wanneer hij aan de macht kwam, zou hij de regels veranderen. De veehouder Wien van den Brink, die enkele malen juridisch het onderspit moest delven tegen Milieu-Offensief, bevond zich in het kamp-Fortuyn. De obsessieve kommaneuker Van der G. zag het spookbeeld opdoemen van een onvoorspelbaar bestuurder die op botte wijze een streep zou halen door alles wat hem nu juist steeds weer tot overwinnaar maakte. Niet het demoniseren van Fortuyn moet hem op moordgedachten hebben gebracht, maar juist het tegenovergestelde: de toenemende acceptatie van Fortuyn door de gevestigde orde. De verschijning van professor Pim in het politieke landschap moet voor hem een gruwelijke parodie op zijn eigen zelfbeeld geleken hebben: de buitenstaander die het politieke spel volledig naar zijn hand zet, zonder de regels ervan te overtreden. Alleen dreigde Van der G. daar in zijn ogen nu zelf het slachtoffer van te worden. Zijn geperverteerde idealisme verschafte hem een missie.

Misschien is het niet kies om je zo in de vermeende motieven van de dader te verdiepen, maar anders dan iedereen ons nu wil doen geloven, staan ze niet op zichzelf. Nu Pim Fortuyn begraven is, tekent zich een onbeheersbaar drama af. Dat drama is niet te vatten in de tegenstelling links-rechts of zelfs door het te beschouwen als een multicultureel drama. Dat zijn slechts symptomen.

Na de onmiskenbare demonisering door de gevestigde politiek, is het nu tijd voor de ongeremde verheerlijking: de afgelopen dagen kwamen Christus, Gandhi, JFK en Willem van Oranje al meerdere keren voorbij. Fortuyns politieke opkomst werd vergeleken met de dageraad van de Franse Revolutie. Verklaarde Fortuyn-haters wringen zich in bochten om de volkswoede van zich af te wentelen en schurken zich schaamteloos aan tegen zijn nagedachtenis, Youp van 't Hek voorop. Ons zogenaamd nuchtere land is plotseling heel bedreven geraakt in het gebruik van grote woorden – waarschijnlijk omdat die niets meer betekenen. Anne Frank wordt net zo gemakkelijk van stal gehaald als de Verlosser.

Waar zou Pim Fortuyn ons nu precies van verlost hebben? Zijn grootste kracht was de frontale confrontatie, waardoor hij mensen dwong hun eigen overtuigingen en principes tegen het licht te houden. Daarmee nam hij veel politici hun beschermende laag van geruststellende clichés en comfortabele ideële drogredenen af. Het maakte zijn verschijning opwindend, het debat prikkelend; door hem staat alles weer ter discussie. Het verklaart ook de oprechte sympathie die zijn beste tegenstanders voor hem kregen. Je kunt zeggen dat hij Nederland van zijn sociale hypocrisie heeft bevrijd.

Tegelijkertijd baarde Fortuyn een monster; met zijn terechte kritiek op de verkalking van de gevestigde politieke partijen, ontketende hij tegelijk een grote rancune tegen iedere politiek, tegen het idee van establishment zelf, cultureel, politiek en maatschappelijk. Een deel van zijn succes kwam voort uit wat hij nu juist zei te bestrijden: het gebrek aan gemeenschapsgevoel bij de verweesde massa, die zich heeft afgekeerd van de politieke en maatschappelijke instituten en opgegaan is in de commerciële massacultuur, die zichzelf wenst te regeren. Deze massa adoreert idolen die zich als Robin Hood verkleed hebben en een permanente strijd tegen het sukkelige establishment voeren: Peter R. de Vries, Willebrord Fréquin en de presentatoren van Breekijzer en Over de balk, commerciële televisieprogramma's waarin steeds opnieuw de incompetentie, de idiote politieke correctheid en de spilzucht van de overheid aan de kaak worden gesteld. Deze massa is, anders dan Fortuyn zelf, agressief. De politiek werd niet voor niets vernederd in de Soundmixshow. Net zo kon het gebeuren dat de voetbalhooligans die de binnenstad van Rotterdam afgelopen week verbouwden, met posters van Fortuyn zwaaiden.

Dat is ook het tragische aan Pim Fortuyn; hij wilde de politiek van binnenuit vernieuwen, maar door tegenwerking van de gevestigde orde kwam hij buiten de politiek te staan en kreeg hij een achterban waarvan een deel de politiek wil vernietigen. Veelzeggend is de complottheorie die nu onder de rouwenden leeft: de moord op Fortuyn is niet het werk van een eenling, maar ook niet van een groep linkse extremisten – het is de overheid zelf die Fortuyn het zwijgen op wilde leggen.

Te midden van alle gedraai, kokette duidingsdrift en misselijkmakende dweepzucht van de afgelopen dagen heb ik eigenlijk maar één held kunnen ontdekken: Harry Mens, die de volkswoede trotseerde en waarschuwde voor de komende chaos van de nieuwe Wederdopers die Pim Fortuyn als de Rotterdamse Messias beschouwen. Dat van politici duidelijke taal verlangd wordt is één ding; zodra ze zelf gaan heulen met volkshysterie verraden ze de rechtsstaat.