Nederland scoort hoog met concurrentiepositie

Nederland behoort wereldwijd tot de vier meest concurrerende landen. De Verenigde Staten staan aan de top, gevolgd door Finland, Luxemburg en Nederland. Duitsland staat vijftiende, Groot-Brittannië zestiende en België achttiende, terwijl Argentinië de laatste plaats inneemt. Singapore daalde van een tweede naar vijfde plaats.

Dit blijkt uit een gisteren gepresenteerd onderzoek van het Institute of Management Development (IMD) in het Zwitserse Lausanne. Een jaar eerder kwam Nederland nog op een vijfde plaats. Nederland komt als beste uit de bus als het gaat om de internationale ervaring van hogere managers. Ook staat Nederland volgens het IMD open voor andere ideeën, is de werkloosheid laag en zijn in ruime mate financiële opleidingen aanwezig.

Het rapport komt kort nadat staatsecretaris Ybema (Economische Zaken) zich somber had uitgelaten over de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Net als de werkgevers vreest hij dat Nederland zich door de hoge loonkosten uit de markt prijst. Eind vorig jaar bleek Nederland uit een onderzoek van het World Economic Forum veel minder populair te zijn onder ondernemers en viel het van een vierde naar een achtste plaats terug.

Onderzoekers van het IMD hebben 49 landen vergeleken op basis van ruim 300 criteria. Behalve harde gegevens als economische groei en inflatie spelen ook het ondernemingsklimaat, onderwijs, justitie en veiligheid een rol.

De geringe prikkels voor werklozen, de matige beschikbaarheid van vakpersoneel, de hoge elektriciteitskosten voor de industrie, de gezondheidszorg en de inefficiënte infrastructuur voor het vervoer beïnvloeden de concurrentiepositie van Nederland negatief.