Waterschap is zinnig

Peter van Rooy schreef een prikkelende opiniebijdrage onder de kop `Het waterschap als overheid is uit de tijd' (NRC Handelsblad, 9 april). Het tegendeel is het geval.

Nog maar kort geleden is een grondige discussie over de plaats van het waterschap gevoerd. De Grondwetswijziging van 1983 gaf het waterschap als mede-overheid een zelfstandige plaats, naast provincies en gemeenten. In de Waterschapswet van 1992 is de eigen bestuurlijke en financiële structuur verder uitgewerkt.

Tegelijkertijd hebben de waterschappen een enorm reorganisatieproces doorgemaakt, van enkele duizenden na de oorlog naar 25 in 2005. De waterschappen vormen momenteel met een eigen bestuur en belastinggebied een krachtige bestuurslaag. De resultaten zijn er ook naar (zuiveringsinstallaties, Deltaplan Grote Rivieren, natuurherstelprojecten). Het zou niet alleen inconsistent, maar ook onverstandig zijn dit nu op losse schroeven te zetten.

Het eigen bestuur en belastinggebied is voor veel andere landen juist de aanleiding om (voor zover ze al niet bestaan) functionele waterorganisaties op te richten. Ook past de waterschapsformule naadloos in de stroomgebiedbenadering van de Europese Kaderrichtlijn Water en zijn nadruk op publieke participatie en op kostenterugwinning van waterdiensten.

Moet er dan helemaal niets veranderen? Jawel. De voorstellen van de Unie van Waterschappen om de bestuurlijke en financiële structuur van het waterschap te vereenvoudigen, moeten snel worden overgenomen. In plaats van ons te vermoeien met bestuurlijk-organisatorische discussies die veel papier, tijd en emotie kosten, maar doorgaans weinig resultaat opleveren, kunnen we onze aandacht daarnaast beter richten op de uitdagingen waar we voor staan: waterbeleid in de 21ste eeuw, baggerproblematiek.