`Het kleinste schroefje boeit me'

De onlangs bekroonde decorontwerper Marcel Schmalgemeijer ontwerpt voor toneel, opera en dans, in steeds een andere stijl. ,,Je moet een fantastisch idee hebben, dat toch binnen de technische en financiële grenzen blijft.''

Decorontwerper Marcel Schmalgemeijer (1968), die vorige week de Charlotte Köhler Prijs voor theatervormgeving kreeg, is niet op één stijl vast te pinnen. Trok hij dit seizoen nog de aandacht met zijn bonte aankleding van Tom Lanoye's Mamma Medea, een half jaar daarvoor maakte hij voor de TGA-jongerenproductie Gast//Arbeider een mikado-constructie van stalen pijpen die de jonge spelers konden beklimmen. In Medea sprong het glazuur van je tanden bij het aanschouwen van al die snoepkleuren, Gast//Arbeider deed juist kaal en dreigend aan. Momenteel werkt de scenograaf aan De nacht van de Bonobo's, dat volgend seizoen bij Toneelgroep Amsterdam uitkomt. Ook maakt hij een decor voor La Tragédie de Carmen van de Opera Studio, in een regie van Pierre Audi.

Schmalgemeijer: ,,Voor Mamma Medea werkte ik samen met kostuumontwerpster en vriendin Tessa Lute, die nog voor de première verongelukte. Het eerste deel speelt in het land van de Barbaren, het tweede in dat van de beschaafde Grieken. Regisseur Gerardjan Rijnders wilde in het tweede deel een huisje, dus heb ik een benauwde doorzonwoning ontworpen van negen panelen, die in het eerste deel als wrakstukken verspreid over het podium liggen.''

Schmalgemeijer studeerde aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven. ,,Maar ik was meer geïnteresseerd in het inrichten van ruimtes dan het ontwerpen van een staafmixer.'' Tijdens zijn studie viel hij op met een ontwerp van een tentoonstelling van vijftig hoeden van koningin Beatrix, dat helaas nog niet is uitgevoerd: ,,Ik heb de plannen wel naar Beatrix gestuurd. Haar vaste hoedenontwerper was enthousiast, maar het hof hield het af.''

Schmalgemeijer kleedt ook feesten, diners en tentoonstellingen aan. Op het Gouden Harp Gala 2000 liepen serveersters vermomd als gouden harpen rond. Voor het Impakt Festival 2001 ontwierp hij de enorme belettering op de wanden van het Centraal Museum in Utrecht, en volgend jaar maakt hij de nieuwe bewegwijzering in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Opvallend was de schutting die hij vorig jaar ontwierp voor het Cinekid Festival. De Amsterdamse Balie ging schuil achter zes meter hoge Hollywoodletters van blank schuttinghout: `15-CINEKID'.

Na zijn studie was Schmalgemeijer vier jaar lang de assistent van Jan Versweyveld, de vaste ontwerper van regisseur Ivo van Hove. ,,Versweyveld heeft me veel geleerd. Voor een decorontwerp moet je je dienstbaar opstellen aan de voorstelling. Verder is het de kunst om een fantastisch idee te hebben, dat toch binnen de technische en financiële grenzen blijft. Een decor voor een reizende voorstelling moet makkelijk demontabel zijn en overal inpassen, dus zit je steeds met bouwtekeningen van de schouwburgen op schoot. Versweyveld is voor mij een invloed waar ik soms moeilijk onderuit kom. Dan bedenk ik: `Iets met een gordijn! O nee, dat heet Jan al eens gedaan.'''

,,Net als hij werk ik veel met maquettes. Jan wil die perfect gedetailleerd afgewerkt hebben, maar ik merk dat ik mijn eigen maquettes grover in elkaar zet. Ik beschouw ze als schetsen.'' Schmalgemeyer toont een huisje van wat verfrommelde stukjes karton met een elastiekje erom: ,,Dit nam ik mee als voorbeeld toen we het decor van Mamma Medea ging presenteren in Antwerpen. Daarna heb ik het met de technici en de timmermannen van het atelier verder ontwikkeld.''

Beiden bemoeien zich graag met het bouwen: ,,We zijn allebei geboeid door het kleinste schroefje, hoe een detail in elkaar steekt. Je kunt dan vanuit de techniek ontwerpen en tot nieuwe ideeën komen. Dit soms tot vermoeienis van technici en bouwers, die na jarenlange ervaring wel weten hoe iets moet worden gemaakt kennis waar ik graag gebruik van maak. Maar ik ben een eigenwijze ontwerper, die dingen net iets anders wil.''

Schmalgemeijer was gewend om op de eerste repetitiedag het decorontwerp af te hebben. Maar sommige regisseurs vinden een kant en klaar ruimteontwerp te benauwend: ,,Ik ontwerp nu voor de dansvoorstelling Diva's van Anouk van Dijk. Bij dansrepetities moet de vloer leeg zijn. Bovendien werkt Van Dijk vanuit improvisaties. Maar ik kan niet wachten tot de laatste weken. Dus bedenk ik alvast iets dat ik nog niet laat zien. De eerste week liet ik me quasi terloops ontvallen: `Ik denk aan iets met salontafels', en de tweede week zei ik: `Iets met in een cirkel hangende doeken'. De keer daarop zei Van Dijk enthousiast: `Ik krijg die salontafels en cirkels niet meer uit mijn hoofd. Ik laat mijn dansers zelfs in cirkels dansen.' Zodat we nu toch al redelijk ver zijn.''