Niemand heeft kritiek op rijmparadijs Amsterdam

`Met kerstmis en chanouka in één week /Amsterdam is niet meer bleek.' De toch al veel bezongen hoofdstad heeft er sinds gisteravond twaalf nieuwe liedjes bij.

De stad Amsterdam is twaalf nieuwe liedjes rijker, alsof er al niet vele honderden liedjes, zo niet duizenden, odes aan de hoofstad bestonden. ,,Ik wandel door jouw straten/ jij wandelt door mijn hart'', luidt het motto in een van de teksten die gisteravond in het hoofdstedelijke Nieuwe de la Mar-theater ten gehore werden gebracht.

Ze vormden de oogst van een oproep van het Amsterdams Kleinkunst Festival voor een nieuw lied over de stad. Maar een winnaar was er niet. ,,We wilden de zangers niet tegen elkaar opzetten'', zegt organisator Evert de Vries, ,,want dan krijg je een verkeerd soort spanning op zo'n avond. De tijd moet maar uitwijzen welk nummer zal beklijven.''

De oproep leverde zo'n 180 inzendingen op, waaruit er twaalf werden gekozen door de jury, bestaande uit Vic van de Reijt, Eli Asser, Hedy d'Ancona, Mieke van der Weij en Tonny Eyk.

Wat opviel, aldus Van de Reijt, was dat er vrijwel geen kritiek op de stad werd geleverd – ook als er wanklanken in de tekst waren verwerkt, bleef de strekking positief. Terwijl er volgens de uitgever, annex kenner van het Nederlandse lied, maar één reden is waarom Amsterdam zo veel vaker wordt bezongen dan alle andere Nederlandse steden: ,,De naam is een mooie dactylus; het heeft dus uitsluitend metrische redenen.''

De meeste tekstdichters bleven in de traditie van de grote voorbeelden: ,,Je bent mijn adem en mijn graf/ mijn bedel- en mijn toverstaf.'' Ook over de multiculturele invloeden die hier en daar werden gesignaleerd, bleken de auteurs vrolijk gestemd te zijn: ,,Met kerstmis en chanouka in één week – Amsterdam is niet meer bleek.''

Een ander liedje ging over iemand die pas als puber naar Amsterdam ,,getienertoerd'' kwam en van de Turkse bakker te horen kreeg: ,,Ik hoor aan uw accent/ dat u geen Amsterdammer bent.'' Het origineelst was een nummer over het uitzicht uit de bibliotheek op het Roelof Hartplein op de voorbijrazende trams 3, 5, 12 en 24.

Alle teksten waren op muziek gezet door professionele componisten als Martin van Dijk, Joop Stokkermans en Ruud Bos, en werden gezongen door artiesten als Liesbeth List, Heddy Lester, Josee Koning, Danny de Munk, Marco Bakker, Bob Fosko en Rob van de Meeberg.

Waarschijnlijk komt er een bundeltje van, met een cd waarop de opnamen van de finale-avond staan. Het grootste applaus ging naar de tekst van Simone de Jong, op muziek gezet door Darre van Dijk en gezongen door Maarten van Roozendaal: ,,Hier moet ik zijn... ik zou niet weten wat anders/ mijn huis is, mijn thuis is...''