Het nieuws van 4 mei 2002

DE ZIEKE HEUP VAN EUROPA

Nederlanders klagen over hun gezondheidszorg.

Er zijn te weinig huisartsen, te weinig specialisten en te weinig bedden en verpleegkundigen. Dat leidt tot lange wachtlijsten, eerst om een afspraak te krijgen, dan om behandeld te worden. Niet zelden wordt een klacht ernstiger door het lange wachten.

Hoe kan dat, in een land dat zo welvarend is? Staat Nederland in dit opzicht alleen? Is het in de ons omringende landen beter geregeld?

Wie aan een vergelijking van gezondheidsstelsels begint, verzandt in een brij van tariefstructuren en aanbevelingsrapporten. Al die stelsels hebben hun eigen geschiedenis en hun eigen wildgroei aan regels. We deden dus iets anders: een case study. We kozen voor de versleten heup. Iedere Brit, Nederlander, Duitser of Belg kent het oudere familielid met een uitgediende heup. Ik besloot te onderzoeken hoe in die vier landen heuppatiënten worden behandeld.

De Nederlandse Consumentenbond formuleerde vorig jaar een aantal eisen waaraan de gezondheidszorg zou moeten voldoen. De bond eiste 'een betaalbaar basispakket', 'maximale levertijd van de zorg', 'vrije keuze' en 'helderheid over het aanbod'.

Gewapend met die handleiding en geholpen door de zusterorganisaties van de Consumentenbond, selecteerde ik vier middelgrote regionale ziekenhuizen. In Alkmaar, in York, in Deurne en in Oldenburg.

Het ging me om de ervaringen van patiënten. De reportages willen dus niets zeggen over de individuele ziekenhuizen: die zijn slechts bedoeld als demonstratiemodellen.

Wetenschappelijke pretenties heeft dit artikel niet, maar ik heb wel zoveel mogelijk gebruik gemaakt van betrouwbaar cijfermateriaal. In Madrid is een organisatie gevestigd die de gezondheidszorg van alle Europese landen met elkaar poogt te vergelijken: The European Observatory on Health Care Systems. Deze bescheiden organisatie wordt gefinancierd door onder andere de Wereld Gezondheidsorganisatie.

Verder heb ik geleund op de pogingen van een Amerikaanse collega-journalist, Lynn Payer, die in Medicine and Culture (1992) beschrijft hoe verschillen in medische behandeling vaak culturele kwesties zijn: wat medici een goede behandeling vinden verschilt van land tot land en wat patiënten hebben geleerd te verwachten, laten ze zich niet zomaar afpakken. Lynn Payer had een cyste in haar baarmoeder en overwoog even - in het kader van haar journalistieke opdracht - om als 'reizende tumor' door de vs en Europa te trekken om haar stelling aan den lijve te demonstreren. Ze beperkte zich tot Frankrijk en de vs. In Amerika werd haar aangeraden haar baarmoeder te laten verwijderen. In Frankrijk zeiden de dokters dat ze tot zes maal konden opereren. Achtergrond: in Frankrijk wordt veel meer waarde gehecht aan behoud van de mogelijkheid om kinderen te baren.

Hoe moeilijk het is om zelfs op het gebied van medicatie Europa-wijd één lijn te trekken, blijkt uit een voorbeeld: in 1995 was welgeteld één medicijn goedgekeurd door alle landen in de Europese Unie.

Die diversiteit kwam ook duidelijk tot uiting in de ziekenhuizen die ik bezocht. Wachtlijsten zag ik alleen in Engeland en Nederland.

In York stuitte ik op het failliet van de National Health Service: wie zijn nieuwe heup op tijd wil hebben moet zijn heil vooral buiten de staatszorg zoeken. In Nederland regeren de wachtlijsten en verdoen artsen eindeloos veel tijd met papierwerk. In sterk contrast daarmee staat Duitsland: wachtlijsten kennen ze niet en de patiënten worden op kosten van de Krankenkasse vijf weken vertroeteld. In België heerst het vrije ondernemerschap. Er is een overschot aan artsen en de patiënt, die winkelt in een goed voorzien gezondheidswarenhuis, wordt direct geholpen.

Het is daarom niet verbazingwekkend dat er inmiddels een gezondheids-volksverhuizing aan de gang is. Engeland stuurt nhs-patiënten naar Frankrijk en Duitsland. België en Duitsland ontvangen patiënten uit Nederland en Engeland. Iedereen impor- teert gezondheidszorgers uit ontwikkelingslanden. Geneeskundige teams uit Duitsland werken in Engeland operatiewachtlijsten weg. Nederlandse patiënten huren een chirurg en een kliniek in Spanje en komen zo eerder aan de beurt. Ziektekostenverzekeraars, van ziekenfonds tot particulier, stellen zich uit concurrentieoverwegingen steeds meer op als belangenbehartiger van hun verzekerden en werken aan deze volksverhuizing mee. Dat op zich leidt weer tot zorgen over ondermijning van nationale sociale-verzekeringsstelsels. Maar dat is een ander verhaal. (H.J.)