Figurantenrol voor Nederlandse ruiters bij springconcours

De Duitse springruiter Otto Becker heeft met zijn dertienjarige schimmelhengst Dobel's Cento de 24ste wereldbekerfinale in Leipzig gewonnen. De drie Nederlandse springruiters Jan Tops, Eric van der Vleuten en Gerco Schröder trokken hun paarden na de eerste manche van de finalewedstrijd terug en komen niet voor in de eindstand.

,,Voor ons was er na de eerste manche op zondag niets meer te winnen en als er dan een loodzware proef staat dan moet je, als je hooguit tiende kunt worden, je paarden in bescherming durven nemen'', verwoordde Jan Tops de malaise in het Nederlandse kamp. Een oorzaak voor de teleurstellende prestaties kon hij zo snel niet geven. Dat deed wel de bondscoach van de Nederlandse ruiters Bert Romp. ,,Als je op deze wedstrijden komt dan heb je toppaarden en topruiters nodig, die als combinatie in absolute topvorm zijn. De Nederlandse ruiters die in Leipzig waren zijn nog net geen topcombinaties en dat wreekt zich dan in een finale waar de parcoursbouwer de limieten zoekt van dat wat door paard en ruiter overwonnen kan worden'', zei Romp.

Toch was de bondscoach blij dat Tops de merrie Grand Dame had gezadeld voor de wereldbekerfinale in plaats van Roofs, waarmee hij op zaterdag tweede werd in de Grote Prijs. ,,Juist op dit soort wedstrijden, waar het uiterste gevraagd wordt van paard en ruiter, wordt de combinatie tussen paard en ruiter beter met als resultaat dat die topcombinatie langzaam maar zeker aan het ontstaan is.''

Voor de start van de finalewedstrijd hadden de Duitsers met vier ruiters bij de eerste vijf in het klassement op één na alle troeven in handen. Dat kon niet te danken zijn aan de voorbereidingen van de Duitse ruiters samen met de parcoursbouwer van de wereldbekerfinale Frank Rothenberger. Die zou op die trainingsbijeenkomst alvast diverse hindernissen hebben gebouwd die hij in Leipzig aan de internationale ruiterelite zou voorschotelen. Deze geruchten bereikten ook de internationale paardensportorganisatie FEI, die daarop besloot om de parcoursontwerpen ingrijpend te wijzigen. ,,Ik kan mij voorstellen dat op zoiets oefenen goed is voor het vertrouwen van ruiters die niet tot de wereldtop behoren'', reageerde Romp. ,,Topruiters weten dat als ze in een wending ergens dat halve galopsprongetje extra maken alles er ineens heel anders uitziet.''

De Amerikaan McLean Ward met de in het Brabantse Asten gefokte Viktor bleef foutloos en toen Gladdys S van Ludger Beerbaum een foutje maakte, leek het er op of deze Amerikaan het feestje voor de Duitse bezoekers zou verstoren.

In de tweede ronde waren de balken op grote hoogte delicaat op, in plaats van in de vlakke ondersteuning gelegd. Het was zo zwaar dat het uiteindelijk maar één amazone, Leslie Howard met Priobert de Kalvarie, in dit uitermate sterke en ervaren ruiterveld lukte beide manches foutloos te overwinnen. Daardoor steeg zij van een veertiende plaats in het tussenklassement na twee wedstrijden naar een gedeelde vierde plek in de eindstand. McLean Ward had bij de start van de tweede omloop een puntje voorsprong op de Duitsers Otto Becker en Toni Hassmann, die in die eerste manche ook foutloos waren gebleven.

Beerbaum liet in die tweede ronde weer een balk vallen en Toni Hassmann liet er drie uit de ondersteuning vallen, waardoor hij ver terugviel. Becker liet tot genoegen van het publiek wel alles op zijn plaats en toen moest McLean Ward wel foutloos blijven. Die druk was voor de jonge Amerikaan te groot en drie balken rolden op de grond. Toen de eerste balk viel juichte het publiek, omdat toen al zeker was dat Becker voor de met 9.600 Duitsers gevulde hal als winnaar kon worden gehuldigd.