Zachtmoedig en scherp

,,Ik kan nooit de zin in mijn eigen leven ontdekken. Ik begrijp er niets van'', zei de gisteren op 87-jarige leeftijd in Leiden overleden letterkundige Sem Dresden in een vraaggesprek met deze krant in 1997. De kritische zorgvuldigheid, en afkeer van drastische of gemakkelijke conclusies die hij ten toon spreidde in zijn vele essays en boeken, paste hij ook toe op de beschouwing van zijn eigen leven.

Hij was een op het eerste gezicht zachtmoedige man, die intellectueel venijn veelal verpakte in paradoxen en excursen. Dat geldt bijvoorbeeld voor Vervolging, vernietiging, literatuur uit 1991, vermoedelijk zijn bekendste studie, over literaire verbeelding rond de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wie niet zou weten dat Dresden, die van joodse origine was, zelf aan die vervolgingen dramatische herinneringen bewaarde, zou dat niet gauw opmaken uit dit subtiele, bij wijlen zelfs humoristische betoog over de vraag of je over een zo vreselijk onderwerp eigenlijk wel fictie kunt schrijven, en lezen.

Dresden is in Leiden hoogleraar geweest, in de Franse Taal- en Letterkunde en de Literatuurwetenschap. Ook in deze hoedanigheid straalde hij een zekere distantie uit: een student die tijdens een mondeling tentamen eens de eerste vraag niet al te interessant beantwoordde, kreeg vervolgens een privé-college van drie kwartier, gevolg door de vraag: ,,een zes min, kunt u daar mee leven?''

Maar vooral was Dresden toch een begenadigd essayist, een beetje in de stijl van de grote Montaigne, die zijn grote voorbeeld was. Zijn onderwerpen waren onder andere het humanisme, het symbolisme en het kunstzinnige scheppingsproces (Wat is creativiteit?, 1987). Zijn laatste boek met verspreide opstellen (Het vreemde vermaak dat lezen heet, 1997) geeft een goed beeld van de veelheid van zijn interesses en zijn brede eruditie.

Miskend was hij geenszins, maar in een wereld waar ook wetenschappers hoe langer hoe vaker de megafoon ter hand nemen om hun maatschappelijke rol te spelen, bleef Dresdens faam wel enigszins beperkt – mede door zijn aarzelende, zorgvuldige behandeling der dingen, die meestal meer vragen opwierp dan beantwoordde. Het ware beter geweest als de PC Hooftprijs voor beschouwend proza, die hem onlangs werd toegekend, was gekomen op een moment dat Dresden hem ook nog in ontvangst had kunnen nemen.