Voorkruipen

De laatste weken heb ik een paar keer in een lange rij moeten staan, en sindsdien weet ik het weer: brutalen hebben de héle wereld.

Mijn vorige, ingrijpende ervaring op dit gebied had ik bij het Colosseum in Rome. Er vormen zich elke zomerdag extreem lange rijen voor de kassa's. Een halfuurtje wachttijd ben je al gauw kwijt. Hoe dit te voorkomen? Dat is gemakkelijker dan menigeen in zijn onschuld denkt.

Ik maakte het onlangs ook weer bij Ajax in de Arena mee. Daar zijn vanwege de recente rellen verscherpte controles ingesteld. Het gebeurt achter de elektronische toegangspoortjes waar je je kaartje laat controleren. Daar vindt fouillering en controle van de identiteitspapieren plaats. Niet in mijn geval overigens, want als je in de vijftig bent en een bril draagt, word je kennelijk niet meer geacht ,,Hamas, Hamas, alle joden aan het gas'' te roepen (hooguit: ,,Luinge homo'', maar dat mag).

Voor elke bezoeker moet zeker een minuut extra aan `verwerking' worden gerekend. Het is dan ook niet vreemd dat er lange rijen ontstaan. De methode om die te omzeilen is even simpel als effectief. Je hebt er wel veel bravoure voor nodig, liefst in combinatie met een enigszins vreeswekkend uiterlijk, eventueel geïllustreerd met enkele grote tatoeages op de ontblote bovenarmen.

Ik zag het vanuit mijn ooghoeken gebeuren. Twee mannen die aan bovenstaand signalement beantwoordden, kuierden op hun gemak langs de lange rij. Ze waren in druk gesprek met elkaar. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle invoegpoging: doen alsof je zó in de ander opgaat dat de signalen van de omringende wereld je ontgaan.

De mannen belandden ter hoogte van het kopgroepje, maar ze onthielden zich nog van penetratie. Ze schoven wel, bijna onzichtbaar, een beetje met de rij mee. Ook werd de ruimte tussen hen en de rij steeds iets kleiner het begin van de versmelting.

Na een kleine tien minuten hadden ze het eerste lichaamscontact met de wachtenden gemaakt. Vanaf dat moment kon het alleen nog mis gaan als iemand hen boos op de rug had getikt. Maar dat durft niemand meer in deze barre tijden.

De wachtenden deden alsof ze niets in de gaten hadden. Bij sommigen was dat misschien ook het geval, want als je niet goed hebt opgelet, weet je het niet meer zeker: die twee pratende mannen – stonden die daar al de hele tijd, of waren ze net komen aanlopen?

Als de gevoelens van twijfel en vrees voor moeilijkheden bij de wachtenden hun hoogtepunt hebben bereikt, slaat de voorkruiper zijn slag. Hij voegt neuriënd in, zijn gezicht in de neutraalste plooi.

Zo ook de mannen bij de Arena.

De eerste keer dat het bij Ajax gebeurde, luisterde ik met verbazing naar de taal die ze spraken: Italiaans. Meteen kreeg ik mijn déjà vu van het Colosseum: ook daar waren het Italianen geweest. Maar laat ik niet generaliseren: een week later zag ik een vader en zoon met een blond, Noord-Hollands uiterlijk hetzelfde doen. En zij hadden niet eens tatoeages nodig, zoals ik met enige nationalistische trots vaststelde.