Wachten in een stropaleis

Ook tijdens de oorlog kwam de post twee keer per dag aan. Zelfs in `het onvindbare gat Landsmeer', in de polder tussen Amsterdam en de Zaan. De aanduiding `Dr. Odinot, Landsmeer' bood de postbode genoeg informatie om de brief op het juiste adres te bezorgen: het doktershuis aan de Dorpsstraat 43. Daar kwam heel wat post aan. Want het doktershuis was niet zomaar een adres. Tijdens de oorlog zat daar een illuster gezelschap van `Amsterdamse artiesten' ondergedoken.

Architect Ben Merkelbach, componist en dirigent Karel Mengelberg, de schrijvers Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld), Willem de Geus (pseudoniem van Willem Spruyt), Reinder Blijstra, Maurits Dekker en de schilder Wim Schuhmacher hadden zich met vrouw en kinderen verscholen in de dorpse stilte van Landsmeer. ,,Overdag zag je Schuhmacher vaak over straat lopen, op weg naar zijn atelier in het houten kerkje'', herinnert een oude dorpsbewoner zich nog. Schuhmacher voltooide er in maart 1945 het prachtige schilderij `Dubbelportret' van dokter Joop Odinot en diens vrouw Lies. Het kleine houten godshuis deed toen al jaren geen dienst meer. Daarvoor was de stenen gereformeerde kerk in de plaats gekomen.

De kunstenaarsgroep breidde zich met vrienden en vrijers steeds verder uit, zodat ook het eierpakhuis van Goede bij de artiestenkolonie werd ingelijfd. De dochters van Maurits Dekker namen er hun intrek met hun aanhang. De ruimte van het pakhuis werd verkleind door tegen de muren een binnenwand van strobalen op te bouwen. Zij noemden hun primitieve schuilplaats `het stropaleis'. ,,Wij werden de partizanen van Goede genoemd'', vertelt Noor Dekker. ,,Er lag een plank over de poepsloot tussen het stropaleis en de achtertuin van het doktershuis. 's Avonds staken wij vaak over naar Joop en Lies Odinot. Goudknoppen van mensen.''

Elke dag zat een gezelschap van zo'n 18 man in het dokterhuis aan tafel, aan een door Lies en de twee dienstbodes op inventieve wijze bijeengesprokkelde maaltijd. Het doktersechtpaar organiseerde concerten, toneel- en voordrachtsavonden en lezingen. De Amsterdamse historicus Richter Roegholt fietste er vanaf 1944 ook geregeld vanuit Amsterdam naar toe: ,,Ik kwam er in het kielzog van de kinderen Lichtveld, die het Vossiusgymnasium bezochten waarvan ik juist eindexamen had gedaan. Als 19-jarige jongen laafde ik mij aan alle kunst en cultuur in dat doktershuis, een soort Schuhmachermuseum waar ook een Melle hing. Iedereen was wild en gefrustreerd en far out progressief. Ik herinner me nog de vrijgevochten sfeer en de sexy dochters Mea en Noor Dekker. Hoe zij door dat huis bewogen, het terloopse bloot van armen en benen uit lappen stof. Eindeloze kletspartijen, het moeizaam vuurwerk van mensen die op het einde van de oorlog wachten. Niets was heilig – behalve de haat tegen de moffen. Cynisme, spot, opgeschroefde herinneringen spookten door de grote zitkamer.''

Maurits Dekker schreef op de zolder van het doktershuis, aan een ijzeren tafeltje, ingeklemd tussen twee ledikanten, de Amsterdamse oorlogsroman De laars op de nek, waarin de verzetskolonie in Landsmeer herkenbaar figureert. Hoofdpersoon Tom Garf loopt de tuin in ,,achter het doktershuis naar de kleine begroeide heuvel, waar hij, als de atmosfeer te nevelig was, de torens en hoogste gebouwen van Amsterdam kon zien.'' De stad is na vier jaar oorlog veranderd in een verbanningsoord: ,,Een doolhof van half verlaten straten met verzakt en versleten plaveisel, verwaarloosde huizen, gebroken ruiten en leeggeplunderde wijken, een stad zonder verkeer, zonder welvaart en vreugde.''

Jong en oud leefden met elkaar tussen doktershuis en stropaleis. De met bomen en struiken omheinde achtertuin vormde een paradijselijke enclave. Daarachter lag het vlakke polderland, waarin de vele kippenhokken bij een onverwachte inval een goede schuilplaats boden. In de lente en in de zomer vergaten de kinderen bijna dat het oorlog was. Zij speelden in de tuin, leerden er hun huiswerk. Tussen hen in hangt `oom Karel', of `oom Maurits' in grijs of zwart pak, lezend in een ligstoel. Carel Blazer heeft vele tuintaferelen op foto's vereeuwigd. Maar altijd voelden allen de stilte die er hing als dreiging, tegen het decor van Amsterdam waar joden massaal waren afgevoerd, waar jongens, mannen, meisjes en vrouwen van het verzet werden verhoord en waar soms tientallen mensen als represaillemaatregel werden gefusilleerd.

Cecilia Lichtveld, dochter van Lou Lichtveld, hield als 16-jarig meisje in dat laatste oorlogsjaar een dagboek bij. Een gespleten bestaan van familiale gezelligheid en de voortdurende angst voor verraad. Met brandend ongeduld wacht zij met de anderen op de naderende geallieerden. ,,Het is een tijd van afwachten, van geruchten, van zenuwen'', schrijft zij. Aan de gruwelijkheden lijkt geen einde te komen. Zaterdag 7 april: ,,Een paar dagen geleden is het bericht gekomen van de dood van Willy [La Croix] uit het concentratiekamp Oranienburg. Ik besefte niet dadelijk ten volle wat het voor Grethe en haar dochters betekent, het missen niet zo zeer, maar nu het weten dat ze hem nooit meer zullen zien, waar vroeger nog altijd hoop was dat hij terug zou komen.''

Alle onderduikers van dokter Odinot overleefden de oorlog. In het doktershuis houden nu drie artsen hun praktijk. Op de plaats van het stropaleis staat nu een geel appartementencomplex. Schuin er achter op een pleintje staat een bescheiden oorlogsmonument: een gedenkteken voor allen die `het leven lieten voor de bevrijding van ons land'.

Meer informatie: www.reservaat.com