Koerden vrezen oplaaien oorlog

In Den Haag demonstreerde gisteravond en vanmorgen een groep Koerden tegen de plaatsing van de PKK op de Europese lijst van terroristische organisaties.

,,Biso serok Apo'', roepen zo'n tweehonderd kinderen, vrouwen en vooral mannen van rond de dertig nogal timide bij de hoofdingang van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hun leus `lang leve onze leider Apo' betreft Abdullah Öcalan, de in Turkije ter dood veroordeelde oprichter en leider van de PKK.

Een meisje van amper zes draagt een bord met de tekst `De wil tot democratie is geen terreur'. Een tienermeisje met een piercing in haar neus zwaait met de tekst `Koerden zijn geen terroristen, ze hebben het recht aan hun kant.' Haar zusje draagt een vlag met de foto van Öcalan. ,,Apo vrij'', gilt ze verlegen. Ze mogen van hun traditioneel geklede moeder geen vragen beantwoorden. Ma verwijst de verslaggever naar de mannen. ,,Die kunnen het beter verwoorden.''

Bij de mannen is het onbegrip voor het besluit van de Europese Unie groot. ,,Nederland, Duitsland, Griekenland, heel Europa eigenlijk heeft ons altijd gesteund in onze oorlog tegen de Turkse staat'', zegt Murat Dogan (28) uit Nijmegen. Met `ons' bedoelt Dogan de PKK die sinds 1984 een gewapende strijd voert, eerst voor een eigen Koerdische staat en daarna voor een federatie met Turkije. Dogan: ,,Toen waren we vrijheidsstrijders. Sinds drie jaar hebben we de wapens neergelegd, en vredesinitiatieven ontplooid en nu worden we als terroristisch gezien.'' Volgens Dogan en zijn mededemonstranten zal door het besluit van de EU over de PKK de oorlog weer oplaaien. ,,Met dit besluit heeft de EU de Koerden in Turkije overgeleverd aan de willekeur van het leger en de politiek'', zegt Murat Kivrim, naar eigen zeggen een illegaal die op andermans naam legaal werkt voor de gemeente Den Haag.

Kivrim, die twee jaar geleden de economische malaise is ontvlucht, zegt dat na zijn vertrek uit Turkije stappen in de goede richting waren gezet. Uit telefoongesprekken met zijn vrouw begreep hij dat Koerden de laatste tijd weer Koerdisch mogen praten en zelfs vrijelijk mogen demonstreren. Ook zijn er op de televisie twee uur per dag Koerdische uitzendingen. ,,Dit alles wordt nu weggegooid'', vreest hij. Turkije, dat zich nu door de EU gesteund voelt, zal de aanvallen op de PKK opvoeren en de Koerden zullen zich moeten verdedigen, vreest hij. ,,In één klap worden we teruggeworpen naar de jaren negentig'', zegt hij, doelend op de jaren toen de oorlog het hevigst was. ,,Het volk, het Koerdische én het Turkse, zal er weer de dupe van worden.''

Kivrim vindt dat Europa eindelijk kleur heeft bekend. Europa is onze vriend niet, zegt hij. Het is duidelijk dat de Turkse en Koerdische volkeren tot elkaar zijn veroordeeld. Europa is volgens hem niet gebaat bij een sterk Turkije, met of zonder een federatie met Koerden. Hij beschuldigt de Europese Unie van een verdeel-en-heers-politiek. ,,Wij moeten het conflict samen oplossen, een ander doet het kennelijk niet voor ons'', zegt hij. Kivrim overweegt in november voorgoed terug te keren naar zijn vrouw en zijn twee kinderen. Als zijn vrees werkelijkheid wordt en de wapens worden weer opgepakt, zal hij illegaal in Nederland blijven.

Organisator van de demonstratie, Naïm Dagdelen van het Koerdisch Nederlandse Cultureel Centrum in Amsterdam, gaat rond met een petitie. Meteen nadat het EU-besluit dinsdag bekend was geworden, heeft hij 1700 handtekeningen opgehaald en vandaag nog eens drie honderd. De petitie stuurt hij over de post naar het Europees Parlement.

Dagdelen excuseert zich voor de lage opkomst. Het cultureel centrum kon niet alle drieduizend betalende leden tijdig van de voorgenomen demonstratie op de hoogte stellen. Met een beetje meer tijd had hij minimaal vijfduizend Koerden kunnen mobiliseren, zegt hij. ,,We hebben geen eigen staat, maar we zijn het best georganiseerde volk. We kunnen op elk moment overal in de wereld mensen op de been brengen'', zegt hij.

Een wit minibusje levert een nieuwe lading mannelijke demonstranten af. ,,Zijn er geen cameraploegen? '', vraagt een oudere man. Als hij ze ziet, loopt hij scanderend in hun richting. Camera's richten zich op hem. ,,Vrienden, waarom zijn we zo stil?'', vraagt een dertiger en hij zet in: ,,Biso serok Apo.'' De rest volgt, nu wel uit volle borst.