Nepalese leger doodt negentig rebellen

Het Nepalese leger heeft donderdagnacht ten minste negentig maoïstische guerrillastrijders gedood op twee plaatsen in het westen van het land. Dat heeft het Nepalese ministerie van Defensie gisteren gemeld.

In Lisne werden veertig rebellen gedood tijdens een gevecht met het leger. Dat gebeurde nadat maoïsten slaags waren geraakt met patrouillerende politie. In Bhagal werden vijftig anderen gedood. Bij die gevechten zouden ook twee politiemannen zijn omgekomen.

Dit dodenaantal is het hoogste sinds vorige maand 250 rebellen en tientallen politiemannen omkwamen tijdens een repressie-actie van de politie. In de afgelopen week zijn meer dan honderdvijftig guerrillastrijders gedood, aldus het Nepalese ministerie van Binnenlandse Zaken.

De maoïstische rebellen strijden sinds 1996 voor een communistische staat en willen de constitutionele monarchie ten val brengen. Ze controleren ongeveer een kwart van het land. Met beloftes over herverdeling van grond en welvaart kregen ze steun van arme boeren.

Na de paleiscrisis in juni 2001, toen kroonprins Dipendra koning Birendra en de meeste andere familieleden vermoordde, schroefden de maoïstische hun activiteiten op. In november riep de nieuwe koning Gyanendra de noodtoestand uit, nadat de rebellen zich uit de vredesbesprekingen terugtrokken en het leger aanvielen. Het conflict heeft al aan meer dan 3.700 mensen het leven gekost, en bracht de zwakke economie en het toerisme grote schade toe.

Donderdag nog hebben de rebellen aangekondigd de vredesbesprekingen te willen hervatten. Dat is enkele dagen voor het bezoek van premier Deuba aan de Verenigde Staten.

De Amerikanen overwegen de militaire hulp aan Nepal te vergroten. Volgens deskundigen wijst het aanbod van de rebellen om te gaan praten op een verzwakking. Premier Deuba had eerder al laten weten niet van plan te zijn de vredesbesprekingen te hervatten, zolang de rebellen de wapens niet neerleggen.