Tenor Schade als minnaar

Adelaide, Chloë, Elisa, Laura, Sylvia, Nell, Sylvie, Cäcilie, Louise en mevrouw Vassiliki – aan dames geen gebrek in de romantische liedliteratuur. De jonge tenor Michael Schade debuteerde dinsdagavond in de Kleine Zaal van het Concertgebouw met liederen over deze hele stoet Mädels, filles en ragazze.

Met zijn handen in de zakken, roze wangen, brede borst en robuuste, breed inzetbare stem, presenteerde Schade zich op het slotconcert van de Extra Vocale Serie als minnaar in vele gestalten: mediterrane macho in Ravels Cinq mélodies populaires Grecques, koene jonggezel in favoriete Schubert-liederen als An Sylvia en Der Musensohn en delicaat amant in de Mélodies van Fauré.

Schade (35) maakt opgang als Mozart- en als Wagnertenor, is een gezocht Schubertzanger en vertolkt door zijn Zwitsers-Duits-Canadese achtergrond het Franse repertoire even vloeiend als het Duitse. Hij is, kortom, een breed inzetbaar zanger, die zijn diversiteit in dit drietalig recital overtuigend onderstreepte.

Schades ruime opera-ervaring trilt door in zijn liedkunst. Zijn buigzaam, krachtig timbre stelde hem in staat Liszts Petrarca-zetting Pace non trovo te brengen als een gecondenseerde mini-opera, met zaaloverspoelende gevoelsuitbarstingen én indringende introspectie. Daarnaast is Schade als liedzanger opvallend ontspannen, ongekunsteld en direct. Hij doorleeft zijn liederen hoofdschuddend en handenwringend, en dwingt de luisteraar zo tot een net zo ongecompliceerd mee(be)leven.

In de liederen van Schubert en Beethoven imponeerde Schade met de draagkracht van zijn stem. Zijn donderende baritonale laagte en heroïsch aanvallende hoogte leidden aanvankelijk tot een soms érg grote en overdonderende klank, maar in elk van Liszts Petrarca-zettingen dunde stemkracht waar nodig uit tot verstilling, en gaven Schade en de immer beheerst eigenzinnige pianist Graham Johnson muzikaal adem aan het zinderend liefdesverlangen.

Het vocaal vermogen dat Schade aansprak in het Duits- en Italiaanstalige repertoire maakte nieuwsgierig naar zijn aanpak van de brozere liederen van Fauré en Ravel na de pauze. Wellicht door zijn meertalige achtergrond kleurde Schade zijn stem hier moeiteloos mee naar lichtere, meer lyrische tinten en sferen, en bereikte hij in een lied als Fauré's Adieu een sfeervolle intimiteit. Ook in Richard Strauss' Morgen kreeg de melancholie stil en stijlvol stem. De mix van tekstuele en vocale veelzijdigheid en gemak maakt Michael Schade tot een tenor van zeldzaam kaliber.

Concert: Michael Schade (tenor) en Graham Johnson (piano). Programma met liederen van Beethoven, Schubert, Liszt, Strauss, Ravel en Fauré. Gehoord: 7/5 Concertgebouw, Amsterdam.