Turkije is in Kabul VS van dienst

Turkije neemt het commando over de vredesmacht in Afghanistan in handen – op verzoek van de VS. En tegen een prijs.

Toen Turkije voor de eerste keer aangaf dat het er over dacht de leiding van de vredesmacht in Afghanistan over te nemen, sprak de Afghaanse interim-premier, Hamid Karzai, mooie woorden over het gezamenlijke verleden van Turkije en Afghanistan.

In de jaren twintig immers vatte de Turkse vader des vaderlands, Atatürk, grote sympathie op voor dat bergachtige land ver weg en begon Turkije Afghaanse legerofficieren te trainen. Maar voor Turkije is dat verleden misschien verder weg dan voor Afganistan. Het Turkse besluit, dat gisteren werd bekendgemaakt, om inderdaad de leiding van de vredesmacht over te nemen heeft dan ook weinig met Afghanistan te maken en alles met Turkije. En eerder dan naar het verleden te verwijzen is het een rationele zet om Turkije's positie internationaal te versterken.

Het waren met name de Verenigde Staten die sterke druk op Ankara uitoefenden om het commando te aanvaarden. Washington is het nog steeds een doorn in het oog dat moslim-extremisten de zogeheten oorlog tegen het terrorisme omschrijven als een strijd van christenen tegen moslims. In Turkije is de overgrote meerderheid van de bevolking moslim, maar tegelijk heeft Ankara zich vanaf het begin aan aangesloten bij de strijd tegen Bin Laden en de zijnen. Zo stelde Turkije na 11 september zijn luchtruim open voor militaire acties tegen de `vijand'.

Nu Turkije het leiderschap van de vredesmacht overneemt, bereikt Washington twee doelen in een keer. Het commando komt nu bij moslims te liggen en niet bij `kruisvaarders' (zoals sommige moslim-extremisten christenen omschrijven). Bovendien heeft Turkije een sterk leger, dat al jarenlang een betrouwbare bondgenoot is van de Verenigde Staten.

Voor Turkije is de dankbaarheid van Washington belangrijk, omdat het de VS nog hard nodig zal hebben. Hoewel de Turkse economie langzaam lijkt op te krabbelen uit het diepe dal waar de devaluatie van de nationale munteenheid haar vorig jaar in gooide, blijft de situatie fragiel. Turkije zal nog aanzienlijke kredieten van het IMF nodig hebben om de toekomst het hoofd te bieden.

Daarbij komt nog dat niemand weet wat die toekomst zal brengen. Zo grenst Turkije aan Irak en een eventuele oorlog tegen dat land zal, zo betwijfelt niemand, ook voor Turkije gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor het toerisme. In zulke onzekere omstandigheden is het zinvol voor Ankara om een wit voetje te halen bij de Verenigde Staten, en het commando van de vredesmacht zal zeker tot een uiterst positieve opmerking in de conduitestaat leiden.

Pikant genoeg is het diezelfde economische crisis die verklaart waarom de hele kwestie-Afghanistan de man in de straat eigenlijk nauwelijks bezighoudt. De afgelopen maanden werd er internationaal koortsachtig over een eventueel Turks commando onderhandeld, en stelde Ankara een flink aantal eisen bijvoorbeeld op logistiek en financieel gebied. Maar dat hele proces liet de gemiddelde Turk ijskoud.

Ook nu het besluit gevallen is, valt er van enthousiasme weinig te bespeuren. De gemiddelde Turk moet immers elke dag vechten om de eindjes aan elkaar te knopen.Vergeleken met zo'n oorlog om het dagelijks brood zinkt het belang van vrede ver weg in het niet.